nieuws

Obvion betrekt bouwdepot in bepaling looptijd hypotheek: boeterente onterecht

Financiële planning 3465

Obvion moet een kleine € 4.000 aan boeterente terugbetalen aan een klant, zo heeft Kifid bepaald. In de hypotheekakte is duidelijk aangegeven wat precies de looptijd was van de betreffende afgeloste hypotheek. De geldgever is ten onrechte van een latere ingangsdatum uitgegaan.

Obvion betrekt bouwdepot in bepaling looptijd hypotheek: boeterente onterecht

Een echtpaar sluit in 1996 bij Obvion-voorloper ABP een aflossingsvrije hypotheek van zo’n € 160.000. De lening is in twee delen gesplitst en de rente staat voor 10 jaar vast. Per leningdeel staat in de hypotheekakte dat de lening in ieder geval na 252 maanden afgelost moet zijn. Aan een leningdeel is een levensverzekering gekoppeld die liep van 1 februari 1988 en tot 1 februari 2017.
Een deel van de lening is gestort in een bouwdepot. Daarover wordt in de hypotheekakte een bepaling opgenomen met betrekking tot het vervallen van de maandtermijn: “In afwijking van het hiervoor vermelde vervallen de maandelijkse betalingstermijnen voor het eerst op de laatste werkdag van de maand volgend op het beëindigen van de bouwrekening.” De bouwrekening is eind april 1999 opgeheven.

Verhoging en aflossing

In 1999 verhoogt het paar de lening met € 84.000. De rente wordt 20 jaar vastgezet en de looptijd van dit leningdeel bedraagt 30 jaar.
Vervolgens wordt de rente in 2005 over de drie leningdelen gemiddeld. De looptijd van de in 1996 gesloten leningdelen verwerkt wordt op vijftien jaar gezet. De verzekering loopt af in 2017 en met het opgebouwde bedrag wordt het betrokken leningdeel gedeeltelijk afgelost. De rest lost de klant af met eigen geld. De andere leningdelen worden ook afgelost.

Maar tot verbazing van het echtpaar berekent Obvion wegens vervroegde aflossing een boete over het leningdeel waarvoor in 1996 geen levensverzekering is gesloten en de in 1999 verstrekte verhoging. Na herberekening stort Obvion overigens zo’n € 1.500 aan te veel berekende boete terug.

Wat was de looptijd?

De klant stapt naar Kifid. Hij wil in totaal zo’n € 5.400 aan boeterente terug.  De looptijd van de leningdelen eindigde op 1 februari 2017, 252 maanden na de akte van februari 1996. Obvion gaat echter uit van 1 mei 1999 als begindatum, omdat op die datum de bouwrekening eindigde.

Bij de uitleg van de voorwaarden is niet de zuiver taalkundige uitleg ervan doorslaggevend, overweegt de geschillencommissie. “In deze kwestie is het feit dat de uit te leggen bepaling is opgenomen in voorwaarden waarover niet onderhandeld is, een bijzondere omstandigheid.” De klant stelt dat de voorwaarde waarop Obvion zich beroept, handelt over de bouwrekening en niet over de looptijd van de geldlening. Obvion stelt anderzijds dat op dat uitgangspunt een uitzondering is gemaakt vanwege het openen van een bouwrekening.

Uitzondering niet van toepassing

“In deze kwestie is de voorwaarde voor één uitleg vatbaar”, oordeelt Kifid. “Uit de meergenoemde hypotheekakte volgt niet dat op het uitgangspunt van de looptijd van de geldlening van 21 jaar een uitzondering is gemaakt omdat een bouwrekening is geopend. Dit volgt uit de opbouw van de akte maar nog meer uit hetgeen in die akte over de bouwrekening is bepaald.” De voorwaarde over die rekening is niet van toepassing op de lening, zo sluit Kifid zich aan bij de consument. “Hiernaast is in de akte vermeld dat ook over dat deel van de hoofdsom dat op de bouwrekening is gestort de overeengekomen hypotheekrente moet worden betaald en dat die rente uit de bouwrekening wordt voldaan. In afwijking op de betaling vanuit de bouwrekening is vervolgens in de akte de betaaldatum van de maandtermijnen vermeld na het beëindigen van de bouwrekening.”

Klant hoeft niet bedacht te zijn op afwijking

De tegenwerping van Obvion dat in de offerte uit 2005 is opgenomen dat de looptijd van de leningdelen vijftien jaar bedroeg. Maar daar gaat de geschillencommissie aan voorbij. “Dit argument strookt immers niet met de uitleg van de hypotheekakte zoals die hiervoor is toegelicht. Consument hoefde, zonder uitdrukkelijke overeenstemming, er niet op bedacht te zijn dat partijen afweken van hetgeen in de hypotheekakte tussen hen overeengekomen was.”

De consument heeft het dus bij het rechte eind, luidt de conclusie van Kifid. Dat bepaalt bij bindend advies dat Obvion nog € 3.937,12 moet terugbetalen aan de klant.

Lees hier uitspraak 2019-176

Reageer op dit artikel