nieuws

Onderzoeker De Jong over ORV-zaak: ‘Jurisprudentie nazorg gaat alleen over dekking’

Financiële planning 2351

Verzekeringsonderzoeker Cees de Jong zet vraagtekens bij de ontwikkelingen in de zaak rondom de teveel betaalde orv-premie. In een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Handelsrecht (NTHR) analyseert hij de zaak en zet hij die af tegen de jurisprudentie. In tegenstelling tot wat recent nog in tv-programma Kassa beweerd werd, is het volgens hem te kort door de bocht om er spoorslags vanuit te gaan dat er sprake is van een vergaande nazorgplicht.

Onderzoeker De Jong over ORV-zaak: ‘Jurisprudentie nazorg gaat alleen over dekking’

Volgens De Jong is het bereik van de nazorgplicht benoemd door de Hoge Raad in 2003. In dat arrest staat onder meer dat het de taak is van een assurantietussenpersoon te waken voor de belangen van de verzekeringsnemers bij de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen. De tussenpersoon moet zijn klant opmerkzaam maken voor feiten die gevolgen kunnen hebben op de dekking van de verzekeringen.

Jurisprudentie

De Jong ziet in de jurisprudentie terug dat er alleen een plicht is om klanten te wijzen op zaken die van invloed zijn op de dekking. “In de markt opgetreden tariefsverlagingen, zoals aan de orde in Kifid-uitspraak 2018-339, hebben geen enkel gevolg voor de dekking”, schrijft De Jong in het NTHR. In de civielrechtelijke jurisprudentie zijn er volgens hem helemaal geen uitspraken gedaan waarin het achterwege laten van een attendering op lagere premies leidde tot een zorgplichtschending.

Belemmering

Hij werpt vervolgens de vraag op of dat misschien komt omdat de schadebedragen vaak te laag zijn voor civielrechtelijke procedures. Die belemmering doet zich bij het Kifid echter vrijwel niet voor. De Jong vond twee zaken. In de eerste (2015-248) werd de adviseur volledig in het gelijkgesteld, mede omdat de consument zelf ook geen initiatief had genomen. In het tweede geval (2015-294) bleef 50 procent van de schade om dezelfde reden voor rekening van de consument.

Passendheidstoets

De consument in de ore-zaak van afgelopen zomer bracht in 2009 zijn hypotheek onder bij een andere tussenpersoon. De Jong vraagt zich af waarom op dat moment geen passendheidstoets is uitgevoerd, de levensverzekering hing samen met de hypotheek en kon daardoor niet onbesproken blijven.

Deining

“Deze uitspraak van de geschillencommissie heeft in de sector de nodige deining veroorzaakt – naar mijn mening ten onrechte”, schrijft De Jong in zijn conclusie. “Zo deze uitspraak al reden geeft tot zorg, is het omdat enerzijds vragen onbeantwoord blijven en anderzijds vragen worden opgeworpen. De commissie overweegt bijvoorbeeld dat de omvang van de zorgplicht […] afhankelijk is van wat de partijen daarover zijn overeengekomen en van de omstandigheden, maar laat in het midden wat zij dienaangaande heeft vastgesteld. Evenmin komt aan de orde of, en zo ja in welke mate er sprake is van eigen schuld aan de zijde van de consument.” 

Reageer op dit artikel