nieuws

Kifid doet principe-uitspraak: Adviseur moet te hoge ORV-premie terugbetalen

Financiële planning 7870

De Geschillencommissie van Kifid veroordeelt een tussenpersoon tot het terugbetalen van ruim € 3.200 aan te veel betaalde premie voor een overlijdensrisicoverzekering. Adviseurs hebben volgens de uitspraak de (zorg)plicht om periodiek aandacht te besteden aan de verzekeringen in hun portefeuille. De tussenpersoon had de klant expliciet moeten laten weten dat de verzekeraar de ORV-premies afgelopen jaren fors heeft verlaagd.

Kifid doet principe-uitspraak: Adviseur moet te hoge ORV-premie terugbetalen

De consument in deze Kifid-zaak sluit in september 2004 via zijn tussenpersoon een ORV bij zijn hypotheek. De premie is € 78 per maand voor een verzekerd kapitaal van € 160.000, bij een looptijd van 22 jaar. Op 1 mei 2017 wordt de polis op verzoek van de klant omgezet naar een nieuwe verzekering. Verzekerd kapitaal en einddatum blijven gelijk, maar de verschuldigde maandpremie keldert naar € 10. Dat komt deels doordat de verzekeraar rekening houdt met de opgebouwde winstdeling uit de oorspronkelijke polis. Zonder die inbreng zou de premie € 35 zijn.

Nooit contact

Bij Kifid vordert de consument dat zijn adviseur, geanonimiseerd in de uitspraak, de te veel betaalde premies over 151 maanden (12,5 jaar) vergoedt. Hij raamt de schade op bijna € 5.000. Volgens de klager is de adviseur tekortgeschoten in de nakoming van zijn zorgplicht. Hij heeft nooit contact opgenomen om te melden dat de tarieven van zijn verzekeraar voor ORV’s een sterke daling vertoonden. Had de tussenpersoon dat wel gedaan, dan had hij “een substantieel lagere premielast” gehad, aldus de klacht.

Periodieke aandacht

De Geschillencommissie stelt de consument in het gelijk. Uit de zorgplicht van een redelijk handelend en bekwaam adviseur vloeit volgens de uitspraak voort dat “een assurantietussenpersoon de verplichting heeft om periodiek aandacht te besteden aan de verzekeringen die hij in zijn portefeuille heeft”.

De adviseur stelt dat er in de afgelopen jaren wel degelijk contact is geweest met de consument. Dit waren echter algemene mailings om te besparen op zijn hypothecaire lening. De klant ging daar niet op in, omdat hij in 2009 zijn hypotheek al bij een andere adviseur had ondergebracht.

Schending zorgplicht

“Consument is echter op geen enkel moment geattendeerd op het feit dat de verzekeringsmarkt de afgelopen jaren een ontwikkeling heeft laten zien waarbij verzekeraars diverse malen tot een steeds verdere verlaging van de tarieven van de overlijdensrisicoverzekeringen zijn overgegaan”, aldus de uitspraak van de Geschillencommissie. Dat betekent dat de tussenpersoon zich schuldig heeft gemaakt aan schending van zijn zorgplicht.

Volgens Kifid is voldoende aannemelijk gemaakt dat de klant ruim voor 1 mei zijn ORV tegen een lagere premie zou hebben voortgezet als hij hier door de adviseur op was gewezen. De exacte schade is volgens de Geschillencommissie niet vast te stellen. Die gaat daarom uit van een geschatte schade van 76 maanden maal € 43. Dit laatste bedrag is het verschil tussen de oorspronkelijke premie van € 78 en de nieuwe premie van € 35 zonder rekening te houden met de inbreng van de in de vorige verzekering opgebouwde waarde.

Adviseur volgt uitspraak op

Conclusie: de adviseur moet € 3.268 terugbetalen aan de klant. De uitspraak is niet-bindend, maar de adviseur heeft aangegeven de uitspraak wel op te volgen.

Reageer op dit artikel