nieuws

Kifid-uitspraak potentiële ‘bom onder bestaande ORV-portefeuilles’

Financiële planning 4248

Een financieel adviseur die zijn klant niet heeft voorgelicht over de scherpe prijsdalingen voor overlijdensrisicoverzekeringen in de afgelopen jaren, loopt een groot risico dat hij de te hoge premie moet terugbetalen. Volgens Jurjen Oosterbaan zet de Kifid-uitspraak over deze thematiek de deur open voor nog meer gesteggel over de zorgplicht van de adviseur. Volgens Hera-directeur Sander Franken kan de uitspraak een bom zijn onder de bestaande ORV-portefeuilles.

Kifid-uitspraak potentiële ‘bom onder bestaande ORV-portefeuilles’

Jurjen Oosterbaan, directeur van bureau DFO, werd kort na de uitspraak om advies gevraagd door de betreffende adviseur. Deze kan in ieder geval niet meer in beroep tegen de uitspraak. “Dat kan pas bij bedragen van € 25.000”, aldus Oosterbaan. “Hij had wel kunnen kiezen om de zaak aan de rechter voor te leggen omdat het gaat om een niet-bindende uitspraak, maar hij heeft ervoor gekozen om de klant toch schadeloos te stellen.”

Weinig kans op succes

Volgens Oosterbaan biedt een gang naar de rechter in dit geval ook weinig kans op succes. “Er zijn geen bijzondere omstandigheden en de zaak is ook niet echt complex. In de kern komt het er op neer dat hij niet heeft gehandeld als een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur. Er waren geen specifieke afspraken voor de nazorg. Die mag je maken, maar in dit geval lag er niets. In dat geval is uit de jurisprudentie heel duidelijk te halen wat van een redelijk handelend en bekwaam adviseur mag worden verwacht. Als er eenmaal zo’n duidelijke Kifid-uitspraak ligt zal de rechter daar niet snel van afwijken.”

Enorme impact

Oosterbaan voorziet een enorme impact van de Kifid-uitspraak.”In principe kan deze uitspraak opgaan voor alle verzekeringen. Als je kijkt naar de premie is de impact niet zo groot omdat er eigenlijk geen andere adviesgebonden verzekeringen zijn waarbij de premiedaling zo scherp is geweest. Maar als je kijkt naar de voorwaarden die verzekeraars de afgelopen jaren hebben veranderd, zet deze uitspraak wel de deur open om ook op dit vlak de adviseur aansprakelijk te stellen.”

Niet veralgemeniseren

Volgens Joerie van Looij, woordvoerder van Adfiz zal het zo’n vaart niet lopen. “Het is geen principe-uitspraak. De Geschillencommissie heeft de feiten opgesomd, het toetsingskader weergegeven en een uitspraak gedaan. Dat die uitspraak niet algemeen toepasbaar is blijkt uit het feit dat  de Geschillencommissie niet aangeeft hoe de criteria uit het toetsingskader toegepast of uitgelegd moeten worden. Daarbij gaat het om criteria zoals de omvang van de verplichting tot nazorg afhangt van wat de consument en de financieel dienstverlener zijn overeengekomen en de omstandigheden, zoals de aard van de verzekering en de omvang van de provisie. Zonder een dergelijke uitleg of toelichting is het niet mogelijk om deze uitspraak te veralgemeniseren. Intussen lijkt de uitspraak toch voor onrust te zorgen. Wij zullen hierover met het Kifid in gesprek gaan.”

Grote financiële gevolgen

Specifiek voor ORV kan de uitspraak volgens Oosterbaan grote financiële gevolgen hebben voor het intermediair. Hij wijst erop dat de ORV-premies de afgelopen jaren vaak meer dan gehalveerd zijn en dat er jaarlijks honderdduizenden ORV’s -vaak verplicht bij de hypotheek- werden afgesloten. Het Nibud en de AFM hebben weliswaar in brede zin aangegeven dat premies sterk zijn gedaald en dat het loont om over te sluiten, maar dat ontslaat de adviseur niet van de plicht om dit ook zelf aan te geven bij de klant. “In dit geval had de adviseur wel contact met de klant, maar dat ging allemaal over iets anders.”

Spreiding eerste kosten

Aan een uitspraak of verzekeraars niet nadrukkelijker een rol zouden moeten hebben in het voorlichten van klanten, waagt hij zich niet. Toch zullen ook de maatschappijen volgens hem niet gevrijwaard blijven van de financiële gevolgen. “Als dit ertoe gaat leiden dat consumenten nu extra vaak gaan overstappen naar een andere, goedkopere verzekering, moeten de verzekeraars maar zien dat ze de eerste kosten terugkrijgen. Deze kosten worden doorgaans verspreid over de looptijd waarbij de verzekeraars hoofdzakelijk rekening houden met natuurlijk verval door overlijden en niet door een massale overstapactie.”

Nieuwkomers op de ORV-markt zouden volgen Oosterbaan wel eens enorm kunnen profiteren mocht het daadwerkelijk leiden tot een massale overstapactie. “Deze partijen hebben immers geen last van die kostenerfenis.”

Stoppen met ORV

Desgevraagd stelt Sander Franken, directeur van de nog prille nieuwe ORV-aanbieder Hera, dat de uitspraak weleens een bom kan zijn onder bestaande ORV portefeuilles. “Adviseurs komen onder vuur te liggen van klanten, hun advocaten en wellicht claimstichtingen”, aldus Franken. “Zij zullen vanaf nu actief hun bestaande relaties moeten benaderen om claims te voorkomen. Een enorme klus.” Hij voorziet net als Oosterbaan dat aanbieders het premievolume van bestaande portefeuilles zullen zien teruglopen terwijl de kosten van het beheer gelijk blijven. “Wellicht dat dit voor sommige aanbieders aanleiding is helemaal met ORV te stoppen.”

Het Verbond van Verzekeraars studeert nog op de gevolgen van de Kifid-uitspraak. De brancheorganisatie geeft aan morgen met een reactie te komen.

Reageer op dit artikel