nieuws

Bol vs. Generali: ‘Wat als inkomsten eerder in beeld waren geweest?’

Schade 3744

Officieel staat een comparitiezitting te boek als een rechtszitting waarbij gekeken wordt of er tussen de partijen nog een vergelijk kan worden getroffen. Daarvan bleek gisteren in het hoger beroep van de zaak Willem Bol vs. Generali geen sprake. Een schikking lijkt verder weg dan ooit in het conflict tussen de voormalige quizmaster en de verzekeraar. Centrale vraag: Mocht Bol ondanks zijn gemelde en geconstateerde arbeidsongeschiktheid op therapeutische basis werken?
 

Bol vs. Generali: ‘Wat als inkomsten eerder in beeld waren geweest?’

De zitting voor het Gerechtshof in Arnhem stond gisteren bol van de emotie. Niet in de laatste plaats door de zware delegaties die beide partijen hadden meegenomen in het slepende conflict dat draait om het stopzetten van de AO-uitkering van Bol wegens vermeende verzekeringsfraude.

Morele ondersteuning

Voormalig quizmaster Bol, eind jaren 80 bekend geworden door de talentenjacht Showmasters, had behalve zijn vrouw Simone ook een kleine groepje getrouwen meegenomen voor morele ondersteuning. Generali was behalve door advocaat mr. Van der Salm, ook vertegenwoordigd door bedrijfsjurist Rick Spitsbaard en Marius Rademaker, hoofd van de speciale onderzoeksafdeling die zich bij de verzekeraar richt op fraudebestrijding. Stellingnames van beide partijen werden regelmatig hoofdschuddend vanuit de zaal begroet.

Toenmalige tussenpersoon

Over een kwestie konden beide partijen het volgens de president van de rechtbank wel eens zijn: of Willem Bol na de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid nou gewerkt heeft of niet, er werd door opdrachtgevers geld aan hem overgemaakt. Het had volgens Bol op de weg van zijn toenmalige tussenpersoon gelegen om hem te verzoeken informatie over diens eventuele inkomsten aan te leveren. “Hij bestierde, onderhield al mijn polissen. Er is via hem nooit een informatieverzoek tot mij gekomen. Niet eerder dan in november 2014 stelde Generali dat ik bewust zaken had verzwegen, terwijl ik nota bene die inkomensgegevens zelf heb aangeleverd toen zij daar in februari 2014 om vroegen.” Bol heeft inmiddels deze tussenpersoon pro forma aansprakelijk gesteld voor het verzaken van zijn zorgplicht.

Werken tot 85ste

Waarop raadsheer Frankena de kwestie plat slaat door de vraag op te werpen waarom die inkomsten niet gezien kunnen worden als inkomen uit arbeid; de mate waarin Bol immers nog in staat was inkomsten te genereren bepaalde immers diens arbeidsongeschiktheid. Bol: “Als Generali had gevraagd ‘mag ik je langlopende contracten zien’, dan had ik ze gegeven. Daarbij hebben de arbeidsdeskundigen van Generali eind 2009 en begin 2010 ook aangegeven dat ik aan de gang moest blijven. Daar zijn getuigen van die dat hier voor het Hof onder ede willen verklaren. Met therapeutisch iets doen had ik geen probleem. Ik wilde niets liever. Het was altijd mijn droom geweest om tot mijn 85ste te werken om daarna het licht uit te doen. Generali is daarna nooit in overleg met mij gegaan of en op welke manier ik therapeutisch werkte.”

Toevoeging aan nettowinst

Namens Generali betwist mr. Van der Salm niet dat er geen inkomenstoets heeft plaatsgevonden op het moment dat Bol arbeidsongeschikt raakte. “Dat hoefde ook niet want ieder keuringsrapport gaf aan dat hij niet kon werken. Hij kon dus niets verdienen met arbeid.” Toch was er ook na de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid sprake van inkomen. Volgens Bol ging het daarbij om lopende contracten die uiteindelijk allemaal zijn uitgefaseerd. Diens argument dat het om een toevoeging aan de nettowinst van diens productie-bv ging, gaat volgens Van der Salm niet op. “Als grootaandeelhouder was het geld voor Bol bestemd.”

Na-ijlende kosten

Na wat haarkloverij over de zakelijke structuur van Bols bedrijven en de toezegging dat hij alsnog grootboekrekeningen uit die periode gaat aanleveren, constateert Frankena nog wel dat de kantoorkosten van Bol ook na diens arbeidsongeschiktheid nog op een relatief hoog niveau bleven, waarbij ze onder meer refereert aan de verkoopkosten en autokosten. Volgens Bol gaat het hierbij, evenredig aan de afnemende inkomsten uit bestaande contracten, om na-ijlende kosten. “Als je een bedrijf hebt, kun je niet zomaar alles uit je handen laten vallen. Daarnaast heb ik mijn wagen in 2011 ingeruild voor een kleinere auto.”

Losse opdrachten

Ook de losse opdrachten die Bol na 2009 nog aannam, komen ter sprake, daarbij gaat het onder meer om de productie van een bedrijfsvideo voor een oliemaatschappij. “Ik heb daar maar een heel klein beetje werk aan gehad, de rest is uitbesteed. Het was niet onlogisch dat ik zo’n vraag kreeg. Ik was in die tijd een redelijk gewaardeerd televisieproducent.” Volgens Van der Salm ging het bij de losse klussen om projecten waarbij Bol alleen ondersteuning kreeg. “Zijn werk werd niet overgenomen. Bovendien werd hij er voor betaald.”

Hypothetische vraag

Om licht op de zaak te krijgen, werpt Frankena vervolgens een hypothetische vraag op. Wat als in 2010 of in 2011 al duidelijk was geweest dat Bol nog inkomsten genoot, wat had dat dan betekend voor diens verzekering? Volgens Van der Salm was het gevolg dan naar voren gehaald. Als de verzekeraar toen had geweten dat Bol nog werk verrichtte, was de mate van arbeidsongeschiktheid verlaagd met navenante gevolgen voor de uitkering en een verrekening van het teveel ontvangen geld.

Bol had volgens haar zelfstandig moeten aangeven dat hij inkomsten had. Daarmee is Carien Langereis, advocaat van Bol, het niet eens. “Mijn cliënt werkte 80 tot 90 uur in de week, de 5 uur per week die hij in het begin nog wel arbeidstherapeutisch kon werken, staan niet in verhouding daartoe.”

Later vanmorgen deel 2 van het zittingsverslag.

Reageer op dit artikel