Nationale-Nederlanden verbouwt panden: 'Niet zeggen, maar doen'

Nationale-Nederlanden verbouwt panden: 'Niet zeggen, maar doen'

Nationale-Nederlanden heeft haar panden Delftse Poort en Haagse Poort duurzaam verbouwd. Daarbij is gekozen voor een 100 procent circulaire inrichting. Met als resultaat dat de ecologische voetafdruk met 70 procent is verkleind. Tijdens zijn TED talk op de AMdag in november in DeFabrique in Utrecht, vertelde Pieter Lems, manager Strategie & Ontwikkeling bij NN Facility Management, hoe dit unieke project tot stand is gekomen.

Nationale-Nederlanden verbouwt panden: 'Niet zeggen, maar doen'
"Onder het motto niet zeggen, maar doen zijn we dan ook al in 2019 gestart met de renovatie van onze kantoorpanden in Den Haag en Rotterdam."

Uit het onderzoek AM Insights, onder meer over de vraag hoe de verzekeringsbranche denkt over duurzaamheid, bleek dat aandacht voor duurzaamheid bij de verzekeraars zelf kan beginnen. Van alle respondenten was 77 procent van mening dat verzekeraars hun eigen panden duurzaam moeten maken. “Nationale-Nederlanden staat volledig achter deze mening”, vertelde Pieter. “Onder het motto niet zeggen, maar doen zijn we dan ook al in 2019 gestart met de renovatie van onze kantoorpanden in Den Haag en Rotterdam – bij elkaar 37.000m², 22 verdiepingen en werkruimte voor 5.000 medewerkers.”

Passende en comfortabele werkplekken

Voorafgaand aan de verbouwing stelde Nationale-Nederlanden vanuit maatschappelijk perspectief hoge eisen aan duurzaamheid en gezondheid. Daarbij is ook goed gekeken naar kantoorgebruik: het ontwerp moest functioneel zijn en goed aansluiten bij de behoefte van de medewerkers.

Medewerkers kunnen kiezen welke omgeving het beste past bij hun activiteiten van de dag

Pieter: “We hebben verschillende zogenoemde spaces gecreëerd, zodat er voor iedereen en voor elk type werk op elk moment van de dag een passende en comfortabele werkplek beschikbaar is. Daarmee faciliteren we de nieuwe manier van werken, waarbij medewerkers kunnen kiezen welke omgeving het beste past bij hun activiteiten van de dag: elkaar ontmoeten, alleen werken of juist samen, plannen maken of creatieve ideeën ontwikkelen.”

WELL Building Standard

De renovatie van Delftse Poort en Haagse Poort vond plaats op basis van de WELL Building Standard. “Dit is een internationaal keurmerk voor het creëren van een gezond leefklimaat binnen gebouwen”, legde Pieter uit. “In ontwerp- en bouwstrategieën wordt het welzijn van mensen centraal gesteld. Daarbij kun je denken aan lucht- en waterkwaliteit, licht, geluid, warmte, materiaalgebruik, gezonde voeding en voldoende beweging. De diverse nieuwe werkplekken hebben bijvoorbeeld veel groen om de lucht te zuiveren en stress te verminderen. Bij de inrichting maken we uitsluitend gebruik van materialen zonder schadelijke stoffen. Daarnaast besteden we aandacht aan het verbeteren van de akoestiek, het weren van omgevingsgeluid en het voorkomen van blootstelling aan ongezonde emissies. Om beweging te stimuleren hebben we ervoor gezorgd dat de bestaande trappenhuizen zichtbaarder zijn en hebben we nieuwe trappen toegevoegd.”

Maximale circulariteit: niet slopen maar oogsten

“Bij het streven naar maximale circulariteit zijn we uitgegaan van de aanwezige materialen”, vervolgde Pieter. “In het nieuwe ontwerp hebben we vervolgens zo veel mogelijk materialen uit het oude interieur verwerkt. We slopen niet meer, maar we oogsten. Om de gebruikte materialen veilig te stellen voor toekomstig hergebruik zijn ze bovendien losmaakbaar met elkaar verbonden. Materialen die we hebben moeten toevoegen zijn allemaal circulair, extern geoogst en/of biobased. Zo zijn de traptreden gemaakt van meerpalen uit de Rotterdamse haven, werken we met onbehandeld hout, plaatmaterialen uit vlas en leren bekleding van fruitschillen.”

Pieter Lems

Circulair 10 R-model

Leidraad bij het streven naar maximale circulariteit was het circulaire 10 R-model, een voorkeursrangorde op het gebied van circulaire strategieën. “Refuse heeft daarbij de hoogste prioriteit”, zei Pieter. “Dat betekent dat je een product overbodig maakt door van zijn functie af te zien. Daarna volgen onder meer rethink, het intensiveren van productgebruik, onder andere door ervoor te zorgen dat het interieur losmaakbaar is, en reduce, minder gebruik van grondstoffen en materialen in producten. Dan volgt nog re-use, hergebruik van bestaande producten. Onderaan de rangorde staat recycling : het verwerken van materialen tot dezelfde of mindere kwaliteit. De minste voorkeur heeft recover: energieterugwinning door het verbranden van materialen.”

Minimale milieu-impact

Om de milieuimpact objectief te meten paste Pieter de Milieukostenindicator (MKI) toe. “Dit is een weergave van de maatschappelijke kosten om de negatieve milieu-invloeden van een product of project, zoals de renovatie van een interieur, te compenseren. De MKI voegt alle relevante milieueffecten samen, zoals CO₂- en stikstofuitstoot, uitputting van grondstoffen en afvalverwerking. Hoe lager de MKI-waarde, hoe lager de milieuimpact.”

Pieter is trots op de resultaten. “Dankzij onze ambities heeft de verbouwing van Delftse Poort en Haagse Poort een 70 procent lagere milieuimpact opgeleverd. Door hergebruik en toepassing van circulaire materialen hebben we bovendien 89 procent minder gebruik gemaakt van primair materiaal. Ten slotte zijn we 100 procent gecertificeerd voor een gezonde en vitale werkomgeving.”

Duurzaamheid doe je samen

Pieter sloot zijn TED talk af met een belangrijke boodschap. “Duurzaam doen doe je samen. Want je kunt uiteindelijk alleen echt duurzaam zijn en echt impact realiseren als de hele keten haar verantwoordelijkheid neemt.”