nieuws

Kifid: Tussenpersoon niet verantwoordelijk voor gezondheidsverklaring

Financiële planning 2370

Van een tussenpersoon kan niet worden verlangd dat hij informatie over het medische verleden die een klant tijdens een oriënterend gesprek aan hem meedeelt, vastlegt en een jaar later in het adviesgesprek weer ter sprake brengt. Dat oordeelt de Geschillencommissie in een zaak die was aangespannen tegen Ben’s Hypotheekhuis uit Leeuwarden.

Kifid: Tussenpersoon niet verantwoordelijk voor gezondheidsverklaring

De hypotheekadviseur heeft begin 2013 een oriënterend gesprek met de klager en zijn moeder over het sluiten van een hypotheek. De moeder van de klant geeft aan dat haar zoon in 2003 opgenomen is geweest in een psychiatrisch ziekenhuis. De adviseur heeft toen aangegeven dat het medische verleden van 10 jaar geleden geen probleem zou vormen bij het sluiten van een hypotheek en een bijbehorende maandlastenbeschermer.

Arbeidsongeschikt

Een jaar later treffen Ben’s Hypotheekhuis en de man elkaar weer. Na een adviesgesprek sluit de consument een hypotheek en een woonlastenverzekering. Op de gezondheidsverklaring voor die polis wordt de vraag ‘Heeft u voor hart- en/of vaatklachten, enige vorm van kanker of psychische klachten ooit een arts/specialist/psycholoog/psychotherapeut/psychiater geraadpleegd?’ met nee beantwoord.

In maart 2016 raakt de man arbeidsongeschikt als gevolg van een psychose, angstaanvallen en bipolariteit. In februari 2017 dient hij een claim in bij Credit Life, de verzekeraar waar zijn woonlastenpolis loopt. Die laat na onderzoek weten dat er geen recht op uitkering bestaat. De man heeft de precontractuele mededelingsplicht geschonden door niets te melden over zijn eerdere psychische problemen.

Handtekening

Volgens de man is Ben’s Hypotheekhuis hiervoor verantwoordelijk. De tussenpersoon heeft de gezondheidsverklaring voor hem ingevuld. Daarop heeft hij niet aangekruist dat er psychische klachten zijn geweest, terwijl hier wel van op de hoogte was. Bovendien had hij gezegd dat de opname van tien jaar geleden geen belemmering zou zijn en dat de termijn voor de mededelingsplicht zou zijn verstreken.

Tijdens de behandeling van de Kifid-zaak wordt niet duidelijk of de consument of de tussenpersoon de gezondheidsverklaring heeft ingevuld. De uitspraak geeft evenmin uitsluitsel over wat de adviseur in het eerste gesprek precies heeft verteld over de mededelingsplicht. Volgens de Geschillencommissie staat echter wel vast dat de consument die verklaring heeft ondertekend.

Vastleggen in dossier

De klager heeft volgens de commissie ten onrechte vertrouwd op algemene informatie uit het eerste oriënterende gesprek. “Van Tussenpersoon kan niet worden verlangd dat hij informatie over het medische verleden die Consument ongeveer een jaar eerder tijdens een algemeen, oriënterend gesprek aan hem had meegedeeld, onthoudt of vast legt in een dossier en bij het adviesgesprek in 2014 weer ter sprake brengt”, aldus de uitspraak. “Ook indien Consument afging op de mededeling van Tussenpersoon in het oriënterend gesprek – dat een medisch verleden van meer dan 10 jaar geleden geen probleem vormt – had hij geen gegronde reden om ‘nee’ te antwoorden op de vraag naar zijn medisch verleden.”

Als de man twijfels had, had hij zijn adviseur moeten herinneren aan het eerste gesprek en moeten nagaan hoe hij de vraag over het medische verleden moest opvatten. De klager eiste vergoeding van de misgelopen uitkering en de toekomstige schade. De Geschillencommissie wijst die vordering in een bindend besluit af.

Reageer op dit artikel