nieuws

Quion gaat nat met berekening boeterente, moet huiswerk opnieuw doen

Financiële planning 4644

Quion moet opnieuw de boeterente berekenen en het teveel betaalde terugbetalen aan een klant die zijn hypotheek heeft overgesloten naar een andere aanbieder. Volgens klachteninstituut Kifid heeft de geldverstrekker op een onjuiste manier gebruik gemaakt van haar recht om de actuele rente te wijzigen en dit vervolgens onvoldoende uitgelegd. Volgens de adviseur van de klant gaat het uiteindelijk om € 20.000 teveel berekende boeterente.

Quion gaat nat met berekening boeterente, moet huiswerk opnieuw doen

De consument sloot in 2007 zijn hypotheek bij Quion (Ember hypotheken 2) af met rentetarief van 4,7% voor vijftien jaar vast. Eind 2016 wil de consument zijn hypotheek verhogen bij de bestaande geldverstrekker. Ember hypotheken 2 verstrekt echter niet langer hypotheken, waardoor de consument zich genoodzaakt ziet om de lening over te sluiten bij een andere geldverstrekker. Hij vraagt een voorlopige aflosnota aan waaruit blijkt dat hij een boeterente van bijna € 12.000 zou moeten betalen. In de brief wordt wel vermeld dat de bedragen op de definitieve aflosnota kunnen afwijken van die op de voorlopige aflosnota.

Definitieve aflosnota

Wanneer eind februari 2017 de definitieve aflosnota komt, blijkt dat de consument een boeterente van ruim 22.000 euro moet betalen. De afwijking heeft te maken met het feit dat de geldverstrekker in december 2016 haar rentetarief met 0,55% heeft verlaagd. De consument is van mening dat deze rentewijziging niet in lijn is met de rentebewegingen op de markt en stapt naar het Kifid.

Boeterente

Het klachteninstituut contateert dat de consument in beginsel een boeterente moet betalen en verwijst daarbij naar de leningovereenkomst. Hierin is vastgelegd dat bij vervroegd aflossen de consument een vergoeding moet betalen wanneer de actuele rente lager is dan de contractsrente. De geschillencommissie concludeert verder dat de geldverstrekker haar rentetarief mag wijzigen en de geldverstrekker  ook niet verplicht is om de consument voor een rentewijziging te waarschuwen. “De rentetarieven van de geldverstrekker zijn te vinden op de website en daarmee voor iedereen en dus ook voor deze consument en zijn adviseur te raadplegen.”

Rentetarief staatslening

De geldverstrekker dient echter het recht om de rente te wijzigen te gebruiken op een manier die naar redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is, zo stelt het klachteninstituut in haar uitspraak. De consument heeft volgens de geschillencommissie met feiten onderbouwd aangegeven dat de rentewijziging in december 2016 niet in lijn is met de markt. “De Geschillencommissie stelt vast dat de geldverstrekker in de periode juli 2015 – december 2016 haar rentetarieven niet heeft gewijzigd. De financiële dienstverlener heeft niet weersproken dat voor een rentevast tarief van 15 jaar de rente van een tienjarige staatslening uitgangspunt is. Feit is dat het rentetarief voor een tienjarige staatslening tussen eind november 2016 en eind februari 2017 is gestegen van 0,4% naar 0,56%.”

‘Niet aanvaardbaar’

Dat Quion de enkel en alleen de veranderende markomstandigheden aanhaalt al reden voor de rentewijziging is volgens Kifid onvoldoende motivatie voor de rentewijziging van december 2016. De Geschillencommissie verwijst in dat kader naar de ‘verzwaarde stelplicht’ in de uitspraak van de Commissie van Beroep met nummer 2017-008. “De geldverstrekker kan niet volstaan met alleen ‘de veranderende marktomstandigheden’ als reden voor de rentewijziging. Dit terwijl in diezelfde periode de rentetarieven op de kapitaalmarkt nauwelijks zijn gestegen. De Geschillencommissie concludeert dat de geldverstrekker het recht om de rente te wijzigen heeft gebruikt op een manier die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaardbaar is.”

Individuele klantenkorting

De geldverstrekker moet de boeterente opnieuw berekenen, waarbij de vergelijkingsrente moet aansluiten op het voor deze consument geldende rentetarief van eind november 2016. Volgens Cournot Adviseurs, de tussenpersoon van de man, kan het bedrag van de teveel berekende boetrente nog wel eens verder oplopen. Hypotheekadviseur Ferdinand de Regt: “Ook speelt een rol bij het geschil dat een individuele klantenkorting van 0,55% is toegepast bij eerdere boeterente berekeningen. Al bij al draait het geschil om een correctie van circa € 20.000 van de boeterente.”

Reageer op dit artikel