nieuws

Kifid: Nazorgplicht bij consumptief krediet is beperkt

Financiële planning 1834 PA

De plicht tot nazorg bij consumptief krediet is beperkt. Een financieel adviseur hoeft rentewijzigingen van de bank niet in de gaten te houden. Evenmin hoeft hij zelfstandig over het rentetarief met de bank te onderhandelen. Periodiek contact met de klant is voldoende. Dat stelt het Kifid in een zaak tegen VDZ Geldzaken uit Hengelo.

Kifid: Nazorgplicht bij consumptief krediet is beperkt

De consument in dit geschil sluit in 2005 samen met haar echtgenoot een doorlopend krediet met een maximum van € 35.000. Dat gebeurt na advies en bemiddeling door VDZ bij Voordeelbank, een dochter van Interbank. Doordat verschillende leningen in dit krediet werden samengevoegd, kreeg de consument een aanzienlijke renteverlaging.

Marktrente

De vrouw gebruikt de vrije kredietruimte meermaals voordat het krediet in 2016 wordt omgezet in een persoonlijke lening. Ze vindt dat het variabele rentetarief dat in rekening is gebracht maar beperkt heeft meebewogen met de algemene marktrente. VDZ had volgens haar beter voor haar belangen op moeten komen door met de bank te onderhandelen over een lager rentetarief.

In 2010 heeft de adviseur nog geprobeerd het consumptief krediet te herfinancieren. Dat is echter mislukt doordat de vrouw tussentijds zonder medeweten van haar financieel adviseur meerdere andere kredieten elders had afgesloten. De klager vindt dat VDZ onvoldoende heeft gedaan om te voorkomen dat ze een hoge rente moest betalen. Ze eist een compensatie van € 11.000 aan geleden schade.

Geen complex product

De Geschillencommissie stelt in haar uitspraak vast dat een consumptief krediet geen complex product is. “De zorgplicht voor een adviseur of bemiddelaar van (consumptief) krediet gaat daarom minder ver dan bij bijvoorbeeld de zorgplicht van een assurantietussenpersoon die adviseert of bemiddelt bij ingewikkelde financiële producten zoals de meeste levensverzekeringen, omdat de werking of prijsstelling van een ingewikkeld financieel product veelal moeilijker te begrijpen is voor een consument.”

Volgens het Kifid was het de consument bij afsluiten van het krediet duidelijk dat het rentetarief variabel zou zijn en dat de bank het tarief periodiek zou vaststellen. Die wijzigingen kunnen niet worden beschouwd als ‘wezenlijke verandering van informatie’. Bovendien wordt een adviseur na afsluiten niet over rentewijzigingen geïnformeerd. “Het was aan Consument – die op de hoogte was van het in haar geval gehanteerde rentetarief – om met Adviseur contact op te nemen zodra zij dacht dat verbetering of wijziging van het Krediet mogelijk of wenselijk was”, aldus de Geschillencommissie.

Periodiek contact

Een adviseur hoeft daarover niet uit zichzelf in onderhandeling met de bank. Het Kifid acht het voldoende als een adviseur die doorlopende provisie ontvangt periodiek met zijn cliënten contact opneemt om te informeren of het product nog passend is. Wat daarvoor een redelijke termijn is, hangt af van de omstandigheden van het geval. De klant moet hem dan wel van voldoende relevante informatie geven en de eigen wensen kenbaar maken. Dat periodiek contact is er in dit geval geweest, stelt Kifid vast.

De consument heeft naar het oordeel van de commissie niet aannemelijk gemaakt dat zij gedurende de looptijd het krediet tegen een gunstiger rentetarief had kunnen oversluiten, omzetten of in het geheel had willen aflossen. Zij kon op ieder moment het krediet deels of geheel aflossen, maar heeft daar tot aan 2016 niet voor gekozen. Dat ligt niet aan VDZ. De Geschillencommissie oordeelt dat die aan zijn zorgplicht heeft voldaan en wijst de vordering af.

Beroep

De uitspraak is bindend. Het is de eerste keer dat de Geschillencommissie uitspraak heeft gedaan over de zorgplicht van een tussenpersoon na het afsluiten van een doorlopend krediet. Daarom geeft Kifid de mogelijkheid tot beroep. Voor de behandeling van soortgelijke klachten kan het van belang zijn de visie van de Commissie van Beroep te vernemen, aldus Kifid.

Reageer op dit artikel