nieuws

Collegiale dienst geldt niet als overeenkomst van opdracht

Financiële planning 1512

Een officemanager van een financieel advieskantoor die haar voormalige broodheer voor het Kifid daagde heeft bot gevangen. De Geschillencommissie is het met het advieskantoor eens dat een collegiale dienst niet kan worden gezien als een overeenkomst van opdracht.

Collegiale dienst geldt niet als overeenkomst van opdracht

Het gaat in de zaak om de voormalige officemanager (ze werkte er van 2008 tot 2016) van Lancyr Mutsaers Assurantiën uit Tilburg. Zij had een hypotheek lopen met een rentevastperiode van twintig jaar. Op 10 juli 2014 vroeg ze aan haar geldverstrekker om een voorlopige afrekening voor algehele aflossing van de geldlening, een bedrag van € 128.422,68. De geldverstrekker vermeldt vervolgens op de aflosnota een vergoeding voor de vervroegde aflossing van € 2.214,21.

Waarom hoor ik niks?

De officemanager kaart in oktober 2014 haar situatie aan bij een collega die de functie bekleedt van hypotheekadviseur. Ze geeft aan dat ze haar geldlening wil oversluiten om te profiteren van een lagere rente. Ze heeft, op zijn verzoek, vervolgens ook stukken verzameld. Eind oktober wordt ze echter ziek en valt voor een langere periode uit. Eind 2014 stuurt ze haar collega nog een sms: ‘Waarom heb ik eigenlijk nog niks gehoord over mijn hypotheek oversluiting, nu kan het dit jaar niet meer en volgend jaar worden de normen aangescherpt’. De collega reageert als volgt: ‘We hebben 6 weken geen contact gehad. Laten we eerst kijken hoe je kunt re-integreren.’

De gang naar Kifid

Begin 2015 gaat de officemanager weer werken en wendt ze zich tot een hypotheekadviseur van een ander kantoor voor advies. In 2015 vraagt ze haar geldverstrekker om een omzetting van de geldlening naar een ander rentetarief. De hoofdsom is dan nog € 118.045. De geldverstrekker laat weten dat € 21.762,83 verschuldigd is als vergoeding voor schade bij de omzetting.

Per 1 juli 2016 gaat de office manager uit dienst. Ze dient in maart 2017 een klacht plus schadevordering in bij Mutsaers. Die weigert te betalen waarna de gang naar Kifid volgt. De voormalige medewerkster vordert daar € 19.548,62 (het verschil tussen € 21.762,83 en € 2.214,21). Zij stelt dat het kantoor toerekenbaar is tekortgeschoten omdat ze wilde oversluiten en de adviseur vervolgens geen actie ondernam. Ook stelt ze dat door het nalatige gedrag van de adviseur de vergoeding voor de aanbieder nu vele malen hoger is geworden.

Geen overeenkomst

De Geschillencommissie is het echter met het advieskantoor eens dat er geen overeenkomst van dienstverlening tot stand is gekomen maar dat het een collegiale dienst betrof. Mutsaers geeft aan dat een collega ook al eerder eens berekeningen voor de officemanager heeft gemaakt. Bovendien, stelt het kantoor, is voor diensten aan personeel net als bij ‘gewone klanten’ een overeenkomst van opdracht vereist. Ook stelt het kantoor dat het bedrag van € 2.214,21 ziet op de verschuldigde vergoeding bij het oversluiten van de geldlening, en het bedrag van € 21.762,83 ziet op de vergoeding die verschuldigd wordt bij omzetting van de rente tijdens de looptijd van de geldlening. Volgens het kantoor worden deze twee bedragen ten onrechte door de ex-werkneemster met elkaar vergeleken.

Onvoldoende bewijs

De Geschillencommissie beslist als volgt: “Afgezien van het sms-bericht van 9 december 2014 en de eigen verklaring van de klant heeft de klant geen enkel bewijs geleverd waaruit blijkt dat met de adviseur een overeenkomst was gesloten tot het verrichten van werkzaamheden of dat er toezeggingen zijn gedaan over het bemiddelen bij het oversluiten van de geldlening.”

Reageer op dit artikel