Kifid stelt het Waarborgfonds in het gelijk

Het Waarborgfonds Motorverkeer (hierna het Waarborgfonds) ontvangt een verzoek om schadevergoeding omdat de auto van betrokkene schade heeft opgelopen, in parkeerstand, door een onbekende derde (zijnde een onbekend gebleven motorvoertuig). In dat geval kan er een beroep worden gedaan op het Waarborgfonds om de schade vergoed te krijgen. Daaraan zijn natuurlijk wel een aantal voorwaarden verbonden, zoals een getuige, aangifte bij de politie en natuurlijk dat de schade is veroorzaakt door een ander, onbekend motorvoertuig.
Delen:

Het Waarborgfonds heeft, na ontvangst van het verzoek om schadevergoeding, een expert ingeschakeld om de autoschade te beoordelen en de hoogte van het schadebedrag vast te stellen. Daarbij wordt ook gekeken of de schade door een ander motorvoertuig is ontstaan.

De expert komt, aan de hand van het schadebeeld, tot de conclusie dat de schade niet is veroorzaakt door een ander motorvoertuig maar door een aanrijding met een vast object. Hierbij kunt u denken aan een paaltje, muur of vangrail.

Afdeling Speciale Zaken

Het dossier wordt overgedragen aan de afdeling Speciale Zaken voor nader onderzoek naar (mogelijke) fraude. Naar aanleiding van het expertiserapport, diverse contacten met de betrokken partij is door de Afdeling Speciale Zaken besloten een ongevallenanalist in te schakelen om de schade (nogmaals) te laten beoordelen.

Ongevallenanalist

De ongevallenanalist komt ook tot de conclusie dat de schade niet is veroorzaakt door een ander motorvoertuig, maar dat deze is veroorzaakt door een aanrijding met een vast object. Volgens de ongevallenanalist is onder andere aan de vorm van de krassen en de stootrichting te zien dat deze schade niet is veroorzaakt door een ander motorvoertuig.

In het schadebeeld zijn geen schadebeeldkenmerken aanwezig die zouden kunnen duiden op of passen bij een aanrijding met een ander motorvoertuig. Het ontbreekt bijvoorbeeld aan wielcontactsporen of een bumperveeg. De ongevallenanalist heeft vervolgens ook beoordeeld of het ontstaan van de schade door betrokkene moet zijn opgemerkt. De ongevallenanalist stelt vast dat het ontstaan van de schade moet zijn bemerkt en dan met name gehoord en gevoeld.

De Afdeling Speciale Zaken komt tot de conclusie dat er sprake is van opzettelijke misleiding en registreert de persoonsgegevens van betrokkene in de interne- en externe databanken, de schade wordt niet vergoed en de gemaakte interne onderzoekskosten worden gevorderd.

Klacht

Betrokkene wendt zich vervolgens tot het Kifid. Betrokkene bestrijdt dat hij het Waarborgfonds opzettelijk heeft misleid en wil dat het Waarborgfonds zijn schade alsnog vergoedt, de registraties van zijn persoonsgegevens ongedaan worden gemaakt, de melding aan het CBV en de vordering tot betaling van de onderzoekskosten worden ingetrokken.

Betrokkene heeft ter onderbouwing aangevoerd dat de auto op het moment van het parkeren onbeschadigd was en hij bij terugkomst de auto met schade aantrof. Betrokkene betwist uitdrukkelijk dat de schade zelf is veroorzaakt. Ook verwijst betrokkene naar het feit dat er al drie jaar werkzaamheden worden verricht in de buurt en dat de mogelijkheid bestaat dat een auto die vaste objecten vervoert de schade heeft veroorzaakt.

Ook zou het Waarborgfonds onvoldoende hebben aangetoond dat er sprake is van opzettelijk misleiding. Betrokkene is van mening er alles aan gedaan te hebben om te bewijzen dat de auto zonder schade is geparkeerd. Hij heeft ook een verklaring overlegd van een autobedrijf dat aangeeft dat dit soort schades vaak voorkomen en dat deze vaak zijn aangebracht door een vrachtwagen of een (werk)bus met een gemonteerd rek aan de zijkant van de auto of een aanhangwagen. Betrokkene blijft erbij dat de schade is veroorzaakt door een ander motorvoertuig.

Het verweer van het Waarborgfonds

Uit onderzoek door het expertise bureau en de ongevallenanalist blijkt dat betrokkene in strijd met de waarheid heeft verklaard. Beide experts verklaren dat de schade is veroorzaakt door een aanrijding met een vast object en niet door een aanrijding met een motorvoertuig. Het Waarborgfonds is daarom niet verplicht de schade aan de auto te vergoeden. Bovendien is het Waarborgfonds van mening dat er sprake is van opzettelijke misleiding omdat betrokkene stelt dat de schade is veroorzaakt door een ander motorvoertuig en de auto in parkeerstand is beschadigd, terwijl de auto volgens de experts in beweging was toen de schade werd veroorzaakt.

Betrokkene wist dat de schade niet in parkeerstand is ontstaan en dat de auto niet schadevrij is geparkeerd. Daar komt ook nog bij dat betrokkene geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een contra-expert in te schakelen. Betrokkene heeft het Waarborgfonds opzettelijk misleid met het doel een uitkering te verkrijgen waar geen recht op is. Hiermee is aan de vereisten voor de registratie van de persoonsgegevens voldaan.

Het claimen van schade zonder bekende veroorzaker is fraudegevoelig en de schadelast wordt gedragen door iedere premiebetalende motorrijtuigbezitter. Betrokkene blijft volharden in zijn ongeloofwaardige stelling, terwijl hij geen tegenbewijs heeft geleverd. De geringe hoogte van het financiële belang en omdat betrokkene geen andere incidenten op zijn naam heeft, zijn verzachtende omstandigheden en hebben geleid tot een registratie in het Incidentenregister en in het Extern verwijzingsregister van drie jaar. Uit niets blijkt dat betrokkene disproportioneel door de registratie wordt geraakt. Ook is het Waarborgfonds gerechtigd de gemaakte onderzoekskosten terug te vorderen.

De beoordeling van het Kifid

Afweging afwijzing schadevergoeding

Allereerst buigt het Kifid zich over de vraag of het Waarborgfonds het verzoek om schadevergoeding terecht heeft afgewezen.

Zij neemt mee in haar overweging dat betrokkene enkel recht heeft op een vergoeding van de schade door het Waarborgfonds als vast komt te staan dat de schade aan de geparkeerde auto is veroorzaakt door een ander motorvoertuig. Hierbij is het aan betrokkene om aan te tonen dat de in zijn melding vermelde feiten daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Het Kifid is van oordeel dat betrokkene hierin niet is geslaagd. Gelet op de bevindingen van de door het Waarborgfonds ingeschakelde experts, kan de schade niet zijn veroorzaakt door een ander motorvoertuig.

Wat betrokkene tegen de expertise-rapporten heeft ingebracht, namelijk zijn eigen uitleg en de verklaring van het autobedrijf waaruit zou moeten volgen dat de schade door een motorrijtuig (met glasrek) is veroorzaakt, is naar het oordeel van het Kifid niet overtuigend en levert daarom onvoldoende tegenbewijs op.

Het Kifid is van oordeel dat betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de schade is veroorzaakt zoals hij heeft verklaard. Het Waarborgfonds mocht het verzoek om schadevergoeding daarom afwijzen.

Afweging registratie persoonsgegevens

Het Waarborgfonds heeft de gegevens van betrokkene geregistreerd omdat hij verzekeraars wil waarschuwen dat betrokkene heeft gefraudeerd.

Het Waarborgfonds is een derde-organisatie die bij het Protocol is aangesloten en voldoet aan de criteria van artikel 4.27 Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen van 23 oktober 2013 (hierna: ‘het Protocol’). De registraties in het Incidentenregister en het EVR moeten voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in het Protocol. Het Kifid toetst eerst of de opname in het EVR terecht en proportioneel is. Omdat het EVR is gekoppeld aan het Incidentenregister, is de incidentenregistratie toegestaan zolang de melding in het EVR is toegestaan (artikel 5.1.1 van het Protocol).

Artikel 5.2.1 van het Protocol bepaalt onder welke voorwaarden persoonsgegevens mogen worden opgenomen in het Extern Verwijzingsregister. Vereist is dat er een zwaardere verdenking tegen betrokkene bestaat dan alleen maar een redelijk vermoeden van schuld aan de fraude. Dit betekent dat alleen een verdenking van fraude niet genoeg is, hier moet ook enig bewijs voor zijn. Het Waarborgfonds moet dus goede redenen hebben de gegevens te registreren en hij moet dat ook voldoende kunnen onderbouwen.

Het Kifid stelt vast dat is komen vast te staan dat de schade niet is veroorzaakt op de wijze zoals betrokkene stelt. Dat is gebleken uit het rapport van de ongevallenanalist.

Ter zitting heeft betrokkene verklaard dat hij heel precies is met de auto en dat hij de meeste tijd in de auto rijdt. Dat betrokkene onder die omstandigheden niet heeft geweten dat de auto tijdens het rijden is beschadigd, vindt het Kifid niet geloofwaardig. Mede vanwege de omvang van de schade is het Kifid van oordeel dat betrokkene de schade al eerder moet hebben bemerkt. Dit betekent dat betrokkene wist dat de auto was beschadigd voordat hij de auto bij de woning had geparkeerd. Desalniettemin heeft betrokkene geprobeerd deze schade van het Waarborgfonds vergoed te krijgen als zijnde parkeerschade door een onbekend motorrijtuig. Gelet op het voorgaande is het Kifid van oordeel dat betrokkene een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven met het opzet een vergoeding van de schade te krijgen waarop geen recht bestond.

Het Kifid begrijpt dat de registratie nadelige gevolgen heeft voor betrokkene en dat het sluiten van verzekeringen hierdoor wordt bemoeilijkt. Gelet op de feiten en omstandigheden van deze zaak is het Kifid echter van oordeel dat het belang van de financiële sector bij registratie van de persoonsgegevens van de consument zwaarder weegt dan het belang van de consument bij het niet registreren van zijn persoonsgegevens. De omstandigheden van het geval en de belangen van betrokkene zijn in voldoende mate meegewogen. Het Kifid acht de registratie en de door het Waarborgfonds gehanteerde termijn van drie jaar niet disproportioneel.

Gelet op het bovenstaande dient ook de registratie in het Incidentenregister te worden gehandhaafd. Het EVR is gekoppeld aan het Incidentenregister (artikel 5.1.1 van het Protocol). Dit brengt mee dat zolang registratie in het EVR terecht en proportioneel is, de gegevens ook in het Incidentenregister blijven staan. Omdat de incidentenregistratie terecht is, mag daarvan ook een melding aan het CBV worden gedaan. Voor het toewijzen van de vordering tot intrekking van de melding van de incidentenregistratie aan het CBV is volgens het Kifid geen grond aanwezig.

Vordering tot betaling van de onderzoekskosten

Het Kifid is van oordeel dat het Waarborgfonds betrokkene terecht aansprakelijk heeft gesteld voor de kosten die hij door de behandeling van de frauduleuze claim van betrokkene heeft moeten maken. Daarbij heeft het Kifid overwogen dat de door betrokkene gegeven opzettelijke onjuiste voorstelling van zaken kan worden gekwalificeerd als een onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6:162 BW. Betrokkene is daarom verplicht de schade te vergoeden die het Waarborgfonds als gevolg hiervan heeft geleden. De (interne) onderzoekskosten komen op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW voor vergoeding in aanmerking als het Waarborgfonds op enigerlei wijze aantoont dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt als gevolg van de aan betrokkene verweten handelwijze. Het Waarborgfonds zal concreet moeten onderbouwen dat en hoe de kosten samenhangen met het fraudeonderzoek naar betrokkene.

Het Kifid is van oordeel dat het Waarborgfonds voldoende heeft onderbouwd welke werkzaamheden zijn verricht, hoeveel uur hieraan is besteed en dat dit in redelijkheid komt tot het gevorderde bedrag. Er is dus voldoende grond dat betrokkene deze kosten aan het Waarborgfonds moet vergoeden.

Conclusie

Naar het oordeel van het Kifid heeft het Waarborgfonds terecht het verzoek om schadevergoeding afgewezen, de gegevens van betrokkene voor de duur van drie jaar terecht opgenomen in het register en een terechte melding daarvan heeft gemaakt aan het CBV. Ook is het Kifid van oordeel dat er geen reden is om het Waarborgfonds te veroordelen om zijn vordering tot betaling van de door het Waarborgfonds gemaakte interne onderzoekskosten in te trekken. Het Kifid wijst de vorderingen van betrokkene af. [1]

Speciale Zaken maakt een proportionele afweging

Deze uitspraak laat goed zien dat de afdeling Speciale Zaken van het Waarborgfonds niet over één nacht ijs gaat en een goede afweging maakt voordat zij tot registratie overgaan. Hierbij wordt er goed gekeken naar de feiten en/of omstandigheden in een dossier en wordt het belang van betrokkene altijd meegewogen in het te nemen standpunt.


[1] Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2021-0967

Dit is een partnerartikel van De Vereende / Bekijk hier meer artikelen …

Lees ook van deze partner: