Erik van Toledo
werkt bij de Belastingdienst en is lid van de Kennisgroep Verzekeringsproducten en Assurantiebelasting. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.

werkt bij de Belastingdienst en is lid van de Kennisgroep Verzekeringsproducten en Assurantiebelasting. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.


Na een eerste behandeling van het wetsvoorstel Wet herziening bedrag ineens in de Tweede Kamer, was het na januari 2023 lange tijd vrij stil rond het bedrag ineens. De beoogde ingangsdatum werd regelmatig uitgesteld. Eind september 2024 pakte de Kamer de behandeling plots weer op en het wetsvoorstel werd op 8 oktober 2024 aangenomen. Op dit moment ligt het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer en lijkt het bedrag ineens er te gaan komen. Wat de Wet (herziening) bedrag ineens ook al weer meebrengt op het terrein van lijfrenten lees je hier!

In de financiële branche komen regelmatig vragen op over de opties en onmogelijkheden bij uitvoering van lijfrentecontracten als de contractueel overeengekomen einddatum van een lijfrente nadert (= einde opbouwfase). In deze bijdrage wordt ingegaan op de (on)mogelijkheden bij uitvoering van lijfrenteverzekeringen, bij in leven zijn op de einddatum, die zijn afgesloten onder het regime van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001).

De Wet toekomst pensioenen (Wtp) heeft wijzigingen op het lijfrenteterrein met zich gebracht. Vorig jaar is de aftrekruimte binnen de jaarruimte verruimd. Dat is nog niet alles. Bij het bepalen van de jaarruimte moet een bedrag in mindering worden gebracht in verband met opbouw van pensioenaanspraken. De wijze van die pensioenimputatie kan voor een klant zijn gewijzigd voor 2024. In dit artikel wordt beschreven wanneer dat het geval is en welke wijze van pensioenimputatie van toepassing is.

De lijfrente waarbij de premiebetaling via de werkgever loopt is stevig in opkomst. Daarmee is een nieuw fenomeen, de zogenoemde 'werkgeverslijfrente', geboren. Wat houdt zo'n werkgeverslijfrente in en wat zijn de aandachtspunten bij een dergelijke lijfrente? Daar heeft de Kennisgroep Verzekeringsproducten en Assurantiebelasting van de Belastingdienst recent een tweetal vragen over beantwoord. In deze blog ga ik op die antwoorden in.

Begin maart 2024 is de aftrap gegeven voor de aangiftecampagne voor de inkomstenbelasting 2023. Gebleken is dat de Belastingdienst bij de aangifte inkomstenbelasting 2023 extra aandacht vraagt voor de afkoop van lijfrenten die hebben plaatsgevonden in het betreffende jaar. In verband daarmee heeft de Belastingdienst brieven uitgedaan om de lijfrentehouders die hun lijfrente in 2023 hebben afgekocht erop te attenderen hoe zij de aangifte op dit punt goed kunnen invullen.

Het nieuwe fiscale jaar is begonnen en er bieden zich weer tal van nieuwe mogelijkheden aan. Zo zou je een lijfrentepremie kunnen storten in een lijfrenteverzekering om daarmee een extra aftrekpost te creëren. Handig is het dan om vooraf een berekening van de aftrekruimte te (laten) maken. Om je daarbij te ontzorgen, is door diverse bedrijven software ontwikkeld. Daarin moeten dan de juiste wettelijke uitgangspunten zijn verwerkt. Helaas is dat niet altijd het geval. Wat zijn de grenzen?
