nieuws

Rechter: Ohra moet tonnen brandschade uitkeren ondanks verzwegen wietkwekerij

Schade 1623

Ohra heeft ten onrechte geweigerd brandschade uit te keren aan de eigenaren van een huis waarin kort voor de ingangsdatum van de polis nog een wietplantage zat. De man van het stel is veroordeeld voor betrokkenheid bij die hennepkwekerij. De rechter oordeelde dat de verzekeraar geen beroep kon doen op een verlengde mededelingsplicht. Ook heeft Ohra niet kunnen aantonen dat de verzekerden de polisvoorwaarden toegestuurd hebben gekregen.

Rechter: Ohra moet tonnen brandschade uitkeren ondanks verzwegen wietkwekerij

De eisers in deze rechtszaak bellen in februari 2007 naar Ohra om een opstal- en inboedelverzekering af te sluiten. Ze wonen samen in hetzelfde huis en zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. Dekking en premiebetaling gaan respectievelijk in op 1 november 2007 en 1 november 2011. Het stel krijgt ter controle een schriftelijke weergave van de telefonisch voorgelegde vragen. Daarin geven de verzekerden aan de woning te gebruiken voor eigen bewoning en niet voor (kamer)verhuur. Ook antwoorden ze ‘nee’ op de vraag of ze met politie en justitie in aanraking zijn geweest in verband met de Opiumwet.

Wietkwekerij

Dat klopt ook, althans op dat moment. Tussen eind maart en half juni 2007 wordt een deel van de woning verhuurd. In dat verhuurde deel vindt de politie een wietplantage. De man wordt begin 2008 door de politierechter veroordeeld wegens betrokkenheid bij die kwekerij. Het stel meldt dit niet bij Ohra. Ze laten de verzekeraar in 2012 evenmin weten dat de vrouw de woning verlaat en elders gaat wonen omdat de twee in scheiding liggen.

Inboedel verloren

In februari 2013 breekt er brand uit in het huis dat daardoor zwaar verwoest raakt. De aanwezige inboedel gaat grotendeels verloren. Volgens een expertisebureau dat namens de eisers en Ohra onderzoek doet komt de schade aan de inboedel op ruim € 118.000. De verzekeraar keert eerst een voorschot uit van € 7.500. Later volgt, na tussenkomst van de voorzieningenrechter, nog een voorschot van een ton.

De twee partijen zijn dan inmiddels in een juridische strijd verwikkeld geraakt. Uit onderzoek dat de politie in opdracht van Ohra heeft uitgevoerd, is gebleken dat sprake was van brandstichting. Zowel de politie als onderzoekers van Ohra hebben de man verhoord in verband met mogelijke betrokkenheid. Uiteindelijk seponeert het OM de zaak tegen de man.

Schade opstal: ruim 4 ton

Ohra weigert echter de brandschade uit te keren. Volgens de verzekeraar hadden de bewoners voor ingang van de polis alsnog het strafrechtelijk verleden van de man moeten melden. Ook hadden ze Ohra moeten informeren over een praktijkruimte in de woning en de verhuur van een ruimte waarin een wietkwekerij werd geëxploiteerd. De verzekeraar had bovendien bericht moeten krijgen dat de vrouw niet meer in het huis woont. Ondertussen hebben beide partijen nog wel – onder voorbehoud van dekking – de schade onder de opstalverzekering laten vaststellen. Die kwam uit op ruim 4 ton.

Verlengde mededelingsplicht

Bij de rechtbank Gelderland eisen de bewoners die 4 ton op, evenals de ruim € 118.000 schade op de inboedelverzekering. Zij krijgen van de rechter gedeeltelijk gelijk.

Volgens de rechter kan Ohra geen beroep doen op een verlengde mededelingsplicht. Die zou volgens Ohra gelden omdat de dekking ruim een halfjaar later inging dan dat de polis werd gesloten. De mededelingsplicht in de polisvoorwaarden spreekt echter alleen maar over “onjuistheden in de antwoorden die bij de aanvraag zijn gegeven”. De omstandigheden waarvan de eisers volgens de verzekeraar melding hadden moeten maken, deden zich pas later voor.

Geen polisvoorwaarden ontvangen

Ook een beroep op twee andere artikelen uit de polisvoorwaarden faalt. Daarin is de meldingsplicht bij gewijzigde omstandigheden gedurende de looptijd van de verzekering vastgelegd. De verhuur, de wietplantage en de praktijkruimte hadden volgens Ohra op grond daarvan alsnog gemeld moeten worden.

De bewoners stellen dat niet ter discussie, maar zeggen die voorwaarden niet te hebben gekregen voor of tijdens het afsluiten van de overeenkomst. Dat is volgens rechtspraak relevant als het gaat om algemene voorwaarden. Ohra heeft volgens de rechter niet kunnen aantonen dat de eisers die voorwaarden hebben ontvangen. De verzekeraar heeft geen begeleidende brief die bij die stukken hoort uit het archief kunnen opduikelen.

Betrokkenheid brand niet bewezen

Ohra kan daarom geen consequenties verbinden aan het niet melden van de verhuur en de hennepkwekerij. Dat gaat niet op voor de praktijkruimte, omdat daar later sprake van was. Toen waren er nieuwe voorwaarden, waarover de eisers wel zijn geïnformeerd. De rechter is er echter van overtuigd dat kennis van zo’n hobbymatige praktijkruimte voor Ohra geen reden zou zijn geweest de overeenkomst te beëindigen.

Ohra wijst nog op de betrokkenheid van de man bij de brandstichting, maar dat is volgens de rechter onvoldoende bewezen. De verzekeraar moet daarom 50% van de herbouwwaarde uitkeren. Dat is ruim 2 ton, de helft van de op ruim 4 ton begrote schade op de opstalverzekering. Dat bedrag kan oplopen met nog eens 2 ton als uit facturen blijkt dat de totale herbouwkosten de 50% overstijgen.

Inboedelschade voor eigen rekening

De eis van de bewoners om ook schade te vergoeden op de inboedelverzekering slaagt niet. Niet omdat Ohra beroep doet op de scheiding, want feitelijk waren de twee nog niet gescheiden tijdens de brand. Dus is het volgens de rechter niet vreemd dat er eigendommen van de vrouw in het huis aanwezig waren.

Maar wel omdat de man heeft verzuimd binnen een maand te melden dat zijn vrouw elders is gaan wonen. “Dat Ohra hierdoor in haar redelijke belangen is geschaad, is voldoende komen vast te staan. Aannemelijk is dat Ohra in het geval dat de man tijdig had gemeld dat zij was verhuisd de polis op naam van de man had willen zetten. Op dat moment zou een nieuwe overeenkomst zijn gesloten, waarbij Ohra de man naar zijn strafrechtelijk verleden zou hebben gevraagd. Omdat hij op dat moment reeds was veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet is zeer wel aannemelijk dat de man als contractspartij zou zijn geweigerd door OHRA”, aldus het vonnis.

De inboedelschade komt dus voor rekening van de verzekerden. Het voorschot dat de twee hiervoor ontvingen wordt in mindering gebracht op de uit te keren schade op de opstalverzekering. Ohra moet nog ruim € 94.000 betalen, en wellicht nog 2 ton meer als de herbouw duurder uitpakt.

Reageer op dit artikel