nieuws

Kifid oppert premierestitutie voor klant die onbewust meldingsplicht schond

Schade 3971

Woonlastenverzekeraar BNP Paribas Cardif keerde terecht niet uit aan een verzekerde die haar bestaande aandoening niet meldde en beëindigde rechtmatig de verzekering. Maar omdat de vrouw de aanvraag voor de verzekering te goeder trouw invulde, doet klachteninstituut Kifid BNP Paribas Cardif de suggestie om de klant haar aandeel in de koopsom terug te betalen. Een wetsvoorstel voor premierestitutie in dit soort gevallen is in de maak.

Kifid oppert premierestitutie voor klant die onbewust meldingsplicht schond

Het gaat in de zaak om een vrouw die in 2005 samen met haar partner een aanvraag doet voor een woonlastenverzekering die ingaat op 3 maart 2006. Bij de aanvraag geeft de vrouw aan dat ze niet lijdt aan een ziekte of kwaal, dat ze de voorgaande vijf jaar geen specialist heeft geraadpleegd en dat ze niet onder controle staat of medicijnen gebruikt.

Operaties in jeugd

Desondanks krijgt de vrouw van 2007 toch gezondheidsklachten, voornamelijk hoofdpijn. Deze worden veroorzaakt door hydrocephalus, vochtophopingen in de hersenholtes. Eind 2007 wordt ze hier, na dit ook al enkele malen in haar jeugd is gebeurd, aan geopereerd. Het leidt nauwelijks tot een afname van de ernstige klachten waarna de vrouw in augustus 2014 door het UWV 100% arbeidsongeschikt wordt verklaard.

Bestaande aandoening

BNP Paribas Cardif wijst haar claim op grond van de woonlastenverzekering echter van de hand omdat de medisch adviseur van de verzekeraar al snel de hydrocephalus en daarvoor aangebrachte drain uit het medische verleden van de vrouw opdiept. De verzekeraar beschouwt het als een bestaande aandoening de ze had moeten melden. Omdat de vrouw dit niet deed beëindigt BNP Paribas Cardif de verzekering.

Erfelijkheidsonderzoek

De vrouw brengt daar nog tegenin dat zij in 1999 in het licht van een kinderwens een erfelijkheidsonderzoek had laten doen. Daarbij kwam onder meer aan het licht dat de in 1975 aangebrachte drain, die in 1985 werd gereviseerd, niet meer functioneerde. Maar omdat de vrouw geen klachten had, werd toentertijd de conclusie getrokken dat het lichaam de functie van het afvoeren van het hersenvocht had overgenomen. Ze ging er daarom bij de aanvraag van de verzekering vanuit dat ze geen aandoening meer had.

Aard en ernst

Dat laat ook volgens Kifid echter onverlet dat ze haar hydrocephalus wel had moeten melden. “De Commissie acht het namelijk van belang dat de aandoening hydrocefalus van zodanige aard en ernst is, dat deze Consument niet ontschoten kan zijn. Consument was van kinds af aan bekend met de aandoening en met de mogelijke gevolgen daarvan. Dat Consument zich van de aandoening bewust was, blijkt ook wel uit het feit dat zij in het kader van haar kinderwens, mede hiervoor, een arts geraadpleegd heeft.”

Te goeder trouw

BNP Paribis Cardif had volgens de geschillencommissie als “redelijk handelend verzekeraar” het recht om de verzekering te weigeren. De vrouw kan echter onvoldoende worden verweten dat ze haar aandoening niet meldde. “De Commissie acht daartoe van belang dat Consument ongeveer zes jaar voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst van een arts te horen heeft gekregen dat de drain in haar hoofd niet meer functioneerde en dat haar lichaam de functie kennelijk zelfstandig had overgenomen. Consument heeft op basis van die mededeling redelijkerwijs mogen aannemen dat zij genezen was. (…)In het licht van dit alles blijft de Commissie van oordeel dat Consument melding had moeten maken van de aandoening, maar acht de Commissie het aannemelijk dat Consument te goeder trouw was bij het niet-mededelen aan Verzekeraar van de hydrocefalus en de aanwezigheid in haar hoofd van een shunt.”

Voornemen wetsvoorstel

Omdat de vrouw te goeder trouw was geeft Kifid in haar uitspraak  BNP Paribas Carif in overweging het Consument betrekking hebbende aandeel in de voor de verzekering betaalde koopsom te retourneren. Daarmee loopt de geschillencommissie vooruit op het voornemen van het ministerie van Justitie en Veiligheid een wetsontwerp in te dienen dat beoogt aan artikel 7:930 lid 4 BW (thans luidende “In afwijking van de leden 2 en 3 is geen uitkering verschuldigd indien de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering zou hebben gesloten.”) de volgende zin toe te voegen: “De verzekeringnemer is in dit geval evenmin premie verschuldigd.”

Aanbod van € 620

BNP Paribas Cardif heeft, op het moment dat zij op de hoogte raakte van de medische geschiedenis van consument en de verzekering beëindigde, de vrouw al een bedrag van € 620 aangeboden als niet-verdiend deel van de koopsom. De totale koopsom voor beide partners bedroeg ruim € 6.350.

Reageer op dit artikel