nieuws

Eric Horssius: ‘Verzekeraars niet toegerust om fraudeurs zelf voor rechter te brengen’

Schade 1828

Contra-expert en jurist Eric Horssius kijkt met argwaan naar de zaken waarbij verzekeraars zonder tussenkomst van de politie fraudeurs voor de rechter brengen. Volgens de Ombudsman Schadeverzekeringen is het fraudeoordeel vaak gebaseerd op de visie van slechts één expert die bovendien niet wordt gecheckt. Horssius vreest dat verzekeraars een veroordeling in een van deze proefzaken zullen gebruiken om andere klanten onder druk te zetten hun schadeclaim niet door te zetten.

Eric Horssius: ‘Verzekeraars niet toegerust om fraudeurs zelf voor rechter te brengen’
Foto: Marjolijn Lamme

De rechtbank Rotterdam doet eind deze maand voor het eerst uitspraken over vermeende verzekeringsfraudeurs waarbij de politie is overgeslagen. Door een gebrek aan opsporingscapaciteit dragen verzekeraars in deze proefprocessen zelf de bewijsvoering aan bij het Openbaar Ministerie. Volgens contra-expert en jurist Eric Horssius is het experiment gedoemd te mislukken. Dat hoopt hij althans van harte. Volgens Horssius zit er nogal een verschil tussen wat de overheid en het strafrecht als fraude zien en wat een expert van een verzekeraar als zodanig beschouwt.

Oordeel van één expert

“De toerusting van verzekeraars op het vaststellen van fraude valt tegen. Het is in feite het oordeel van één door de verzekeraar betaalde expert. Dat probeer ik aan de kaak te stellen”, vertelt Horssius. “Als verzekeraar moet je checks en balances hebben, anders kom je heel snel tot het gewenste oordeel. Zo kun je elk schadegeval wel fraude benoemen.”

We moeten het strafrecht niet infecteren met normen die een burgerpartij, een verzekeraar, meent te hebben

Horssius noemt een recente rechtszaak die hij voerde tegen verzekeraar Nh1816 (zie kader) exemplarisch. “De expert heeft in deze zaak geconcludeerd dat sprake van fraude is. Die conclusie is overgenomen door de schadebehandelaar, zonder dat er een fraudeafdeling kritische vragen heeft gesteld. Het is heel dun om kritiekloos de opvattingen van de expert de jouwe te maken en in een rechtszaak te zeggen dat sprake van fraude is.”

Claims afhouden

Verzekeraars hebben aangegeven alleen grote fraudegevallen op deze manier voor de rechter te willen brengen, maar volgens Horssius is dat een schaamlap. Fraude, klein of groot, moet veroordeeld worden vindt hij, maar hij wantrouwt verzekeraars om hun bedoelingen. “Zodra in één zaak fraude is vastgesteld door de rechter, dan gaan verzekeraars dat gebruiken om andere claims af te houden. Tegen de klant kunnen ze dan zeggen dat het ‘mag van de strafrechter’.”

Bewijskracht

Horssius hoopt dat de rechter de proefzaken op hun strafrechtelijke merites zal beoordelen. “Ik kan me voorstellen dat deze zaken bol staan van het bewijs. Soms kan een klein kind duidelijk zien dat het gaat om een in scène gezet ongeluk. Toch verwacht ik dat de rechter een opmerking zal maken over de kracht van het bewijs dat is ingebracht door een particulier persoon. Een burger, want dat is de verzekeraar in deze zaak. De strafrechter mag dat meewegen, maar zal daar ongetwijfeld minder bewijskracht aan toekennen dan een proces-verbaal na een politieonderzoek.”

Burgerpartij

Aan een voorspelling over het oordeel van de rechter, durft hij zich niet te wagen. Bij overstelpend bewijs kan een veroordeling volgen, zegt Horssius. Hij acht het ook mogelijk dat de rechter vindt dat een oordeel over de bewijslevering niet aan hem is, maar dat hij vindt dat de wetgever daar iets over moet zeggen. “Ik schaar me onder de critici die zeggen dat strafrecht beoefend moet worden door de mensen die zich daarmee bezighouden. We moeten dat niet infecteren met normen die een burgerpartij, een verzekeraar, meent te hebben.”

Nh1816 vangt bot

In het nog ongepubliceerde vonnis van de zaak die Horssius tegen Nh1816 voerde, draagt de rechter de verzekeraar op vermeldingen van een klant in de frauderegisters ongedaan te maken. De verzekerde had schade van een scheur in zijn muur geclaimd, maar daarbij niet gemeld dat hij eerder al op de hoogte was dat er achter zijn kast een haarscheurtje zat, veroorzaakt door de wortels van een boom in de tuin van zijn buurvrouw. Opzettelijke misleiding, en dus fraude, aldus de expert van de verzekeraar. Volgens de klant is sprake van een communicatiestoornis met de expert en schadebehandelaar.

De kantonrechter verwijt Nh1816 dat de rapporten van de expert niet eerst zijn voorgelegd aan de verzekerde. Die heeft zich dus niet kunnen uitlaten over de juistheid daarvan. Bovendien komen de bevindingen in de brief van Nh1816 niet overeen met de bewoordingen in het rapport van de expert. Misleiding is volgens de rechter onvoldoende aangetoond. Bovendien stelt Nh1816 te weinig om te spreken van opzet.

Geen schadevergoeding

De rechter wijst de geëiste schadevergoeding voor de scheur overigens af. Die wordt namelijk niet veroorzaakt door ‘een plotseling, onverwacht en onvoorzien voorval’. De verzekerde wist dat de boomwortels de schadeoorzaak waren en had kunnen voorzien dat de scheur zou groeien als de boom niet weggehaald zou worden.

Reageer op dit artikel