nieuws

Moet er bij letselschade een prijskaartje hangen aan het verlies van vrije tijd?

Schade 2665

Tijd is geld. Maar hoeveel is het waard in een letselschadezaak? Een 13-jarige scholier werkte zich tijdens zijn langdurige revalidatie een slag in de rondte om toch naar de volgende klas te mogen. Hij slaagde, maar verspeelde daarmee zijn recht op een geldelijke vergoeding voor een verloren schooljaar. Advocaat bij Beer advocaten Laura Kroese studeerde af op de vraag of er ook een prijskaartje moet hangen aan het verlies van vrije tijd. Ze won er de scriptieprijs mee van letselschadebureau JBL&G.

Moet er bij letselschade een prijskaartje hangen aan het verlies van vrije tijd?

Een slachtoffer in een letselschadezaak heeft een schadebeperkingsplicht. Dat betekent dat hij zich moet inspannen om verdere schade als gevolg van de gebeurtenis te voorkomen. De kosten die hij daarbij maakt, bijvoorbeeld voor protheses of vervoer naar een fysiotherapeut, worden in principe betaald door de aansprakelijke partij. Er bestaat jurisprudentie over het vergoeden van de uren van mantelzorgers. Dat het slachtoffer, dat heel veel tijd kwijt kan zijn aan het voldoen aan zijn schadebeperkingsplicht, ook een compensatie krijgt, lijkt dus vanzelfsprekend. Het gebeurt echter niet.

Gedeeld gevoel

“Iedereen die ik het uitleg, vindt het vreemd”, zegt Kroese. “Het is een gedeeld gevoel: we moeten hier iets mee. Zowel van juristen als niet-juristen. Er wordt nu te veel gefocust op zaken die makkelijk in geld zijn uit te drukken.”

Kroese heeft met haar onderzoek omtrent immateriële schadevergoeding de tijd mee. Op 1 januari 2019 is de Wet Affectieschade in werking getreden, die ook voorziet in vergoedingen voor emotioneel leed. “Er is wel wat aan het veranderen, ja”, zegt Kroese.

Er zijn volgens Kroese tal van redenen te bedenken waarom er een vergoeding voor de tijd van slachtoffers wenselijk is. Een belangrijke is volgens haar bijvoorbeeld de betere aansluiting bij de maatschappelijke betekenis van het begrip schade. “Er zal immers weinig discussie mogelijk zijn over de stelling dát vrije tijd waarde heeft, hoe deze waarde ook dient te worden bepaald”, schrijft Kroese.

Ongerechtvaardigde verrijking

Door het schadebeperkend handelen uit te leggen als ‘kosten voor beredding’, creëer je ook een grond om tot vergoeding te komen, vindt Kroese. En ook in de gedragswetenschap zijn aanknopingspunten te vinden om vrije tijd te vergoeden.

“Tot slot zou men kunnen zeggen dat sprake is van ongerechtvaardigde verrijking van de dader wanneer geen vergoeding wordt toegekend voor de verrichte inspanningen. Hij profiteert immers van het schadebeperkend handelen van het slachtoffer, zonder daar iets voor terug te hoeven doen.”

Lawine aan claims

De advocaat voorspelt in haar scriptie dat elke mogelijke uitbreiding van het schadevergoedingsrecht tot discussie zal leiden. Dus ook deze. Een veel gehoord bezwaar is volgens haar dat er een lawine aan claims zal ontstaan. Of ‘Amerikaanse toestanden.’ Goede regulering is volgens Kroese dus vereist. “Een lawine kan alleen worden voorkomen als niet ieder verlies van vrije tijd naar geld wordt vertaald en er een redelijk en hanteerbaar criterium wordt gevonden dat het recht op vergoeding begrenst”, schrijft ze.

Hoewel het aannemelijk is dat een vergoeding van vrije tijd zijn weerslag krijgt op aansprakelijkheidsverzekeringen, is het volgens Kroese moeilijk om een voorspelling te maken over de gevolgen voor de totale schadelast. “Ik kan dat niet schatten. Het is afhankelijk van welke grenzen we stellen. Ik heb kaders en ideeën gegeven, maar de praktijk moet invulling geven aan wat redelijk is.”

Minimumloon

Van belang voor die discussie is ook de waarde van bijvoorbeeld een revalidatie-uur. Hoewel het meer onderzoek behoeft, geeft Kroese zelf wel een voorzet. “Aansluiting bij het minimum uurloon is mijns inziens een optie”, schrijft ze. “De koppeling tussen werk en vrije tijd is minder vergezocht wanneer men ze als inwisselbaar beschouwt. Het is mogelijk vrije tijd te verkrijgen door het kopen van extra vakantiedagen of -uren. De prijs hiervan zal […] ten minste het minimum uurloon bedragen.” Gelet hierop zou de vergoeding volgens Kroese bijvoorbeeld vastgesteld kunnen worden op 10 euro per uur.

Revalideren in vrije tijd

Nog meer stof voor vervolgonderzoek: wat zou je moeten rekenen voor gepensioneerden? Voor hen is vrije tijd een ander begrip dan voor werkenden. Kroese heeft daar zelf ook het antwoord nog niet op. “Een ander geval om over na te denken is de situatie waarin een slachtoffer door zijn letsel niet kan deelnemen aan het arbeidsproces. Hij krijgt dan, hoewel ongewenst, ook veel tijd terug. Terwijl iemand die blijft werken de revalidatie in zijn vrije tijd doet. We moeten goed nadenken over de vraag hoe we dergelijke verschillen moeten beoordelen.”

Brancheorganisaties

Kroese hoopt dat het onderwerp van haar scriptie verder opgepakt wordt in de praktijk en de wetenschappelijke literatuur. “In de rechtspraak kunnen we het ook uitmaken. Maar dan zal het wel veel langer duren.” Tot die tijd is het volgens Kroese belangrijk dat er gediscussieerd wordt. “Ik denk dat het ook belangrijk is dat brancheorganisaties van beide kanten naar de kwestie kijken. De slachtofferkant heeft er een visie op, de verzekeringskant heeft er een visie op. We moeten rekening houden met elkaar, de rechten en belangen van slachtoffers in het oog houden en tegelijk zorgen dat het niet de spuigaten uitloopt.”

Reageer op dit artikel