nieuws

ASR moet toch bijna € 2,5 miljoen ophoesten voor brand motorjacht

Schade 17063

ASR moet alsnog diep in de buidel tasten en de schade vergoeden voor een motorjacht dat in maart 2013 in vlammen opging. De Deutsche Bank krijgt € 2,5 miljoen van de verzekeraar. De bank was kredietverstrekker aan Eurolink Consultancy, de eigenaar van het schip, en had pandrecht op eventuele verzekeringsgelden. Het gerechtshof Amsterdam heeft dit in hoger beroep bepaald.

ASR moet toch bijna € 2,5 miljoen ophoesten voor brand motorjacht

Het hof oordeelt, anders dan de rechtbank eerder, dat de verzekerde niet de opzet heeft gehad om de verzekeraar te misleiden. Omdat de eigenaar verzekerd was op basis van aanschafwaarde met een aanschafgarantie moet de verzekeraar de volledige schade van € 4.120.000 vergoeden. Het jacht was sinds 2007 verzekerd bij een rechtsvoorganger van ASR tegen onder meer het risico van brand.

Adriatische Zee

Het schip was op 28 maart 2013 onderweg van Italië naar Montenegro en vloog op de Adriatische Zee in brand. De kapitein, in dienst van Eurolink, en een reisgenoot wisten het brandende jacht te verlaten. Met een bijboot bereikte het tweetal veilig de Kroatische kust. Ze hebben foto’s gemaakt van het brandende jacht en legden later verklaringen af over de toedracht.

Tegenstrijdig

Technisch specialisten van de verzekeraar hebben eveneens onderzoek gedaan; echter een technisch onderzoek aan het schip zelf was niet meer mogelijk, omdat het na de brand gezonken is. Wel zouden de opvarenden tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd. Dat was voor ASR reden om niet tot uitkering te willen overgaan.

Terecht geweigerd

De Deutsche Bank stelde daarop zelf een onderzoek in en stapte vervolgens naar de Amsterdamse rechtbank om het gelijk aan zijn zijde te krijgen. De rechtbank vond echter dat de uitkering terecht is geweigerd, omdat de verklaringen van de kapitein – de bestuurder van Eurolink kon over de toedracht niets verklaren, omdat hij niet bij de brand aanwezig was en verwees naar de kapitein – kunnen worden beschouwd als verklaringen die waren gedaan namens Eurolink.

Bedrijfsleiding

Het hof ging daar niet in mee. “De schipper van het jacht maakte geen deel uit van de bedrijfsleiding van Eurolink. Ook anderszins kan niet worden aangenomen dat de kennis en wetenschap van de schipper in het maatschappelijk verkeer heeft te gelden als die van Eurolink. Anders dan de rechtbank heeft aangenomen brengt het enkele feit dat de bestuurder de expert van ASR naar de schipper heeft verwezen om van hem een verklaring op te nemen niet mee dat die verklaring heeft te gelden als die van Eurolink als verzekeringnemer.”

Mededelingsplicht

Het hof beschouwt de schipper als derde. “De door schipper en/of reisgenoot afgelegde verklaringen kunnen daarmee geen schending van de mededelingsplicht door Eurolink opleveren. Dat Eurolink geen afstand heeft genomen van verklaringen van de opvarenden van het jacht, betekent niet dat deze verklaringen als die van haarzelf hebben te gelden.”

Roekeloos

ASR probeerde onder een eventuele betaling uit te komen door te stellen dat de schipper als dan niet bewust roekeloos heeft gehandeld. “Onweersproken is dat Eurolink met de schipper een ervaren en bekwame schipper heeft aangesteld”, aldus het hof.

Dagwaarde

De verzekeraar vindt overigens ook de verzekeringsuitkering te hoog, omdat die niet in verhouding zou staan met de dagwaarde, die ongeveer de helft bedroeg. ASR beriep zich op het zogeheten indemniteitsbeginsel en vond dat de Eurolink met de uitkering in een duidelijk voordeliger positie zou komen. Ook hierin ging het hof niet mee.

Clausule

Volgens de verzekeringsvoorwaarden werd tot drie jaar na de aanschafdatum uitgegaan van de aanschafwaarde als de werkelijke waarde op het moment van een schadevoorval. Na afloop hiervan is die periode in 2011 met nogmaals drie jaar verlengd. Achttien dagen voordat de betreffende clausule zou vervallen ging het motorjacht in vlammen op.

Reageer op dit artikel