nieuws

Klant belt uit cel, tussenpersoon in twijfel of contact met justitie moet worden aangevinkt

Schade 3983

De rechtbank Limburg heeft een tussenpersoon veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van ruim € 20.000 aan een klant die hij hielp met het afsluiten van een autoverzekering. De verzekerde zat op dat moment in voorlopige hechtenis, iets dat de adviseur wist. Toch twijfelde die of op het aanvraagformulier moest worden aangekruist dat de man in aanraking is geweest met politie en justitie. Hij adviseerde ‘nee’ in te vullen en dat bij zijn advocaat te checken.

Klant belt uit cel, tussenpersoon in twijfel of contact met justitie moet worden aangevinkt

De klant in deze rechtszaak wil in 2012 voor zijn horecazaak een geleased Mercedesbusje verzekeren en klopt daarvoor aan bij de tussenpersoon die in de uitspraak is geanonimiseerd. Een van de vennoten van het adviesbedrijf had in de wandelgangen vernomen dat de aspirant-verzekerde op dat moment in voorlopige hechtenis zit. De medewerkster die de man het aanvraagformulier voor de verzekering stuurt, weet dat niet. Op het formulier is de vraag over contact met politie en justitie vooraf ingevuld met ‘nee’.

Standaard ‘nee’ ingevuld

Volgens de tussenpersoon is die vraag standaard met ‘nee’ beantwoord in het systeem. De vennoot zegt dat hij de enige is die wist dat de man vastzat. Hij hield dat voor zich, stelt hij in een getuigenverhoor.

De Mercedes-rijder zelf vindt het ook vreemd dat op het formulier staat dat hij niet in aanraking zou zijn geweest met politie en justitie. Hij belt de tussenpersoon daarover op. “Wij hebben toen een beetje een discussie gehad of die vraag met ja of nee moest worden beantwoord”, aldus de vennoot van de tussenpersoon.

Twijfel

De man bevestigt in dat telefoongesprek dat hij op dat moment in voorlopige hechtenis zit. Bij de tussenpersoon slaat dan twijfel toe. Uit het getuigenverhoor: “In eerste instantie heb ik toen tegen [eiser] gezegd dat die vraag in principe met ja beantwoord moest worden. Door die discussie met [eiser] begon ik ook te twijfelen of die vraag met ja of nee moest worden beantwoord. [eiser] vertelde mij dat hij nog niet veroordeeld was. Ik heb toen gezegd dat ik dat zelf niet kon beoordelen en dat hij zijn advocaat daarvoor moest raadplegen. [eiser] was er toen van overtuigd dat hij niet zou worden veroordeeld. Ik heb hem toen gezegd dat hij vooralsnog het antwoord nee op dat formulier kon laten staan. Maar dat hij er wel achteraan moest gaan of dat klopt ja of nee.”

Busje gestolen

De autoverzekering wordt uiteindelijk bij Voogd & Voogd afgesloten. Twee jaar later wordt het busje gestolen en na een paar maanden bij een grenscontrole aangetroffen in Polen. Volgens schade-expert CED bedraagt de schade € 21.500. Voogd & Voogd weigert die echter te vergoeden, omdat het aanvraagformulier niet naar waarheid is ingevuld.

Onzorgvuldig

Via de rechter wil de leaserijder zijn schade verhalen op zijn tussenpersoon. De rechtbank Limburg geeft hem daarin gelijk. Volgens de rechter handelt een tussenpersoon onzorgvuldig als hij een formulier toestuurt naar een klant dat al deels is ingevuld zonder dat hij weet of de ingevulde antwoorden juist zijn.

De adviseur had bovendien moeten weten dat ‘contact met politie en justitie’ breder moet worden opgevat dan een strafrechtelijke veroordeling. Op zijn minst had hij bij de verzekeraar kunnen checken welk antwoord paste bij de situatie van de aanvrager. Ook had hij kunnen navragen of de bajesklant inderdaad bij zijn advocaat advies had ingewonnen over deze vraag. Door dat niet te doen heeft de adviseur niet gehandeld als van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon had mogen worden verwacht.

Schadevergoeding

De rechter veroordeelt de tussenpersoon tot de vergoeding van alle schade. Daarbij gaat de rechtbank ervan uit dat ook als de man ‘ja’ had ingevuld bij de justitievraag hij een verzekering had kunnen sluiten, maar tegen een hogere premie. De rechter schat dat die extra premie € 300 per jaar bedraagt. Daarom wordt € 900 (drie verzekeringsjaren) gekort op het schadebedrag uit het CED-rapport.

De tussenpersoon moet € 20.600 schade voor het gestolen leasebusje betalen. Aangevuld met incasso- en proceskosten bedraagt de kostenpost zo’n € 24.000.

Reageer op dit artikel