nieuws

Mensenrechtencollege: ‘Achmea mag reisverzekering weigeren aan vrouw met bewegingsstoornis’

Schade 3655

Vanwege een groot schadeverleden op de inboedelverzekering, weigerde Achmea een vrouw met een bewegingsstoornis een reisverzekering. Daarmee maakte de verzekeraar volgens het College voor de Rechten van de Mens indirect onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte. Verboden is dat niet, omdat Achmea er een goede reden voor had. Weigering was de enige manier om collectieve premieverhoging te voorkomen, aldus het College.

Mensenrechtencollege: ‘Achmea mag reisverzekering weigeren aan vrouw met bewegingsstoornis’

De vrouw met een bewegingsstoornis die gepaard gaat met onwillekeurige spiersamentrekkingen voelt zich gediscrimineerd door Centraal Beheer. Die verzekeraar weigert haar namelijk een reisverzekering.

De vrouw heeft eerder een inboedelverzekering gehad bij Achmea. Hierop heeft ze in 2014 en 2015 acht maanden tijd acht schades geclaimd. Een paar maanden en nog enkele schades later heeft de verzekeraar de polis daarom beëindigd. Volgens de vrouw hangen de meeste schades samen met haar spasmen. De afwijzing van de reisverzekering vanwege een te groot schadeverleden is een verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte, stelt ze bij het College voor de Rechten van de Mens.

Indirect onderscheid

Achmea antwoordt dat de handicap bij afwijzing geen rol heeft gespeeld. De verzekeraar was niet op de hoogte van de bewegingsstoornis en evenmin dat de schades daar het gevolg van waren. Achmea vindt niet dat personen met een handicap of chronische ziekte bijzonder worden geraakt door een afwijzing vanwege een groot schadeverleden.

Het mensenrechtencollege oordeelt dat er wel degelijk sprake is van een onderscheid op grond van handicap chronische ziekte. “Zij (de vrouw, red.) heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het grootste gedeelte van de gemelde schades samenhangt met haar bewegingsstoornis en dat de gehanteerde maatstaf ten aanzien van haar schadeverleden haar daardoor bijzonder treft. Achmea heeft daarom jegens de vrouw indirect onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt”, aldus het oordeel.

Legitiem doel

Een indirect onderscheid hoeft echter niet verboden te zijn volgens de Wet gelijke behandeling. Als het indirect onderscheid objectief gerechtvaardigd wordt door een legitiem doel en als de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn, is geen sprake van een verboden onderscheid.

Dat is hier volgens het College aan de orde. “Achmea heeft aangevoerd dat het doel van het weigeren van iemand met een te groot schadeverleden is te voorkomen dat Achmea personen in dekking neemt die de totale schadelast zodanig verhogen dat collectieve premieverhogingen nodig zijn en antiselectie plaatsvindt.” Dat kan tot uitholling van het systeem leiden, aldus de verzekeraar. Verzekeringen aanbieden tegen aanvaardbare premies wordt zo op lange termijn problematisch.

Geen op persoon toegesneden premies

Het College noemt dat een legitiem doel waarvoor afwijzing van de vrouw een passend en noodzakelijk middel is. De consument heeft aangegeven bereid te zijn een hogere premie te betalen. Dat is volgens Achmea bij deze eenvoudige reisverzekering niet mogelijk. “Het College oordeelt dat Achmea voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het hanteren van op de persoon toegesneden premies tot meer administratieve lasten en hogere kosten zal leiden, waardoor een algehele verhoging van de premies onvermijdelijk is.”

Achmea maakte zich niet schuldig aan discriminatie, luidt het oordeel. De verzekeraar mocht de reisverzekering weigeren.

Reageer op dit artikel