nieuws

Schade-expertise in aardbevingsregio: ‘Totaal anders dan rekening moeten houden met polisvoorwaarden’

Schade 2951

Schades vaststellen in opdracht van verzekeraars is iets heel anders dan het opnemen van aardbevingsschades in een regio waar tienduizenden huizen lijden onder de jarenlange gaswinning. CED is een van de vier partijen die komende anderhalf jaar over de schades in de provincie Groningen adviseren. Op stap met een schade-expert. “Als ik mijnbouw niet kan uitsluiten als schadeoorzaak, neem ik een scheur in de muur op in mijn rapport.”

Schade-expertise in aardbevingsregio: ‘Totaal anders dan rekening moeten houden met polisvoorwaarden’
Schade-expert Johan Klein Twennaar neemt schades op aan een huis in Sappemeer.

“Hier komen we in het rampgebied”, kondigt mevrouw Hut haar slaapkamer aan. Ze zegt het met een glimlach, maar haar ondertoon is serieus. Zes scheuren heeft ze voor deze ruimte gemeld aan de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG). Met een zaklamp gaat schade-expert Johan Klein Twennaar van CED alle wanden langs. Hij schiet foto’s en maakt notities op zijn tablet. Als we ‘het rampgebied’ verlaten, staat zijn teller van het aantal scheuren in de slaapkamer op “zeker tien, misschien wel twaalf”.

100 tot 150 meldingen per week

Met Klein Twennaar en zaakbegeleider Jony Kuipers van de TCMG lopen we deze woensdagochtend in december mee bij een schadeopname in het aardbevingsgebied. Sinds november is CED een van de vier partijen die in opdracht van de mijnbouwcommissie bij particulieren en bedrijven de schade van de gaswinning in de provincie Groningen vaststellen. Wekelijks komen bij die commissie zo’n 100 tot 150 schademeldingen binnen. En dan is er nog de achterstand van op dit moment ruim 17.000 meldingen.

De Sappemeerse Hut heeft lang gewacht met het melden van haar schades. De scheuren in haar tussenwoning in een woonwijk uit de jaren tachtig zitten er al een tijdje. “Zo erg is het voor mij niet, ik vind dat de mensen in Loppersum (in het hart van de aardbevingsregio, red.) voorrang verdienen”, zegt ze met Groningse nuchterheid. Eén keer voelde ze afgelopen jaren zelf een beving. “De glazen in de vitrinekast trilden en verschoven. Ik dacht eerst nog dat er een vrachtwagen voorbijreed, pas later hoor je dat het om een aardbeving ging. Je hoort veel negatieve berichten over de schade-afhandeling. Dat heeft me eerder van een melding weerhouden, maar ik wil nu toch graag dat het onderzocht wordt.”

Kunststof schrootjes

Daarvoor zijn Kuipers en Klein Twennaar deze ochtend bij haar op de koffie. In ruim twee uur lopen ze samen met de bewoner het huis door. Klein Twennaar begint buiten, waar hij mevrouw Hut wijst op de elastische voegen bij het raam. “Heel mooi dat die daar zijn aangebracht, want zulke voegen vangen trillingen op. Bij raampartijen zitten vaak de gevoelige plekken.” Desondanks vindt hij naast het raam drie scheuren die later op dezelfde hoogte blijken te zitten als barsten in de buitenmuur van de slaapkamer.

“Binnen werken we altijd van boven naar beneden en met de klok mee”, legt Klein Twennaar uit. Op de met kunststof schrootjes beklede zolder is hij snel klaar. “Wat ik niet zie, daar kan ik ook geen oordeel over geven.” Zaakbegeleider Kuipers vult ter geruststelling aan: “Mocht u op een gegeven moment de schrootjes wegdoen of het behang eraf halen, en er blijken scheuren achter te zitten, dan moet u zeker opnieuw een melding bij ons doen.”

Nieuw bedrijf

“Een representatieve schade, een zoals we er meer zien”, zegt Klein Twennaar later die dag in het CED-kantoor in Assen. Binnenkort verhuist het team dat adviseert over de aardbevingsschades naar een nieuw onderkomen in Oost-Groningen. “Er was hier in feite niets. We hebben in twee maanden een heel nieuw bedrijf opgezet. We moesten huisvesting regelen, IT-processen inrichten en experts aantrekken en opleiden”, vertelt Roel Govaert, operationeel directeur van CED. Op dit moment werken er zo’n 15 schade-experts onder CED-vlag in het aardbevingsgebied. Dat aantal moet in de loop van 2019 worden verdubbeld, zegt Govaert.

Bewijsvermoeden

Het opnemen van schades aan woonhuizen, boerderijen en bedrijfspanden van kleine ondernemers is niets nieuws voor de schade-experts van CED; de opdrachtgever (TCMG) en daarmee de benaderingswijze is dat wel. “We zijn gewend om expertise te verrichten voor vooral verzekeraars, waarbij er op de achtergrond een polis is”, legt Govaert uit. “Normaal gesproken stellen we de schade vast en onderzoeken we de toedracht van de aansprakelijkheid. De bewijslast voor de schadeoorzaak ligt echter bij de eisende partij.”

Het uitgangspunt is dat gebreken worden toegewezen aan mijnbouwschade tenzij de expert zonder enige twijfel kan aantonen dat iets anders de oorzaak is

“We stellen de schade vast volgens de beoordelingskaders van de TCMG. Dat is totaal anders dan rekening moeten houden met polisvoorwaarden of het gebruikelijke aansprakelijkheidsrecht”, aldus Govaert. Bij het vaststellen van de aardbevingsschades volgens het nieuwe schadeprotocol staat het bewijsvermoeden centraal, iets wat de NAM overigens eerder niet zag zitten, maar waar het zich nu wel achter schaart. Govaert: “Het uitgangspunt is dat gebreken worden toegewezen aan mijnbouwschade tenzij de expert zonder enige twijfel kan aantonen dat iets anders de oorzaak is.”

Zetting in tegelvloer

In de hal bij mevrouw Hut in Sappemeer stuit schade-expert Klein Twennaar op een richel in de tegelvloer. “De vloer komt hier omhoog. Het lijkt erop dat er zetting in de ondergrond is. Dat kan heel veel oorzaken hebben”, weet Twennaar. “Grondwaterdaling bijvoorbeeld of trillingen van vrachtverkeer, maar dit is precies wat we bedoelen met de omgekeerde bewijslast. Ik neem een schade op in mijn rapport als ik niet kan uitsluiten dat mijnbouw ermee te maken heeft.”

Zo belandt een scheur in de vloer van de aangebouwde bijkeuken niet in het schaderapport van Klein Twennaar, omdat voor hem vaststaat dat die veroorzaakt is door een constructiefout. Hij benadrukt dat als de bewoner het hier niet mee eens is, hij dat bezwaar in het rapport kan opnemen. Een andere onafhankelijke deskundige beoordeelt met een frisse blik vervolgens ook nog eens die schade.

Veel afstemming

Soms doet Klein Twennaar twee schadeopnames op een dag, vandaag blijft het bij deze ene in Sappemeer. Dat betekent dat hij de middag kan gebruiken om zijn rapport uit te werken. De uitwerktijd is doorgaans gelijk aan de opnametijd. “Dit was een gemiddelde schade. Ik kom ook bij boerderijen. Laatst had ik twee dagen nodig voor alleen de opname, en dan nog bijna drie dagen om uit te werken.”

Na gemiddeld zes tot tien weken ligt het schaderapport in de brievenbus bij mevrouw Hut, legt Kuipers uit. Zij heeft vervolgens twee weken de tijd om eventuele bezwaren te maken. Daarna moet de onafhankelijke mijnbouwcommissie besluiten over de aanvraag van schadevergoeding en daarmee ook de hoogte van het uit te keren schadebedrag. Soms volgt volgens Kuipers dat besluit al enkele weken na het adviesrapport, soms is ook meer tijd nodig. Dit gebeurt op basis van het Besluit mijnbouwschade Groningen en het zogenoemde ‘nieuwe schadeprotocol’. Dat geldt sinds dit jaar (zie kader) en is volledig onafhankelijk, zonder tussenkomst van de NAM.

Dat er veel tijd over het schrijven van een rapport gaat, komt doordat de CED-expert zijn bevindingen eerst intern toetst met een collega en vervolgens moet kortsluiten met de mijnbouwcommissie. Govaert: “We moeten zorgen dat ons advies helder en werkzaam is voor de TCMG. Maar ook en vooral voor de schademelder, de bewoners. Dat vergt veel afstemming.”

Tekort aan schade-experts

Onafhankelijkheid is een van de vier pijlers – naast ruimhartigheid, rechtvaardigheid en oog voor de menselijke maat – waar schade-experts zich aan moeten houden, vertelt Govaert van CED. Dat valt bij het werven van nieuwe experts nog niet altijd mee. De sector kampt met een tekort aan schade-experts voor deze klus. “Experts moeten bouwkundige kennis hebben en ervaring met het opnemen en begroten van schades. Daar zijn er buiten de vijver van verzekeringsexperts niet veel van en er geldt ook nog een afkoelingsperiode. Om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid te garanderen, mogen experts gedurende een bepaalde termijn geen werk hebben verricht voor de NAM of het Centrum Veilig Wonen. Dat is lastig, want sommige schadedossiers lopen al jaren.”

Iedereen trekt op dit moment aan bouwkundigen. Liefst breiden we onze capaciteit regionaal uit, maar we moeten inmiddels in heel Nederland werven

“We kunnen capaciteit uit ons eigen korps van schade-experts halen, maar we hebben ook nieuwe deskundigen nodig. Die moeten allemaal voldoen aan de criteria van de TCMG. Iedereen trekt op dit moment aan bouwkundigen. Liefst breiden we onze capaciteit regionaal uit, maar we moeten inmiddels in heel Nederland werven”, aldus Govaert.

Stuwmeer wegwerken

Het streven is om eind 2019 het nu ontstane grote stuwmeer van schademeldingen afgehandeld te hebben, waarna alle nieuwe meldingen binnen afzienbare tijd kunnen worden behandeld. In veruit de meeste gevallen gaat het om woonhuizen, daarnaast zijn er agrarische bedrijven en zakelijke panden van ondernemers. TCMG plant de opnames en verdeelt ze willekeurig over de vier expertisebureaus. Voor CED is het een atypische opdracht, zegt Govaert, maar wel een die past bij het bedrijf. “Het schuurt tegen schade-expertise aan, we moeten alleen werken binnen andere, bestuursrechtelijke, kaders. Het biedt bovendien wellicht nieuwe mogelijkheden. Wie weet kunnen we in de nabije toekomst met onze divisie Repair zorgen voor direct herstel.”

Dat behoort op dit moment niet tot de taken in het aardbevingsgebied. De schadevergoeding die bewoners krijgen, wordt rechtstreek op hun bankrekening gestort. Ze kunnen die zelf aanwenden om een herstelbedrijf in te schakelen. CED beperkt zich voorlopig tot het vaststellen van de schades. Govaert: “We zijn ervan overtuigd dat wij hiermee een goede bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van het gaswinningsdossier in Groningen. Dat is natuurlijk een mooie opdracht.”

Wie handelt aardbevingsschade af?

Aanvankelijk handelde de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) zelf de schades af die zijn ontstaan door gaswinning. In 2015 komt die afhandeling in handen van het Centrum Veilig Wonen (CVW), dat door de NAM werd opgericht. CED is (minderheids)aandeelhouder in het Centrum Veilig Wonen, naast ingenieursbureau Arcadis. In de huidige fase heeft CVW de opdracht de uitvoering van bouwkundige versterking van woningen te coördineren. Het centrum wordt aangestuurd door de Nationaal Coördinator Groningen. Hierbij gaat het om preventie, iets dat los staat van de schadeafhandeling.

Op het CVW kwam veel kritiek omdat de schadeafhandeling nog steeds niet los kwam te staan van de schadeveroorzaker, de NAM. Daarom werd de onafhankelijke Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen opgericht. De leden daarvan zijn benoemd door de ministerraad. Schademelders hoeven daardoor geen contact meer te hebben met de NAM. Sinds maart 2018 beoordeelt de onafhankelijke commissie iedere schademelding. Bovendien stelt de TCMG de hoogte van de schadevergoeding vast en keert deze uit.

De invulling van deze onafhankelijke schadeafhandeling kreeg vanaf november 2018 echt handen en voeten. Na een Europese aanbesteding zijn naast CED ook schade-expertisebureaus 10BE, Nivre Calamiteiten en Projecten en DOG aan de slag gegaan. Alle vier leveren ze op dit moment zo’n 15 schade-experts. Om de opgelopen achterstand van schademeldingen in te lopen, zullen alle partijen in 2019 het aantal deskundigen uitbreiden. Eind 2019 wil TCMG de achterstand hebben weggewerkt, zodat meldingen die dan nog binnenkomen een korte doorlooptijd krijgen. Momenteel duurt de procedure zo’n twee tot vijfmaanden vanaf het moment van de schadeopname.

Reageer op dit artikel