nieuws

‘Vloedpolis leidt niet tot minder risicopreventie’

Schade 1299

Als overstroming in Nederland een breed verzekerbaar risico wordt, betekent dat niet dat verzekerden minder schadebeperkende maatregelen zullen nemen. Die zorg is ongegrond, blijkt uit onderzoek dat wetenschapper Hans de Moel van de Vrije Universiteit (VU) donderdagmiddag presenteerde tijdens het Klimaatevent van het Verbond. De Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) zou weleens een grotere beperkende factor kunnen zijn.

‘Vloedpolis leidt niet tot minder risicopreventie’

Uit het VU-onderzoek blijkt dat 85% van de ondervraagden bereid is om te betalen voor een overstromingsverzekering. Een kwart tot 30% is zelfs bereid meer dan de actuarieel benodigde premie neer te leggen voor zo’n polis. Volgens De Moel zijn mensen die vrijwillig overstromingsrisico zouden verzekeren bovendien meer geneigd om ook nog schadebeperkende maatregelen te nemen. Die bereidheid wordt hoger als daar premiekorting tegenover staat.

Overheidscompensatie

“Zorgen over minder risicoreductie zijn dus niet gegrond”, hield De Moel zo’n 100 afgevaardigden van verzekeraars voor op de mini-klimaatconferentie die het Verbond van Verzekeraars donderdagmiddag in het eigen pand had belegd. Zijn VU-collega’s onderzochten ook wat de invloed van overheidscompensatie is op de vraag naar verzekeringen. Zo’n compensatie in de vorm van een politieke vangnetregeling als de huidige Wts kan die vraag beperken, lichtte De Moel een van de conclusies toe. “Als er meer duidelijkheid komt over wat de Wts wel en niet dicht, kunnen er wellicht producten worden bedacht die hierop aansluiten”, suggereerde hij.

Achteruitkijkspiegel

Met het Klimaatevent wilde het Verbond de urgentie van het thema benadrukken voor maatschappij en verzekeraars. Of in de woorden van directeur Leo de Boer tijdens de aftrap van de middag: “We kijken in de achteruitkijkspiegel van schademodellen, maar wat staat verzekeraars nou echt te wachten op het gebied van klimaat?” Uiteraard kwamen grote schade-events als januaristorm Friederieke en de hagelstorm in Brabant van 23 juni 2016 veelvuldig ter sprake. “De schade gaat verder stijgen”, deed beleidsadviseur Timo Brinkman een niet heel gewaagde voorspelling.

Hagelschade kan oplopen tot 15% van de totale verzekerde waarde van het wagenpark in een gebied

KNMI-scenario’s

Hoe sterk die stijging zal zijn, had hij geen zicht op. Wetenschapper Rob van Dorland van het KNMI evenmin, maar hij toonde de zaal wel enkele scenario’s waar meteorologen rekening mee houden. “Het aantal extremiteiten in buien is sinds 2000 behoorlijk aan het toenemen, meer dan de 15% die we hadden verwacht.”

Ook andere schadeveroorzakende weersverschijnselen zullen zich vaker voordoen, aldus Van Dorland. Het KNMI houdt er rekening mee dat per graad temperatuurstijging bliksem met 15% tot 20% toeneemt. Er zullen bovendien meer valwinden komen. In het scenario waarin we er niet in slagen de mondiale CO2-uitstoot te reduceren zal er ook nog eens twee keer zo vaak hagel vallen in 2050. Van Dorland kondigde aan dat het KNMI nog onderzoek gaat doen naar de verwachte omvang van hagelstenen.

Hagelschademodel

Dat is belangrijk, haakte VU-wetenschapper De Moel daarop in, want volgens het hagelschademodel dat hij ontwikkelde leveren hagelstenen pas significante schade op als ze een doorsnee hebben van 2 cm of meer. In zijn model probeert hij te berekenen wat de invloed van de omvang van een hagelsteen is op de verzekerde schade op de vierkante kilometer waar deze ‘eieren’, ‘golf’- of ‘tennisballen’ vallen. Bij een doorsnee van 4 tot 6 cm gaat het om een enkel procent van de verzekerde waarde aan bijvoorbeeld gebouwen. Die schade kan oplopen tot 15% van de totale verzekerde waarde van het wagenpark in een gebied.

Bied zekerheid

Hagel en overstroming waren de twee grote thema’s van de middag. Groot verschil tussen die twee is dat de eerste goed verzekerbaar is, en de tweede nauwelijks. Terwijl veel verzekerden er ten onrechte van uitgaan dat hun woonhuisverzekering wel uitkeert als hun huis onderloopt nadat rivieren buiten hun oevers zijn getreden, zei Verbondsadviseur Brinkman in zijn inleiding.

Communiceer daarom duidelijk over de vrijwel onverzekerbare overstromingsrisico’s, luidde een van de aanbevelingen van het sectorbestuur Schade van het Verbond. Een andere aanbeveling aan verzekeraars was: bied meer zekerheid door uitbreiding van de huidige overstromingsdekking.

Adviesrapport

Daarvoor is ruimte, aldus het recent gepubliceerde adviesrapport Overstromingen dat met die aanbevelingen aan de slag ging. “Alles kan gedekt worden, zolang een overstroming niet het gevolg is van overstroming van een primaire waterkering”, vatte Ewoud Bom, directeur van Achmea Reinsurance en voorzitter van de projectgroep, samen. En primaire keringen zijn volgens hem op elke kaart te vinden. Ze beschermen tegen de zee, het IJsselmeer, de grote binnenmeren in Zeeland en de grote rivieren.

Een schadepost van € 2,4 miljard als op alle risicoplekken het Amsterdam-Rijnkanaal overloopt

Secundaire waterkeringen

Overstromingen van secundaire waterkeringen zijn wel verzekerbaar, rekent het rapport voor. Volgens Bom maakt die uitkomst het makkelijker om verzekerden te vertellen wat wel en niet kan worden afgedekt. Nu is haast niet uit te leggen dat een overstroming met als primaire oorzaak neerslag over de landsgrenzen niet gedekt is, terwijl polissen wel dekking bieden als de oorzaak ligt in lokale neerslag.

Dat onderscheid kan verdwijnen, adviseert het Verbond. Daaraan liggen schadeberekeningen van makelaars Willis Towers Watson en Guy Carpenter ten grondslag. In de extreemste scenario’s komen zij tot een schadepost van bijvoorbeeld € 2,4 miljard als op alle risicoplekken het Amsterdam-Rijnkanaal overloopt. Of van maximaal € 341 miljoen als Breda onderloopt.

Rol overheid

Overstroming raakt niet alleen verzekerden, maar de publieke sector als geheel. “Ook de overheid heeft er belang bij om waterbeheer goed in te richten”, stelde Achmea Re-directeur Bom. Leo de Boer haakte daarop in: “Daarom is het ook zo positief dat verzekeraars als groep moeilijke vragen gaan stellen aan de overheid.”

De Boer benadrukte dat het aan verzekeraars is om met het advies van het Verbond aan de slag te gaan. De individuele maatschappijen beslissen uiteindelijk of ze overstromingsrisico gaan verzekeren. Dat kan in een aparte polis zijn, of opgenomen in de inboedel- en opstalverzekeringen. En, besloot De Boer de middag: “We zullen daarnaast blijven onderzoeken of álle overstromingsrisico’s verzekerbaar zijn.”

Reageer op dit artikel