nieuws

Ombudsvrouw schadeherstel Sommeling: ‘Autoverzekering is woekerpolis 2.0’

Schade 7306

Grote verzekeraars knijpen de schadeherstelketens nog steeds af en autobezitters worden hierdoor geconfronteerd met slecht herstel en waardevermindering van hun auto. Dit stelt zelfbenoemd ombudsvrouw schadeherstel Irene Sommeling. Ze gaat alle grote verzekeraars aanschrijven om de “malafide” praktijken rond schadeherstel aan de kaak te stellen.

Ombudsvrouw schadeherstel Sommeling: ‘Autoverzekering is woekerpolis 2.0’

Sommeling, initiatiefnemer van de verhaalservice Jijbepaalt.nl, stelt regelmatig klachten binnen te krijgen van (zakelijke) autobezitters over de “oneerlijke handelswijze, misstanden, tactieken en malafide praktijken van verzekeraars” bij schadeherstel. Veel van die klachten tracht Sommeling voor haar klanten op te lossen door zelf contact op te nemen met de tegenpartij waarbij in sommige gevallen de schade alsnog naar tevredenheid wordt opgelost en in enkele gevallen de auto zelfs werd teruggenomen door de merkdealer of schadeketen.

Nog steeds schadesturing

Verzekeraars doen volgens Sommeling nog steeds aan schadesturing door prijsafspraken vooraf met de grote schadeketens. In de eerste plaats door schadelastgaranties af te spreken met de herstelketens om daarbovenop, bij de calculatie van de daadwerkelijke schade, te werken met vooraf bedongen kortingen op het uurtarief en de inkoopprijzen van onderdelen.

Afrekening schadelastgarantie

Volgens Sommeling krijgen schadebedrijven die gelieerd zijn aan een keten jaarlijks gedurende het eerste kwartaal een afrekening van de schadelastgarantie voor het voorgaande jaar. “Dus, is er een schadelastgarantie afgesproken van bijvoorbeeld € 1.000 per schade, en je hebt als schadeherstelondernemer 300 schades dat jaar hersteld voor gemiddeld € 1.450 dan krijg je van de schadeketen nog een extra afrekening voor de schadelastgarantie afrekening voor een bedrag van totaal € 135.000 (300 x 450) voor deze verzekeraar. Dit moet je als schadehersteller achteraf voldoen.” Om te voorkomen dat schadebedrijven in één klap een groot bedrag op zouden moeten hoesten, hanteren diverse schadeketens volgens Sommeling reserveringen.

Te hanteren uurtarief

Daarnaast worden er volgens haar bij voorbaat afspraken gemaakt tussen de herstelketens en de verzekeraars over het te hanteren uurtarief bij de reparatie. Ook importeurs zouden hier namens de merkdealers afspraken over hebben gemaakt met verzekeraars, waarbij Sommeling specifiek Achmea als voorbeeld noemt. “Deze uurtarieven liggen gemiddeld € 20 tot € 30 per uur lager als wat door het schadeherstelbedrijf normaliter gehanteerd zou moeten worden. (…) Gaat de klant niet naar zijn merkdealer, ondanks dat deze klant al na schademelding bij Achmea ingevoerd is in Dispatch, maar bijvoorbeeld naar het schadeherstelbedrijf om de hoek, dan kan het zomaar zijn dat deze merkdealer hiervoor gestraft wordt en het verschil in uurtarief terug moet gaan betalen aan Achmea.”

Geen marge meer

Als kers op de taart bedingen verzekeraars volgens haar ook nog eens -via de keten- korting op de inkoop van onderdelen door schadeherstelbedrijven. Het leidt er volgens Sommeling toe dat de schadeherstelbedrijven nagenoeg geen marge meer hebben op inkopen of er zelfs bij in schieten. “Dit leidt tot zoveel mogelijk herstellen, ook al zou het onderdeel eigenlijk vernieuwd moeten worden.”

Suboptimaal herstel

Ze stelt dat deze manier van schadeherstel in de eerste plaatst leidt tot suboptimaal herstel. “Het begint al bij calculeren, het vaststellen van de schade. Er wordt niet gecalculeerd zoals ’t hoort, maar er wordt eerst gekeken naar de afspraken die gemaakt zijn met de verzekeraar. Daar wordt naar gecalculeerd, vaak met gebruik van de ‘optimalisatieknop’ in het calculatiesysteem van Solera, ABZ. Met deze knop kun je checken tot hoeveel uren je kan herstellen in plaats van het onderdeel te vervangen door een nieuw onderdeel.”

Drie kanten op

Dat is volgens Thomas Hermans, director business development bij Solera, echter niet het complete verhaal. “Je moet namelijk bij deze optimalisatie rekening houden welke totale reparatiekosten bij herstellen versus vernieuwen van toepassing zijn, dus inclusief het spuiten van het onderdeel na herstellen of vernieuwen.” Hij stelt dat de calculator met de ‘optimalisatieknop’ niet één maar drie kanten op kan: optimalisatie herstellen naar vernieuwen, vernieuwen naar herstellen en uitdeuken zonder spuiten (UZS) naar vernieuwen. “Je kan daarbij met met vooraf ingestelde drempelwaardes werken vanaf welk percentage je het Audatex-systeem wilt laten optimaliseren naar de betreffende reparatiemethodiek. Deze waardes worden de gebruiker zelf ingesteld.”

Ik zie regelmatig dat kapotte bumpers, koplampen etc. aan elkaar worden gesmolten

Volgens Sommeling leidt deze werkwijze er echter toe dat onderdelen niet worden vervangen. “Terwijl dit vanuit kwaliteit en/of veiligheid, maar ook kennis en vakmanschap wel gebeurd zou zijn. Maar door de afspraken wordt er meer verdiend op onderdelen herstellen dan op deze onderdelen te vernieuwen. Ik zie regelmatig dat kapotte bumpers, koplampen etc. aan elkaar worden gesmolten. Ook wordt er nog steeds toegestaan door bepaalde partijen dat er met niet originele onderdelen wordt hersteld. Matching quality is namelijk niet origineel.”

Bedrijfsregeling 18 netto regres

De ombudsvrouw schadeherstel zegt dat deze werkwijze behalve tot suboptimaal herstel er ook toe leidt dat aansprakelijkheidsverzekeraars teveel betalen voor herstel dat dankzij de afspraken tussen herstelketens en cascoverzekeraars in werkelijkheid veel goedkoper voor die laatste partij uitpakt. Ze wijst op de Bedrijfsregeling 18 netto regres van het Verbond van Verzekeraars die er juist voor moet zorgen dat cascoverzekeraars nooit méér op de aansprakelijke partij mogen verhalen dan zij uiteindelijk zelf voor de schade betalen. Dit onder meer om te voorkomen dat de premie voor de klant oploopt of de verzekerde teveel betaalt als hij een schade voor eigen rekening neemt.

Waardevermindering bij verkoop

“Zijn verzekeraars werkelijk transparant over dit extra malafide verdienmodel dat zij voor zichzelf gecreëerd hebben?”, zo vraagt Sommeling zich af. “Verzekerde consumenten en ondernemers, maar ook tussenpersonen zijn niet bekend met dit extra verdienmodel van bepaalde verzekeraars. Het gevolg is ook dat de klant met schade vaak niet (volledig) vergoed is conform de wet in zijn geleden vermogenssituatie, en dus ongemerkt te maken kan krijgen met een waardevermindering, wat vaak pas op het moment van inruil of verkoop tastbaar wordt.”

Provisie als verdienmodel

Sommeling heeft het dit moment voor haar campagne richting de grote verzekeraars uitgekozen omdat transparantie over de beloning een “hot item” in de financiële sector is. “Provisie als verdienmodel van tussenpersonen ligt onder vuur. Consumenten moeten van het Verbond weten wat de tussenpersoon verdient. Maar verzekeraars ontspringen nog steeds de dans, omdat zij niet transparant zijn over de extra gecreëerde verdienmodellen bij schadeherstel. Dit moet veranderen. Want zou de verzekerde als hij dit allemaal wist, nog steeds voor deze autoverzekeraar en deze autoverzekering kiezen? En zou de tussenpersoon dan niet een heel ander product of andere verzekeraar adviseren? Eigenlijk kunnen we stellen dat autoverzekeringen de nieuwe woekerpolissen zijn.”

Brief van Sommeling

De komende maanden krijgen alle betrokken autoverzekeraars een brief van Sommeling. Hierin deelt ze haar bevindingen, op basis van de klachten die ze namens (zakelijke) autobezitters ontving. Als verzekeraars niet binnen twee weken reageren, plaatst ze gevonden bewijsstukken op haar site.

Wij herkennen ons niet in het geschetste beeld

Focwa, de brancheorganisatie van schadeherstelbedrijven, en het Verbond van Verzekeraars stellen op dit moment niet te willen reageren op de aanklacht van Sommeling. Vorig jaar nog waarschuwde de brancheorganisatie zelf nog voor de gevolgen van de aanhoudende prijsdruk van verzekeraars op de kwaliteit van het herstel.
Achmea reageert wat uitvoeriger. “Wij herkennen ons niet in het geschetste beeld en zeker niet in hetgeen specifiek over Achmea wordt geschreven”, stelt woordvoerder Marco Simmers. “We staan onder controle van de toezichthoudende instanties en houden ons strikt aan de regels. Bovendien kent de branche ‘Bedrijfsregelingen voor zelfregulering’ en daar houden wij ons ook aan.

Reageer op dit artikel