nieuws

Rechter: ‘Tussenpersoon hoeft niet na te gaan wat collega heeft geadviseerd’

Schade 2458

Rechter: ‘Tussenpersoon hoeft niet na te gaan wat collega heeft geadviseerd’

Als een klant zich door twee tussenpersonen laat bedienen, leidt dat niet tot een verzwaarde zorgplicht van beide adviseurs. De verzekerde zelf moet juist extra oplettend zijn. Dat oordeelt de Rechtbank Den Haag in een zaak die een transportbedrijf had aangespannen tegen Rabobank en Meeùs. De vervoerder hield beide tussenpersonen verantwoordelijk voor het feit dat ze niet gedekt was voor de schade die een van zijn vrachtwagenchauffeurs leed bij een eenzijdig ongeval.

Het transportbedrijf in deze zaak gebruikte de diensten van twee tussenpersonen om lagere premies te kunnen bedingen voor zijn verzekeringen. Rabobank en Meeùs wisten dat van elkaar. Bovendien hebben ze in 2009 eenmalig de polissen kunnen beoordelen van de verzekeringen die via de ander waren afgesloten.

Oversluitingen

Tot 2010 had het transportbedrijf een wagenparkverzekering zonder inzittendendekking (SVI) bij Achmea. Daarnaast liep er een WEGAM-verzekering (Werkgeversaansprakelijkheid Motorrijtuigen) bij Turien. Beide verzekeringen liepen in volmacht bij Meeùs. Door bemiddeling van Rabobank sluit het transportbedrijf op 1 januari 2010 een WEGAM-verzekering bij Delta Lloyd. Een paar maanden later is de premievervaldatum van de wagenparkverzekering. Daarom vraagt het bedrijf Rabobank en Meeùs met een offerte te komen voor een nieuwe polis.

Uiteindelijk wordt die eind april 2010 gesloten via Meeùs bij Nationale-Nederlanden. Bij de premie is geen SVi-dekking opgenomen. Dat staat ook in de offerte, maar in de collectieve contractafspraken vermeldt NN abusievelijk wel inzittendendekking tot € 1 miljoen.

De WEGAM-verzekering bij Delta Lloyd sluit Rabobank op 1 januari 2013 op verzoek van de transporteur over naar een Bedrijven Compact Polis van Interpolis. Deze Bedrijven Compact Polis dekt het WEGAM-risico, maar alleen als het kentekenbewijs van het motorvoertuig waarmee de schade wordt geleden niet op naam van het verzekerde transportbedrijf staat.

Eenzijdig ongeval

Een chauffeur van het betreffende vervoersbedrijf heeft in mei 2013 een eenzijdig ongeval met een vrachtautocombinatie. Het kenteken van de wagen staat op naam van het bedrijf. De chauffeur stelt zijn werkgever verantwoordelijk voor de schade die hij lijdt door het ongeval. De transporteur wendt zich tot zijn verzekeringen, maar zowel NN als Interpolis weigert uit te keren. NN omdat de schade van inzittenden niet gedekt zou zijn onder de verzekering. Interpolis omdat de schade is geleden in een voertuig op naam van het transportbedrijf.

Administratieve fout

Het transportbedrijf stapt daarop naar de rechter. In eerste instantie eist het van NN een uitkering van de schade. Op de collectieve contractafspraken staat immers een SVI-dekking. De verzekeraar kan echter ter zitting de rechter overtuigen dat dat op een administratieve fout berust. Een medewerker was vergeten de optie SVI uit het word-sjabloon te halen. Uit alle andere communicatie tussen NN en Meeùs en tussen Meeùs en de klant was duidelijk dat er geen SVI-dekking zou zijn. Het transportbedrijf maakte bewust geen gebruik van het aanbod om inzittenden tegen meerprijs te verzekeren.

Vervolgens richt het transportbedrijf zijn pijlen op Meeùs en Rabobank. Zij hadden de ondernemer moeten behoeden voor het niet verzekerd zijn tegen schade van haar werknemers als gevolg van een eenzijdig verkeersongeval. De twee zouden niet hebben gehandeld als van een zorgvuldig handelend tussenpersoon mocht worden verwacht.

Expliciete keuze

Volgens de rechter kan Rabobank niet verweten worden dat de NN-polis geen SVI-dekking bood, omdat die tussenpersoon niet betrokken was bij het afsluiten van deze verzekering. Meeùs kan het volgens de rechter evenmin worden aangerekend. Meeùs wist van het bestaan van de WEGAM-polis bij eerst Turien en later Delta Lloyd, en wist dat het bedrijf in het verleden ook koos voor deze afzonderlijke dekking. De tussenpersoon heeft bovendien expliciet de keuze gegeven om SVI-schade mee te verzekeren onder de wagenparkverzekeirng van NN. De vervoerder heeft daar niet voor gekozen.

Geen twijfel aan juistheid

De rechter vindt vervolgens dat Meeùs evenmin kan worden verweten dat de nieuwe Bedrijven Compact Polis van Interpolis minder dekking bood. Daar was immers enkel Rabo bij betrokken. Rabo treft echter ook geen blaam, stelt de rechtbank. Het transportbedrijf heeft Rabobank voor de oversluiting geïnformeerd dat het beschikte over een SVI in de wagenparkverzekering. “De zorgplicht van de assurantietussenpersoon gaat in het algemeen niet zo ver dat hij moet controleren of de informatie die zijn klant hem verstrekt wel juist is, tenzij hij concrete aanleiding heeft te twijfelen aan de juistheid van de gegeven informatie. Dat geldt zeker als die klant een ondernemer is waarvan een bepaalde mate van professionaliteit mag worden verwacht”, aldus het vonnis.

Verzwaarde zorgplicht

De transporteur betoogt nog dat van de tussenpersonen een grotere oplettendheid mag worden verwacht omdat ze het bedrijf beide bijstaan. Dit zou volgens de vervoerder tot een verzwaarde zorgplicht leiden. Dat veegt de Rechtbank Den Haag van tafel: “Vanzelfsprekend is het haar goed recht om door middel van concurrentie te proberen haar verzekeringen tegen een zo laag mogelijke premie af te sluiten. Dat leidt echter, tenzij anders is overeengekomen, niet tot een grotere verantwoordelijkheid van de assurantietussenpersoon.”

Verzekeringnemer moet informeren

“In zo’n situatie, waarin de tussenpersoon niet op de hoogte is van de werkzaamheden van de ander, is het niet de verantwoordelijkheid van de tussenpersoon om na te gaan wat zijn collega heeft gedaan”, vervolgt het vonnis. “Het ligt dan op de weg van de verzekeringnemer – zeker als dat een professional is – om de ene tussenpersoon te informeren over het werk van de ander. Als de verzekeringnemer daarin tekortschiet, de tussenpersoon voorziet van onjuiste informatie en die tussenpersoon daarop vaart, kan de verzekeringnemer de gevolgen van zijn eigen vergissing niet afwentelen op de tussenpersoon.”

Het transportbedrijf kan dus fluiten naar een uitkering voor de schade die door een van de chauffeurs is geleden. De rechter veroordeelt de vervoerder bovendien in de proceskosten van NN, Rabo en Meeùs, samen ruim € 10.000.

Reageer op dit artikel