blog

Hoe zit het met de reserves van zorgverzekeraars?

Schade 1467

Regelmatig krijg ik de vraag hoe het kan dat belangrijke dure behandelingen niet vergoed worden, maar dat we wel miljardenreserves op de bank hebben staan. Ik kan me die vraag goed voorstellen. Een operatie van enkele duizenden euro’s lijkt ‘peanuts’ vergeleken met de 2,4 miljard euro die Coöperatie VGZ aan reserves heeft op dit moment. Maar het is natuurlijk wel een vergelijking van appels met peren.

Hoe zit het met de reserves van zorgverzekeraars?

Als het daadwerkelijk om de vergoeding van één behandeling zou gaan, lijkt een beslissing* makkelijk: vergoeden! Maar de realiteit is dat alle declaraties van onze klanten bij elkaar op dit moment bijna elf miljard euro per jaar bedragen. Stel dat van onze vier miljoen klanten zich 1.000 patiënten zouden melden. En die 1.000 patiënten vragen allemaal om de vergoeding van een experimentele behandeling die 20.000 euro kost, dan betekent dat voor VGZ een rekening van twintig miljoen euro. Om dat te betalen, zou de premie met vijf euro per verzekerde per jaar omhoog moeten. Eén nieuwe behandeling, duizend klanten, enorme impact.

Daarnaast komen er elk jaar vele nieuwe behandelingen bij die wél vergoed worden en die zorgen voor oplopende zorgkosten. Het afgelopen jaar betaalde Coöperatie VGZ zo’n 3.250 euro per betalende verzekerde aan zorg. Dat bedrag is een gemiddelde. Veel klanten declareren helemaal geen zorg en sommigen juist heel veel. Ons zorgstelsel is gebaseerd op die onderlinge solidariteit: we betalen allemaal premie om ervoor te zorgen dat iedereen de benodigde zorg krijgt en we geen ‘Amerikaanse toestanden’ krijgen.

Extra buffer

Om problemen door grote schommelingen in de zorgvraag te voorkomen, zijn zorgverzekeraars wettelijk verplicht om reserves aan te houden. De Nederlandsche Bank (DNB) eist van Coöperatie VGZ dat we een ‘buffer’ hebben van zo’n 500 euro per verzekerde. Voor onze vier miljoen verzekerden (betalende klanten en kinderen onder de 18) moeten we minimaal 1,7 miljard euro als reserve op de bank hebben. Zo zijn onze klanten altijd verzekerd van voldoende goede zorg. Als we ónder de vereiste 1,7 miljard euro zouden komen, stelt DNB ‘verscherpt toezicht’ in: een soort Code Oranje.

We willen te allen tijde voorkomen dat onze klanten zich zorgen hoeven te maken over de vraag of ze wel goed verzekerd zijn en of hun zorg door ons betaald kan worden. Om Code Oranje te voorkomen, houdt Coöperatie VGZ een extra buffer aan: wij zetten 150 euro extra opzij per betalende verzekerde, bovenop de eerder genoemde 500. Dat is ongeveer een half miljard euro extra aan reserves. Dat bedrag komt niet uit de lucht vallen. Het is onze wens om de buffer zo klein mogelijk te houden, maar tegelijk wél verstandig en degelijk financieel beleid te voeren. Als de buffer te klein wordt, is de kans groot dat we in de gevarenzone komen en onze klanten het vertrouwen in VGZ verliezen. Als de buffer te groot is, kunnen er terecht vraagtekens gesteld worden bij een stijging van de premie, terwijl we een riante reserve hebben.

Premie betaalbaar houden

In de jaren 2012 tot en met 2015 heeft Coöperatie VGZ ieder jaar geld overgehouden: er kwam meer premie binnen dan nodig was om de zorgkosten te vergoeden. Dat kwam doordat de zorgkosten lager uitvielen dan we vooraf dachten. Coöperatie VGZ heeft geen winstoogmerk, dus dat geld is van onze verzekerden. Onze buffers groeiden daardoor harder dan nodig was. Dit extra geld is de afgelopen jaren ingezet om de jaarlijkse premie minder te laten stijgen dan de groei van de zorgkosten.

We gebruiken de extra ruimte uit onze reserves niet in één keer. Op die manier zorgen we ervoor dat er niet al te grote schommelingen ontstaan in de premie-ontwikkeling door de jaren heen. Zo weten onze klanten waar ze ongeveer rekening mee moeten houden. Eind 2016 was onze extra buffer zo’n 100 euro per betalende verzekerde. Een deel daarvan hebben we gebruikt om de premie voor dit jaar minder hard te laten oplopen. Nu, begin 2018, bedraagt de extra buffer nog zo’n 60 euro. We gaan er op dit moment vanuit dat we die buffer nog een aantal jaar kunnen gebruiken. Daarvan profiteren al onze verzekerden, doordat de premie minder hard stijgt dan de kosten voor de zorg. Zo houden we samen de zorg betaalbaar.

Meer weten over hoe wij onze premie berekenen? Bekijk deze uitleg op YouTube.

*Zorgverzekeraars beslissen niet afzonderlijk over het wel of niet vergoeden van behandelingen uit de basisverzekering. De Tweede Kamer bepaalt, op voorstel van het Zorginstituut Nederland, welke behandelingen vergoed mogen worden en welke niet. Alle zorgverzekeraars moeten zich daaraan houden.

Reageer op dit artikel