nieuws

‘Geef consument niet te veel keuzevrijheid in nieuw pensioenstelsel’

Pensioen 2288

De keuzes die veel Nederlanders zeggen te gaan maken over hoeveel ze sparen en besteden tijdens pensionering wijken nauwelijks af van wat economen rationeel gedrag noemen. Maar uit hetzelfde Netspar-onderzoek concludeert de Tilburgse promovendus Johan Bonekamp dat meer keuzevrijheid in het pensioenstelsel voor lang niet alle toekomstig gepensioneerden goed uit zal pakken. Hij adviseert daarom het aantal keuzes beperkt te houden en meer nadruk te leggen op een goede pensioencommunicatie.

‘Geef consument niet te veel keuzevrijheid in nieuw pensioenstelsel’

Wie eenmaal begint met sparen houdt daar niet meer mee op. Althans, dat beeld rijst bijvoorbeeld op uit onderzoek van het Centraal Planbureau van deze zomer (Income and wealth during the course of life). De meeste mensen teren niet of nauwelijks in op hun vermogen tijdens hun pensioen en dat gaat in tegen wat klassieke economen de levenscyclushypothese noemen (zie kader). Ook hoeven gepensioneerden vaak hun eigen woning niet te verkopen. Met andere woorden: Nederlanders sterven (relatief) rijk.

Opzet van pensioenstelsel van invloed op spaargedrag

Netspar-onderzoekers Johan Bonekamp en Arthur van Soest, beiden ook verbonden aan de Universiteit van Tilburg, grepen dat gegeven aan om consumptiegedrag en spaarmotieven van Nederlanders verder onder een vergrootglas te leggen. Een van de mogelijke verklaringen voor bepaald spaargedrag kan namelijk worden gezocht in de opzet van het pensioenstelsel, licht Bonekamp toe. Met een stelsel dat wordt herzien, is het volgens hem interessant te onderzoeken hoe toekomstig gepensioneerden onder verschillende omstandigheden hun opgebouwde vermogen verwachten in te zetten.

Mensen die meer uitgeven zeggen meer te willen genieten van het leven. Zij maken zich minder druk om bijvoorbeeld politieke onzekerheid

De onderzoekers legden niet-gepensioneerden tussen de 50 en 65 jaar hypothetische huishoudens voor, die van elkaar verschilden in vermogen, inkomen en verwachte gezondheid. De respondenten moesten adviseren over het bestedingspatroon van deze huishoudens die net met pensioen waren gegaan. In het eerste experiment bleef het bestedingspatroon constant, in een vervolg mocht dat variëren. Bonekamp: “Mensen die meer uitgeven zeggen meer te willen genieten van het leven. Zij maken zich minder druk om bijvoorbeeld politieke onzekerheid. Mensen die juist minder gaan besteden, doen dat vooral met het oog op onvoorziene gezondheidsuitgaven.”

Erfenis voor nabestaanden

Meer dan de helft van de ondervraagden adviseert hogere uitgaven in de eerste tien jaar van pensionering en minder vanaf 77 jaar, ongeacht de situatie van het huishouden. Een groot gedeelte kiest volgens Bonekamp voor ‘substantieel vermogen op latere leeftijd’.

In de rangschikking van onderzochte spaarmotieven komt de erfenis voor nabestaanden achteraan. Voor een relatief kleine groep is dat de belangrijkste reden om veel vermogen aan te houden. “Een mogelijke verklaring is dat de hypothetische huishoudens in ons onderzoek de hypotheek hebben afgelost. Mensen vinden misschien dat ze via die weg al veel nalaten”, aldus Bonekamp. Hij grijpt die verklaring bovendien aan om een kanttekening te zetten bij de reikwijdte van de studie. “De huishoudens hadden geen hypotheekschuld. De vraag is of de uitkomsten representatief zijn voor huurders of mensen met een hypotheekschuld.”

Weinig keuzevrijheid geven in nieuw pensioenstelsel

De keuzes die mensen in de experimenten maken, lijken sterk op rationeel gedrag, concluderen de Netspar-onderzoekers. Maar er zijn grote verschillen tussen respondenten, benadrukt Bonekamp. Kenmerken zoals man/vrouw, hoog-/laagopgeleid en wel/geen kinderen verklaren weinig tot niets in de variatie van consumptievoorkeuren. Vanwege de hoge heterogeniteit in consumptie- en spaargedrag is het volgens hem lastig om hier gericht pensioenbeleid op te maken.

Wel adviseert hij om in het nieuwe pensioenstelsel niet te veel keuzevrijheid in te bouwen. “Een grote groep mensen lijkt zich te gedragen zoals je zou verwachten volgens economisch onderzoek. Maar er is ook een groep mensen die juist niet ver de toekomst in kijkt. Als je meer keuzevrijheid aanbrengt, dan verwacht je dat iedereen goed in staat is toekomstkeuzes te maken. Voor de gemiddelde Nederlander gaat dat goed, maar bij een grote groep ook niet. En hoe die groep eruitziet, is niet goed te vatten.”

Kennis over pensioen is beperkt

Het pensioenakkoord gaat juist wel uit van meer individuele keuzevrijheid, bijvoorbeeld doordat er een mogelijkheid komt om op pensioendatum een lumpsum van 10% op te nemen. Bonekamp: “Dat zal voor een hoop mensen fijn zijn. In het licht van dit onderzoek is het lastig daar uitspraken over te doen. Meer of minder keuzevrijheid is een politieke vraag. Wij hebben gekeken naar keuzevrijheid die huishoudens al hebben. Daarin zien we dat die niet voor iedereen goed uitpakt.”

Communicatie over pensioenkeuzes steeds belangrijker

Omdat mensen in een nieuw stelsel meer keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid krijgen, wordt een goede pensioencommunicatie van steeds groter belang, stelt de promovendus. “De kennis van de keuzemogelijkheden en de gevolgen daarvan is nu beperkt. Uit een van onze onderzoeken blijkt dat veel mensen die pensioen opbouwen bijvoorbeeld niet bekend zijn met de hoog-laagconstructie. Overheid, werkgevers, en de pensioenbranche hebben hierbij elk hun eigen verantwoordelijkheid. Internettools kunnen helpen mensen meer bekend te maken met de keuzemogelijkheden die ze hebben, maar zijn vaak nog niet voldoende om mensen weloverwogen de vaak zeer complexe keuzes te laten maken.”

Levenscyclusmodel niet voor Nederlandse gepnsioneerden

Volgens het standaard levenscyclusmodel dat veel economen gebruiken, sparen mensen gedurende hun werkzame leven. Na hun pensionering teren ze in op dat vermogen om hun consumptie-uitgaven op peil te kunnen houden. In Nederland gebeurt dit interen veel minder dan dit model voorspelt, net als in bijvoorbeeld Australië en de VS. Dit gedrag wordt in Amerika vaak verklaard door onzekerheid over bijvoorbeeld oplopende zorgkosten en de wens om een erfenis na te laten.

Reageer op dit artikel