nieuws

DNB moet instemmingsbesluit fusie Aegon met Optas verstrekken op straffe van dwangsom

Pensioen 2524

De Nederlandsche Bank moet het instemmingsbesluit dat zij heeft genomen over de fusie van Optas Pensioenen met Aegon Levensverzekering verstrekken aan een deelnemer aan het havenpensioenfonds. Dit op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag met een maximum van 25 mille.

DNB moet instemmingsbesluit fusie Aegon met Optas verstrekken op straffe van dwangsom

Aegon nam in 2007 voor € 1,5 miljard Optas dat de pensioengelden van havenwerkers beheerde over en werd daarmee de enige aandeelhouder. In een later stadium is besloten tot een fusie van Aegon Leven en Optas, wat niet in goede aarde viel bij deelnemers van Optas.

Zij vreesden dat hun pensioenvoorziening met de fusie minder zou worden. DNB maakte in februari echter de weg vrij voor een fusie door in te stemmen met de samensmelting. Ook verklaarde de Haagse rechtbank bezwaren van een Optas-deelnemer ongegrond, waardoor er geen beletsel meer was voor Aegon om de fusie door te zetten. Optas ging op 1 april op in Aegon Leven.

Geheimhoudingsplicht

Een Optas-deelnemer heeft DNB verzocht om het instemmingsbesluit te verstrekken. DNB weigerde dit echter en stelde dat niet te kunnen doen wegens wettelijke geheimhoudingsplicht. De deelnemer maakte daarop bezwaar tegen zonder de exacte inhoud van het besluit te kennen; tevens maakte zij bezwaar tegen het beslissing van DNB om het besluit zelf te verstrekken. DNB bleef echter bij zijn weigering, waarop de deelnemer naar de voorzieningenrechter van de afdeling bestuursrechtspraak van de Rotterdamse rechtbank stapte.

Vertrouwelijke informatie

De voorzieningenrechter heeft op zijn verzoek kennisgenomen van de inhoud van het besluit en stelde vast dat van vertrouwelijke gegevens in het besluit geen sprake is en  DNB het toch moet verstrekken. De geheimhoudingsplicht waar DNB naar verwijst heeft alleen betrekking op vertrouwelijke informatie en als daarvan geen sprake is, is er geen reden om geen inzage te geven.

De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de verzoekster belanghebbende is bij het instemmingsbesluit. “Het standpunt van DNB dat de rechten en verplichtingen van verzoekster jegens Aegon dezelfde zijn als jegens Optas, laat onverlet dat zij deze rechten en verplichtingen voortaan heeft ten opzichte van een andere verzekeraar. Dat dit materieel geen gevolgen kan hebben voor verzoekster is niet gebleken”, aldus de rechter.

Indexatie

“Zo stelt verzoekster onweersproken dat Optas gehouden was € 2,4 miljard aan te wenden voor indexatie van de pensioenen en dat een vergelijkbare verplichting niet op Aegon rust. Het argument van DNB dat verzoekster geen belanghebbende is bij het instemmingsbesluit, omdat haar belangen niet anders zijn dan die van de tienduizenden andere voormalige verzekerden van Optas, treft geen doel. Verzoekster komt op voor een persoonlijk belang – haar pensioenaanspraken – en zij wordt rechtstreeks in dat belang getroffen door het instemmingsbesluit.”

Dwangsom

Verzoekster heeft de rechter gevraagd een dwangsom op te leggen wanneer DNB het besluit niet verstrekt. De rechter is hierin meegegaan omdat DNB het besluit om principiële niet wil verstrekken en ook niet concreet wil maken welke vertrouwelijke informatie het besluit bevat. “Het valt niet op voorhand uit te sluiten dat DNB ook na deze uitspraak het instemmingsbesluit niet aan verzoekster wil verstrekken. Gelet hierop en bij afweging van de betrokken belangen ziet de voorzieningenrechter aanleiding DNB een dwangsom op te leggen.”

Reageer op dit artikel