nieuws

Pensioenfonds hoeft WIA-aanvulling voor WGA en IVA niet gelijk te trekken

Pensioen 2605

Pensioenfondsen mogen onderscheid maken in de duur van de aanvullingen op de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Dat blijkt uit een zaak die een deelnemer van het Pensioenfonds Vervoer aanspande bij het College voor de Rechten van de Mens. Hij vond dat sprake was van discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte omdat zijn WIA-aanvulling stopte, drie jaar na omzetting van zijn uitkering van WGA naar IVA. Het college ziet geen verboden onderscheid.

Pensioenfonds hoeft WIA-aanvulling voor WGA en IVA niet gelijk te trekken

Een boekhouder die via zijn werk deelnam in het Pensioenfonds Vervoer raakte na 38 jaar arbeidsongeschikt. Vanaf 2013 krijgt hij daarom een uitkering op grond van de Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA). Zijn arbeidsongeschiktheidspercentage was 80-100%. Van het Pensioenfonds Vervoer krijgt hij een WIA-aanvulling van 10%.

Omzetting

Na twee jaar besluit het UWV de WGA-uitkering om te zetten in een uitkering op grond van de Regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). Ook deze uitkering is gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het Pensioenfonds Vervoer laat de man weten dat dit gevolgen heeft voor zijn WIA-aanvulling. Daar heeft hij nog maximaal drie jaar recht op. Per maart 2018 wordt de aanvulling stopgezet.

De boekhouder vindt dat sprake is van discriminatie op grond van chronische ziekte of handicap. Hij dient daarom een klacht in bij het College voor de Rechten van de Mens. De WIA-aanvulling op de WGA kent namelijk geen beperking in tijd. Hij stelt dat hij, hoewel hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, financieel slechter af is dan een WGA-gerechtigde die voor 80-100% arbeidsongeschikt is.

Onderscheid tussen groepen

Het College stelt vast dat het pensioenreglement onderscheid maakt tussen twee groepen van personen die arbeidsongeschikt zijn. Enerzijds zijn er mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn en een IVA-uitkering krijgen. Anderzijds gaat het om personen die volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, maar bij wie herstel is te verwachten (WGA).

Beide groepen zijn langdurig arbeidsongeschikt en hebben een handicap of chronische ziekte. “Het College concludeert dan ook dat er in het pensioenreglement weliswaar sprake is van een verschillende behandeling van groepen uitkeringsgerechtigden, maar dat dit onderscheid niet afhangt van de vraag of de uitkeringsgerechtigde al dan niet een handicap of chronische ziekte heeft”, aldus de uitspraak.

Van verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte is daarom geen sprake. Het Pensioenfonds Vervoer mag dus de duur van een WIA-aanvulling laten verschillen tussen WGA- en IVA-gerechtigden. Dat de boekhouder financieel ongunstiger wordt behandeld dan iemand met een WGA-uitkering kan het College daarom onbesproken laten.

Reageer op dit artikel