nieuws

Vooral apf profiteert van consolidatie in pensioensector

Pensioen 1196

De consolidatie in de pensioensector zet onverminderd door: de grens van 200 fondsen raakt in zicht. Twintig jaar geleden telde Nederland nog ruim duizend pensioenfondsen, inmiddels zijn er nog 240 over. Daarvan hebben er ongeveer 35 al aangekondigd over te gaan tot liquidatie. Vooral de algemeen pensioenfondsen (apf’s) profiteren. Tot kostenbeperking leidt dit echter nauwelijks, constateert De Nederlandsche Bank (DNB).

Vooral apf profiteert van consolidatie in pensioensector

De afgelopen twee jaar hebben vooral apf’s aanspraken overgenomen van verdwijnende pensioenfondsen. Dat blijkt uit cijfers van DNB. In de periode 1 juli 2016 tot 1 juli 2017 verhuisde ruim € 3,8 miljard kapitaal van gestopte pensioenfondsen naar een apf, ruim € 3,3 miljard ging naar bedrijfstakpensioenfondsen (bpf’s) en nog een kleine € 3 miljard naar verzekeraars. In aantallen deelnemers profiteerden verzekeraars in die periode juist meer. Zij kregen er 64.000 deelnemers bij, tegenover 56.000 voor bpf’s en 39.000 voor apf’s.

Kanteling

Een jaar later is dat beeld behoorlijk gekanteld. Pensioenfondsen die zichzelf opheffen kozen tussen juli 2017 en juli 2018 massaal voor een algemeen pensioenfonds. De apf’s kregen er € 3,4 miljard aan kapitaal bij. Bpf’s en verzekeraars kregen met bijna € 1 miljard en ruim € 600 miljoen nu een veel kleiner deel van de koek. Ook in deelnemeraantallen winnen apf’s het meest: een plus van 22.000, tegenover 5.000 voor bpf’s en 12.000 voor verzekeraars.

Kostenbesparing

Pensioenfondsen besluiten vaak tot liquidatie vanwege een combinatie van ontwikkelingen, zoals stijgende kosten van de pensioenuitvoering, strengere eisen en de financiële positie van het fonds. Fondsen die kozen voor een overgang naar een apf, maakten vrijwel allemaal de overstap naar een zogenaamde single-client kring. Hiermee hopen ze de kosten van de uitvoering te verlagen, maar het eigen karakter van de pensioenregeling te behouden.

DNB constateert dat die kostenbesparing beperkt is. Voor de kring wordt een geheel eigen pakket opgesteld en de kosten moeten ook worden gedragen door dezelfde, mogelijk beperkte, groep deelnemers. “De financiële positie en de demografische en andere kenmerken van de overgedragen pensioenregeling veranderen niet bij de overgang naar een single-client kring, aangezien de nieuwe kring voor deze onderwerpen niets anders is dan een voortzetting van het oude pensioenfonds”, aldus de toezichthouder.

Zorgvuldigheid

DNB wil komend jaar in gesprek met pensioenfondsen over hun toekomst. De toezichthouder benadrukt dat zorgvuldigheid geboden is bij een besluit over het voortbestaan van een fonds of collectieve waardeoverdracht. Dat kost tijd, stelt DNB. “Tegelijkertijd kan te lang uitstel ook tot een slechter resultaat voor de deelnemer leiden.”

Reageer op dit artikel