nieuws

Examentraining (86): Vermogen

Pensioen 1484

Nu de nieuwe PE-periode loopt, is ook het blokken, studeren en oefenvragen maken weer begonnen. Iedereen die een Wft-beroepskwalificatie (behaald voor 1 april 2017) in stand wil houden, moet voor 1 april 2019 succesvol het relevante PE-examen afleggen. Samen met opleidingsinstituut Hoffelijk Financieel biedt am:web adviseurs opnieuw de helpende hand door tweewekelijks een volledig uitgewerkte casus aan te bieden. Daarnaast biedt Hoffelijk Financieel adviseurs gratis de mogelijkheid om extra te oefenen met nieuwe casussen en kennisvragen. Deze week een casus met vragen uit de module Vermogen.

Examentraining (86): Vermogen

Casus
Tristan (41) en Lieve (39) zijn getrouwd en wonen in het huis dat ze vijf jaar geleden samen kochten.

Pensioenregeling Tristan
Tristan is acht jaar geleden begonnen bij zijn huidige werkgever. Zijn huidige pensioenregeling is een middelloonregeling met een opbouwpercentage van 1,875%. De pensioenleeftijd is vastgesteld op 67 jaar.

Pensioengegevens:

  • Pensioengevend salaris: € 63.000
  • Franchise:  € 12.000
  • Opbouwpercentage: 1,875
  • Dienstjaren: 8
  • Factor A: € 960

De werkgever van Tristan past de huidige pensioenregeling aan naar de huidige wettelijke standaard met een pensioenleeftijd van 68 jaar.

Bijlage
Pensioenleeftijd: opbouwpercentages.

Vraag 1
Tristan wil graag – naast de opbouw bij zijn werkgever – aanvullend sparen in de vorm van een lijfrente. Hoeveel kan Tristan in 2018 afstorten in een lijfrente volgens de jaarruimte?

Ga uit van een AOW-franchise van € 12.000,- in de jaarruimte en rond af in het voordeel van de belastingplichtige (op gehele euro’s).

Antwoord: € […]

Toetsterm
2d.2: De kandidaat kan het actuele vermogen berekenen. 13,3% x premiegrondslag -/- 6,27 x factor A.

Vraag 2
Tristan vraagt zich af of het verplicht is om mee te gaan met de wettelijke wijziging van de verhoging van de pensioenleeftijd. Wat is de meest professionele en inhoudelijke correcte reactie van de adviseur?

a) “Je hoeft de pensioenleeftijd niet te verhogen, maar dan wordt de uitkering wel lager.”
b) “Je moet de pensioenleeftijd verhogen, hierdoor wordt de maximale uitkering hoger.”
c) “Je moet de pensioenleeftijd verhogen, hierdoor wordt de maximale uitkering lager.”

Toetsterm
3b.3: De kandidaat kan bestaande werkgevers-pensioen-regelingen beoordelen en uitwerken t.b.v. aanvullend vermogensadvies aan een klant.

Vraag 3
De werkgever van Tristan heeft geen verstand van pensioenen, hij laat dit dan ook over aan een adviseur. De introductie van Pensioen 1-2-3 heeft ook verplichtingen ten opzichte van de werkgever met zich meegenomen. Welke verplichting heeft de werkgever ten opzichte van het pensioen van de werknemers?

a) De werkgever moet de werknemer informatie geven over de pensioenregeling, aan de hand van Pensioen 1-2-3 via een intranet of digitaal portaal van de werkgever.
b) De werkgever moet de werknemer volledig kunnen informeren over de pensioenregeling aan de hand van laag 1 en 2 van Pensioen 1-2-3.
c) De werkgever moet de werknemer informeren over de pensioenregeling en eventueel laag 1 van Pensioen 1-2-3 aan de deelnemer uitreiken.

Toetsterm
2d.3: De kandidaat kan de werkgeverspensioenregeling (d.m.v. bijvoorbeeld Pensioen 1-2-3) en het Uniform Pensioen Overzicht (UPO) interpreteren.

 

Banner Hoffelijk Antwoorden

Banner Hoffelijk Meer oefeningen

Eerdere examentrainingen zijn hier te vinden.

Reageer op dit artikel