nieuws

Examentraining (81): Pensioen

Pensioen 1104

Nu de nieuwe PE-periode loopt, is ook het blokken, studeren en oefenvragen maken weer begonnen. Iedereen die een Wft-beroepskwalificatie (behaald voor 1 april 2017) in stand wil houden, moet voor 1 april 2019 succesvol het relevante PE-examen afleggen. Samen met opleidingsinstituut Hoffelijk Financieel biedt am:web adviseurs opnieuw de helpende hand door tweewekelijks een volledig uitgewerkte casus aan te bieden. Daarnaast biedt Hoffelijk Financieel adviseurs gratis de mogelijkheid om extra te oefenen met nieuwe casussen en kennisvragen. Deze week een casus met vragen uit de module Pensioen.

Examentraining (81): Pensioen

Casus
Mandjes bv heeft een pensioenverzekering afgesloten die binnenkort afloopt. De ondernemingsraad van de bv bekijkt momenteel of het verstandig is om de verzekering om te zetten naar een pensioenregeling bij een APF.

Bedrijfsgegevens
– Er zijn 68 werknemers in dienst.
– Momenteel hebben de werknemers een middelloonregeling.
– De pensioenverzekering is twintig jaar geleden afgesloten. Toen lag de contractrente vier procentpunt hoger dan nu.
– De werknemers betalen momenteel geen eigen bijdrage. De onderneming wil dat de werknemers een eigen bijdrage gaan leveren.
– De onderneming vindt het wenselijk dat de premielast gelijk blijft.

Wensen van de ondernemingsraad
– De premielast moet gelijk blijven.
– De gegarandeerde uitkering blijft bestaan.

Gido zit in de ondernemingsraad van de bv en heeft een afspraak met de adviseur Pensioen om de gevolgen van het eventueel omzetten van de pensioenregeling te bespreken.

Vraag 1
Gido vindt een APF erg aantrekkelijk klinken. Hij vraagt zich af of er ook nadelen zijn verbonden aan deze overstap. Welke reactie van de adviseur is het meest professioneel en inhoudelijk correct?

a) “Als de beleggingsresultaten tegenvallen, kan het zijn dat het pensioen op termijn wordt gekort.”
b) “De deelnemers krijgen een gegarandeerde uitkering bij een APF, het pensioen neemt dus niet toe bij positieve beleggingsresultaten.”
c) “Er zijn voor de deelnemers geen nadelen verbonden aan het overstappen van een verzekeraar naar een APF.”

Toetsterm
1g.11: De kandidaat kan aan de werkgever uitleggen welke risico’s zijn verbonden aan een pensioenvoorziening in geval van aansluiting bij een algemeen pensioenfonds (apf), vrijwillige aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds (bpf), het afsluiten van een pensioenverzekering of premiepensioenvordering.

Vraag 2
Gido vraagt zich af wat het gevolg is voor de premie die de werknemers moeten betalen, als Mandjes bv overstapt naar een APF. Welke reactie van de adviseur is het meest professioneel en inhoudelijk correct? Ga er bij de beantwoording van de vraag van uit dat de rekenrente bij de verzekeraar en het APF gelijk zijn.

a) “De premie is door het risico bij het APF hoger dan bij de verzekeraar.”
b) “De premie is door de schaalvoordelen bij het APF lager dan bij de verzekeraar.”
c) “De premie is bij het APF gelijk aan de premie bij de verzekeraar.”

Toetsterm
1h.1: De kandidaat kan onder andere de volgende pensioenbegrippen met betrekking tot de tarief- of kostengrondslagen omschrijven en in voorkomende gevallen toepassen: U-rendement, UFR, rente termijnstructuur, garantiepremie, technisch resultaat, gesepareerd depot, maatschappij winstdeling, rekenrente, bestemmingsreserve, toeslag, life cycle, bepaald en onbepaald partner, gehuwdheidsfrequentie, uitruilvoet, bruto- en netto opslag op premie, generatietafel, overlevingstafels en leeftijdverschuiving, assetpooling, functie weerstandsvermogen,  vergunningenplicht apf, (minimaal) vereist eigen vermogen, risicohouding, toekomstbestendige toeslagverlening, single-client of multi-client collectiviteitkring, belanghebbendenorgaan, verantwoordingsorgaan, herstelplan, ABTN en haalbaarheidstoets.

Vraag 3
Gido is bang dat de nieuwe pensioenregeling voor onrust gaat zorgen onder de werknemers. Heeft een werknemer ten aanzien van zijn eigen opgebouwde pensioenaanspraak nog enige zeggenschap in collectieve waardeoverdracht van de pensioenregeling naar een collectiviteitskring van een algemeen pensioenfonds?

a) Ja, de werknemer kan de overdracht van de eigen opgebouwde pensioenaanspraak tegenhouden.
b) Ja, de werknemer kan afdwingen dat zowel de opgebouwde als de nog op te bouwen pensioenaanspraken bij de oude uitvoerder achterblijven c.q. worden gerealiseerd.
c) Nee, bij collectieve waardeoverdracht beslist de werkgever of de opgebouwde pensioenaanspraken worden overgedragen.

Toetsterm
1c.4: De kandidaat kan de voordelen en kansen benoemen van een goede risicomanagementaanpak   het terrein van pensioenvoorziening.

 

Banner Hoffelijk Antwoorden

Banner Hoffelijk Meer oefeningen

Eerdere examentrainingen zijn hier te vinden.

Reageer op dit artikel