blog

Gaten in PE-stellingen

Pensioen

Met bijna 10.000 handtekeningen onder een petitie, de bereidheid tot protest op het Binnenhof en een heus visiedocument van vijf koepelorganisaties kan het verweer tegen de periodieke PE-examinering als zeer serieus en oprecht worden betiteld. De toonzetting is niet zelden fel; het neigt zo nu en dan naar fanatisme. Dat heeft als nadeel dat er geen oog (meer) is voor argumenten die het ingenomen standpunt níet ondersteunen. Toch ga ik daartoe een poging doen.

Gaten in PE-stellingen

In het visiedocument zeggen de koepels dat een PE-urensysteem goed en objectief te bewaken is. Dit is aantoonbaar niet waar. Evaluaties van eerdere PE-trajecten (te vinden op de website van het CDFD) hebben wezenlijke tekorten aan het licht gebracht bij onderwijsinstellingen in de registratie van deelnemers (en hun actieve participatie) en in de borging van de onderwijskwaliteit. Nota bene zijn juist deze problemen met de objectiviteit en meetbaarheid aanleiding geweest om tot examinering vanuit een centrale itembank over te gaan.

Kostbaar

Of een PE-urensysteem “veel goedkoper” is dan periodieke examinering is daarnaast een twijfelachtige stelling. Zo zal er, om de kwaliteit van het PE-onderwijs te toetsen (liefst te garanderen), een omvangrijk en dus kostbaar toezichthoudend orgaan nodig zijn. Bedenk dat er meer dan 200 (!) programma’s getoetst moeten worden: vooraf op inhoud, met wel of geen toekenning van een bepaald aantal PE-uren, en tijdens en na het onderwijs op kwaliteit. Wie gaat deze toezichthouder betalen?

De brancheorganisaties onderbouwen de claim van “veel goedkoper” verder met de stelling dat in een examensysteem “iedereen examentraining gaat volgen” en dat kost veel geld. Waarop is die stelling gebaseerd? Er spreekt in elk geval weinig vertrouwen uit in de kennis en kunde van de eigen achterban. Die vreest kennelijk zonder speciale examentraining de toets niet te doorstaan. Om misverstanden te voorkomen: deelnemen aan studiebijeenkomsten, om jaarlijks minimaal 10 PE-punten (of uren) te behalen, is niet gratis hoor!

Onvoldoende

Het zal bovendien PE-sessies betreffen die mede gericht zijn op competenties en vaardigheden. Net als bij een examen kan de uitkomst van deze sessies óók zijn dat de kandidaat een onvoldoende beoordeling krijgt, de gewenste PE-uren dus niet krijgt toegekend en ultimo daarmee de geldigheid van het diploma verspeelt. Ook een PE-urensysteem zal niet vrijblijvend zijn!

36 maanden

En dan is er nog het kritiekpunt van de actualiteit: achterhaalde of zelfs onjuiste kennis zou getoetst gaan worden. Ook dit argument is niet sterk. In het beoogde systeem geldt per individu een termijn van 36 maanden waarbinnen de PE-kennis opnieuw moet worden getoetst. Er wordt dus niet, zoals nu juist het geval is, voor de hele bedrijfstak voor een termijn van 18 maanden een in beton gegoten set toetstermen vastgesteld.

De centrale itembank kan permanent aangepast en aangevuld worden, bijvoorbeeld als de actualiteit daartoe aanleiding geeft. Bij de eerstvolgende PE-toets kan elke examenkandidaat daarmee worden geconfronteerd. Vergeet trouwens niet dat de wet na 2013 al eist dat elke adviseur “te allen tijde real-time” op de hoogte is van relevante, actuele ontwikkelingen. Iets wat een goed adviseur trouwens van zichzelf al zou moeten eisen.

Adviesberoep

Het vak van financiële dienstverlener schuift meer en meer op in de richting van een volwaardig adviesberoep. Verhoging van de vakbekwaamheid is daar onlosmakelijk aan verbonden. Elke klant heeft het volste recht om geadviseerd te worden door een ter zake kundig persoon. En het is een heel gezonde ontwikkeling dat het vergunningstelstel ervoor zorgt dat een adviseur zich onthoudt van adviezen over zaken waar hij of zij aantoonbaar onvoldoende kennis van heeft.

Mijn advies is om geen tijd en energie meer te steken in de protesten tegen de periodieke examinering. Misschien helpt constructief meedenken om de overlap, die het beoogde examensysteem in zich heeft, zo veel mogelijk te beperken. Dat scheelt tijd, ergernis en geld.

 

Henri Drost

Oostdam & Partners

Reageer op dit artikel