artikel

GfK: ‘Geen plek voor PPI in pensioenlandschap 2025’

Pensioen 2877

Pensioenaanbieders zijn continu op zoek naar rendement en zouden minstens zoveel energie moeten steken in het verlagen van de kosten. Werkgevers vragen er al langer om en voegen nu de daad bij het woord door vaker te veranderen van pensioenaanbieder. Opvallend is dat werkgevers die de pensioenregeling bij een PPI hebben ondergebracht nog veel vaker afscheid willen nemen van hun PPI als het elders goedkoper kan.

GfK: ‘Geen plek voor PPI in pensioenlandschap 2025’

Tel daarbij op dat werknemers zekerheid over hun pensioeninkomen willen hebben, dat een Premie Pensioen Instelling (PPI) alles doet behalve je pensioen regelen en dat meerdere pensioenaanbieders via diverse pensioenvehikels de markt benaderen met overlappende proposities, dan lijkt het logisch snel afscheid te nemen van de PPI. Het nieuwe pensioenstelsel zal dit proces, naar verwachting van GfK, versnellen.

Lagere pensioenkosten

Uit een recent pensioenonderzoek van GfK onder ruim 500 werkgevers en 1.200 werknemers blijkt dat werkgevers vandaag al op zoek zijn naar verdere verlaging van hun pensioenkosten. Met stip op één staat dat men openstaat voor het aanbod van een andere goedkopere aanbieder. Daarnaast kijkt men vooral naar versobering van de pensioentoezegging. Deze wens van kostenverlaging is er al sinds 2000 toen GfK begon met het monitoren van pensioenwensen van werkgevers. Anders dan toen is dat werkgevers nu de daad bij het woord voegen: aanspraken worden de laatste 10 jaar echt versoberd en men verandert steeds vaker van aanbieder.

Dit wordt versterkt door de beperkte loyaliteit van werkgevers aan hun huidige aanbieder. Maar liefst 7 op de 10 werkgevers zouden niet opnieuw voor hun huidige pensioenaanbieder kiezen. Kijken we naar het daadwerkelijke gedrag dan zien we dat in 5 jaar tijd 1 op de 3 werkgevers van pensioentoezegging of pensioenaanbieder is veranderd.

Overstappers

Binnen de ‘PPI-werkgevers’ zouden 4 op de 10 niet voor de huidige aanbieder kiezen. Dit is een duidelijk positievere score dan voor andere werkgevers, waarbij PPI-werkgevers overigens vaak nog maar zeer kort voor de huidige aanbieder hebben gekozen. Werkgevers bij een PPI zijn daarentegen het meest bereid tot veranderen van aanbieder, maar liefst 5 op de 10 zegt over te stappen als het daar goedkoper kan. Bij de andere werkgevers is een kwart dat van plan. Die uitkomsten zijn sterk vergelijkbaar met recent onderzoek onder overstappers naar een andere zorgverzekeraar: mensen zijn tevreden maar hebben geen binding.

Van 1060 naar 268

In Nederland hebben we een gezamenlijke zeer omvangrijke pensioenpot (pijler 2) van ¤ 1.500 miljard. Deze pot is onvoldoende om het huidige pensioenstelsel te continueren. De rente is historisch laag en duurzaam extra rendement is lastig te vinden. Tegelijkertijd hebben we in Europa te maken met een demografische tijdbom. We leven langer: over 20 jaar leven we weer 3 jaar langer dan nu. Er zijn steeds minder werkenden ten opzichte van gepensioneerden: in 1957 toen de AOW ontstond waren er voor iedere gepensioneerde 7 werkenden, over 20 jaar zijn dat er 2.

We zullen meer moeten sparen of genoegen moeten nemen met minder. Deze ontwikkelingen hebben ook de consolidatie van pensioenaanbieders (met name pensioenfondsen) in Nederland op gang gebracht. Twintig jaar geleden waren er nog 1060 pensioenaanbieders, tien jaar geleden 700 en nu zijn er 268 pensioenfondsen, pensioenverzekeraars, PPI’s en APF-en. De consolidatie zal verder doorzetten om de financiële weerbaarheid te versterken, de uitvoeringskosten te verlagen en te kunnen voldoen aan governance-eisen. Op dit moment hebben al 50 fondsen het besluit tot liquidatie bij DNB gemeld.

Van 268 naar 95

Door het nieuwe pensioenstelsel zullen werkgevers en werknemers kritischer worden op pensioenaanbieders en proposities. Door toenemende transparantie en persoonlijke potjes zullen de kosten per deelnemer verder moeten worden verlaagd. Een vergelijking met beleggingsverzekeringen leert dat een substantiële verlaging van kosten en het verdwijnen van proposities bij toenemende transparantie niet ondenkbaar is. Daar waar werkgevers lagere pensioenkosten willen, verlangen werknemers zekerheid en willen aanbieders (verzekeraars) juist af van garanties. Ze vinden het langlevenrisico echt een risico.

Pensioenlandschap

Vandaag hebben we nog 268 aanbieders en nog zo veel meer verschillende proposities. Zo bedienen veel verzekeraars de markt met een pensioenverzekeraar, een PPI en een APF. Hoewel de PPI op dit moment in vergelijking met andere aanbieders kostenefficiënt is, lijkt dit voor de toekomst onvoldoende én betreft het alleen een DC-regeling in de opbouwfase. Het is vreemd dat een PPI alles regelt behalve je pensioen, een PPI mag immers geen langlevenrisico dragen of pensioenuitkeringen doen. Daarbij kan een APF eenzelfde propositie bieden als een PPI, maar niet andersom. Beide in de huidige vorm laten voortbestaan lijkt geen serieuze optie. Aanbieders moeten nadenken met welk pensioenaanbod zij over 5 jaar in de markt willen staan. GfK verwacht dat het pensioenlandschap zich verder zal concentreren en er in 2025 als volgt uitziet:

  • 5 pensioenverzekeraars
  • 5 APF-en
  • 5 beroepspensioenfondsen
  • 30 bedrijfstakpensioenfondsen
  • 50 ondernemingspensioenfondsen
  • 0 PPI’s

Bij de start van het nieuwe pensioenstelsel hebben we goed zicht op het bestaansrecht van zowel APF als PPI. Afscheid nemen van de PPI lijkt een kwestie van tijd.

Dit artikel is geschreven door Robin Hardeveld Kleuver, Industry Consultant Financial Services van marktonderzoeksbureau GfK. Het staat ook in am:magazine nummer 41 dat vandaag op de mat valt.

Reageer op dit artikel