nieuws

Minister Ollongren bevestigt: weegfactor tweede inkomen bij hypotheek wordt 80%

Financiële planning 22361 PA

Huishoudens met twee inkomens kunnen in 2020 meer lenen dan dit jaar. Het inkomen van de minstverdienende partner gaat voor 80 procent in plaats van 70 procent meewegen bij de bepaling van het maximale financieringslastpercentage.

Minister Ollongren bevestigt: weegfactor tweede inkomen bij hypotheek wordt 80%

De extra financieringsruimte voor tweeverdieners zat er al aan te komen. Onder andere het Nibud en minister Hoekstra van Financiën maakten deze zomer kenbaar daar voorstander van te zijn. Minister Kajsa Ollongren bevestigt nu in een Kamerbrief dat de extra ruimte wordt opgenomen in de Regeling hypothecair krediet.

Afgelopen jaren groeide de weegfactor van het tweede inkomen van 50 procent in 2016 naar 70 procent in 2019. Volgend jaar komt daar nog 10 procentpunt bij. Volgens Ollongren houdt die groei gelijke tred met de afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting voor de minstverdienende partner.

Verduidelijking Regeling hypothecair krediet

De minister grijpt de brief over de leennormen aan om ook drie verduidelijkingen van de Regeling hypothecair krediet aan de Tweede Kamer te melden. Het bleek onduidelijk hoe de leencapaciteit van tweeverdieners moet worden bepaald als slechts een van beide partners de AOW-leeftijd heeft bereikt. Op advies van het Nibud moet daarvoor nu de tabel worden gebruikt die hoort bij de partner met het hoogste toetsinkomen.

Energiezuinige woningen

Kopers van woningen met een energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van nul of lager kunnen maximaal 15.000 euro extra lenen. Halverwege 2020 vervalt echter het EPC. Daarom is in de Regeling hypothecair krediet opgenomen dat dit maximum ook geldt voor woningen met een maximaal primair fossiel energiegebruik van nul kWh per jaar.

Tot slot is volgens de minister ook verduidelijkt dat bij het verhogen van een bestaand hypothecair krediet voor het treffen van energiebesparende voorzieningen in een woning een bedrag van maximaal 9.000 euro buiten beschouwing mag worden gelaten bij het vaststellen van de financieringslast.

Reageer op dit artikel