nieuws

AFM komt met Trendzicht 2020: ‘Focus op problematiek met aflossingsvrije hypotheken’

Financiële planning 4764

De AFM presenteert vandaag zijn tweede Trendzichtrapport over de belangrijke trends en risico’s in de financiële sector. Waar het vorig jaar nog vooral over de Brexit ging, focust de toezichthouder dit keer op de te verwachten problemen met de aflossingsvrije hypotheken. Trendzicht 2020 bepaalt ook de agenda voor 2020 van de toezichthouder.

AFM komt met Trendzicht 2020: ‘Focus op problematiek met aflossingsvrije hypotheken’

Eerst wat cijfers: de totale hypotheekschuld in Nederland bedraagt 503,4 miljard euro. Daarvan is nog altijd 257,8 miljard aflossingsvrij. Annuïtair neemt 116,7 miljard voor zijn rekening en spaarhypotheken 58,6 miljard euro. Daarna volgen levenhypotheken (29,9 miljard), beleggingshypotheken (21,0 miljard) en lineair (14,7 miljard). De overige vormen zorgen voor een schuld van 4,6 miljard.

De AFM: “Aflossingsvrije hypotheken bieden voordelen voor consumenten, maar gaan ook met risico’s gepaard. Veel aflossingsvrije hypotheken lopen rond het jaar 2035 af. Het aflopen van de aflossingsvrije hypotheek valt voor veel huishoudens samen met pensionering en het verlies van het recht op hypotheekrenteaftrek. Dit kan het lastig maken om een nieuwe hypotheek af te sluiten. Bij verkoop van de woning is er het risico op een restschuld, hoewel dit slechts een kleine groep consumenten lijkt te treffen. Dit risico is sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de woningwaarde. Consumenten kunnen de risico’s verkleinen door extra vermogen op te bouwen en tijdig met hun hypotheekaanbieder in gesprek te gaan over wat voor hen de beste oplossing is”.

Het moment dat een groot deel van de aflossingsvrije hypotheken afloopt ligt zo’n 15-20 jaar in de toekomst

De AFM wil dat hypotheekverstrekkers én consumenten tijdig in actie komen om problemen aan het einde van de looptijd te voorkomen. “Het voorkomen van problemen met aflossingsvrije hypotheken vereist een lange adem. Het moment dat een groot deel van de aflossingsvrije hypotheken afloopt ligt zo’n 15-20 jaar in de toekomst. Tegelijkertijd moeten consumenten en financiële instellingen die de hypotheken hebben verstrekt juist zo vroeg mogelijk in actie komen. Hypotheekverstrekkers hebben een actieve zorgplicht voor de verstrekte hypotheken. Zij kunnen samen met hun klant een passende oplossing zoeken voor zover dat nodig is.”

Iets minder dan de helft van de huishoudens met een aflossingsvrije hypotheek heeft een volledig aflossingsvrije hypotheek. Bij 32 procent van de huishoudens is meer dan de helft van de hypotheekschuld aflossingsvrij, bij de overige 22 procent is minder dan de helft van de schuld aflossingsvrij. Huishoudens die kiezen voor een deels aflossingsvrije hypotheek, combineren het aflossingsvrije leningdeel het meest met een spaar- of levenhypotheek. Volgens de AFM zijn er in Nederland 2,7 miljoen huishoudens met een gedeeltelijke of gehele aflossingsvrije hypotheek.

Weinig problemen met betalen hypotheek

Betalingsachterstanden op hypotheken komen in Nederland weinig voor, ook niet onder huishoudens met een aflossingsvrije hypotheek, meldt de AFM. De meest concrete aanwijzing voor betaalbaarheidsrisico’s zijn betalingsachterstanden. Eind 2018 hadden circa 77.000 Nederlanders (ongeveer 2 procent van de huishou­dens met een hypotheekschuld) een achterstand op hun hypotheek (BKR, 2019). Dit cijfer betreft alle hypotheekvormen. Onder huishoudens met een aflossingsvrije hypotheek had eind 2018 circa 1 procent een (rente)betalingsachterstand. Dit betreft naar schatting 25.000 huishoudens. Betalingsachter­standen komen verhoudingsgewijs het meest voor onder huishoudens met een hoge hypotheekschuld in verhouding tot hun woningwaarde, oplopend tot 2-3 procent in de hoogste LTV-klasse.

Rond het jaar 2035 loopt het gros van de huidige aflossingsvrije hypotheken af. Rond 2050 heeft ongeveer 90 procent van de huidige aflossingsvrije hypotheekschuld het einde van de looptijd bereikt. Bijkomend probleem voor veel huishoudens is volgens de AFM dat in de periode dat veel aflossingsvrije hypotheken aflopen, ook de financiële situatie van veel huishoudens wijzigt.

Iets minder dan de helft van de huishoudens met een aflossingsvrije hypotheek heeft een volledig aflossingsvrije hypotheek.

“Tussen nu en 2040 pensioneren naar verwachting jaarlijks 55.000 tot 80.000 hoofdkostwinners van de huis­houdens met een aflossingsvrije hypotheek. In 2040 heeft bijna 80 procent van hen de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Pensionering leidt in de meeste gevallen tot een inkomensterugval. Bovendien vervalt voor circa 80 procent van de huidige aflossingsvrije hypotheken vanaf 2031 het recht op hypotheekrenteaftrek, wat leidt tot hogere nettorentelasten. Beide gebeurtenissen zijn bepa­lend voor het handelingsperspectief van het huishouden: de ruimte om vrij­willig af te lossen op een aflossingsvrije hypotheek wordt in tijd en omvang begrensd door een terugval in het besteedbaar inkomen van het huishouden. Ook kunnen deze gebeurtenissen ertoe leiden dat huishoudens hun maandelijk­se hypotheeklasten niet meer kunnen betalen, zeker wanneer zich meerdere gebeurtenissen tegelijk voordoen”.

Tot slot schrijft de AFM: “Hypotheekverstrekkers hebben een actieve zorgplicht voor klanten met een aflossingsvrije hypotheek. Zij zijn verantwoordelijk voor het informeren van de klant, het bieden van handelingsperspectieven en het aanzetten tot actie waar nodig. De AFM bewaakt de voortgang van dit proces en zet de lijnen uit om problemen te voorkomen”.

Restschuldrisico: beperkt tot klein deel huishoudens

Een klein percentage huishoudens loopt volgens de AFM een risico op restschuld. Minder dan 2 procent van de huishoudens heeft aan het einde van de looptijd een hypotheekschuld die naar verwachting groter is dan de waarde van het huis. Driekwart van hen heeft bovendien nog meer dan 15 jaar resterende looptijd van de hypotheek. Het gros van de huidige voorraad aflossingsvrije hypotheken heeft een LTV lager dan 50% en heeft nog meer dan 15 jaar voordat de AFV-hypotheek afloopt. Het risico op restschuld is daarmee beperkt tot een klein deel van de huishoudens.

Reageer op dit artikel