nieuws

Voormalig adviseur in rechtszaak tegen ING: aflossingsvrije hypotheek is schadelijk medicijn

Financiële planning 30244

ING had nooit aflossingsvrije hypotheken op de markt mogen brengen, omdat de bank wist dat het eigen verdienmodel het risico op instorting van de huizenmarkt meebracht. Dat stelt een voormalig hypotheekadviseur van wie twee woningen executoriaal werden verkocht. Hij vindt dat aflossingsvrije hypotheken een onrechtmatig in het verkeer gebracht product zijn en trekt de vergelijking met het schadelijke zwangerschapsmedicijn di-ethylstilbestrol (DES). Het Gerechtshof Amsterdam stelt hem in het ongelijk.

Voormalig adviseur in rechtszaak tegen ING: aflossingsvrije hypotheek is schadelijk medicijn

Een hypotheekadviseur en zijn vrouw kopen in 2007 een woning, terwijl ze ook nog eigenaar zijn van een ander huis. Voor die huizen hebben ze twee hypotheken bij ING ter waarde van € 410.000 en € 495.000. Beide leningen zijn aflossingsvrij. Als in de loop van 2008 de adviseur zijn baan kwijtraakt, ontstaat een betalingsachterstand. Eind 2013 worden de woningen executoriaal verkocht voor respectievelijk € 142.500 en € 203.000. Het stel houdt met een restschuld over die in 2017 is opgelopen tot ongeveer zeven ton.

Bank waarschuwt niet voor verdienmodel

Bij de rechtbank Amsterdam en – nadat hij in het ongelijk is gesteld – bij het Gerechtshof Amsterdam stelt de oud-hypotheekadviseur dat ING zijn zorgplicht heeft geschonden. De bank had de leningen nooit mogen aangaan en moet daarom zijn schade vergoeden.

Zijn meest concrete verwijt is dat ING bij het afsluiten van de hypotheken niet heeft gewaarschuwd voor het macro-economische verdienmodel van banken. De adviseur meent dat de huizenmarkt in Nederland is ingestort door securitisatie, het doorverkopen van gebundelde hypotheken. Die ineenstorting was voor hemzelf niet te voorzien, maar banken zouden er voor zijn gewaarschuwd. Voor de voormalig hypotheekadviseur staat vast dat de vele aflossingsvrije hypotheken die Nederlandse banken, waaronder ING, hebben verstrekt de ineenstorting hebben veroorzaakt.

DES-zaak

De man vergelijkt daarbij aflossingsvrije hypotheken met het zwangerschapsmedicijn di-ethylstilbestrol (DES). DES werd in Nederland voorgeschreven in de periode 1947 – 1976 om miskramen te voorkomen. Het medicijn bleek niet te werken en zorgde voor afwijkingen bij (vooral) dochters van vrouwen die DES hadden gebruikt. In 1992 bepaalde Hoge Raad dat het op de markt brengen van het medicijn onrechtmatig was. Het was aan de betrokken producenten te bewijzen dat de schade niet door hen veroorzaakt was.

Onrechtmatig

Volgens de ex-adviseur geldt hetzelfde in zijn zaak tegen ING. De aflossingsvrije hypotheek vindt hij een onrechtmatig in het verkeer gebracht product. Daarom zou ING zou moeten bewijzen dat de ineenstorting van de Nederlandse huizenmarkt niet is veroorzaakt door haar verdienmodel van securitisatie.

Het Gerechtshof Amsterdam vindt dat die vergelijking niet opgaat: het zijn twee heel verschillende zaken. In de DES-zaak draaide het om de causaliteitsvraag, in deze casus geldt dat als de schade vast komt te staan, die door ING is veroorzaakt. Volgens het hof heeft de man echter niet voldoende toegelicht waarom het aanbieden van een aflossingsvrije hypotheek door ING onrechtmatig is geweest. Het hof kan bovendien enkel beoordelen of in dit concrete geval de zorgplicht is geschonden. De rechter doet geen uitspraken over of securitisatie van hypotheken in het algemeen onrechtmatig was jegens iedereen aan wie een aflossingsvrije hypotheek is verstrekt.

Wanprestatie

De adviseur stelt verder dat de ineenstorting van de huizenmarkt als onvoorziene omstandigheid moet worden gekarakteriseerd. Daaruit zou volgen dat ING wanprestatie heeft geleverd. De bank had na instorting van de markt niet mogen verwachten dat de hypotheekovereenkomsten in stand zouden worden gehouden. De huizen hadden niet per executie verkocht mogen worden, maar er hadden nieuwe afspraken moeten worden gemaakt.

Huizenprijzen kunnen stijgen en dalen

Het hof veegt dat van tafel. Volgens het arrest is het een feit van algemene bekendheid dat huizenprijzen kunnen stijgen en dalen. “Dit maakt dat de waardedaling niet een onvoorziene omstandigheid was die aanleiding kan zijn tot wijziging van de gevolgen van de (hypotheek)overeenkomsten zoals bedoeld in artikel 6:258 Burgerlijk Wetboek. Die omstandigheid is niet van dien aard dat ING naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding van de overeenkomsten mocht verwachten”, aldus het hof.

Het hoger beroep van de ex-adviseur faalt. ING is niet verantwoordelijk voor de restschuld.

Reageer op dit artikel