nieuws

Verschil in woonlasten tussen huurder en koper loopt verder uiteen

Financiële planning 2371

Huiseigenaren besteden gemiddeld 29 procent van hun netto besteedbaar inkomen aan woonlasten. Die zogeheten woonquote is opnieuw een half procentpunt lager dan het vorige meetpunt drie jaar geleden en ligt 2,5 procentpunt lager dan het eerste meetpunt in 2012. Huurders betalen nog steeds relatief meer dan in 2012. Het verschil is volgens het Woononderzoek Nederland (WoON) van het CBS bijna twee procentpunt.

Verschil in woonlasten tussen huurder en koper loopt verder uiteen

Het verschil tussen kopers en huurders kan volgens het CBS niet worden verklaard door een groeiende kloof in besteedbaar inkomen, maar wordt veroorzaakt door de stijgende woonlasten van huurders. Verder opgesplitst: de hoogte van bijkomende woonkosten zoals gemeentebelastingen, energie en water zijn sinds de eerste meting in 2012 nauwelijks gestegen. De stijgende woonquote voor huurders sinds 2012 (36,2%) wordt dus bijna volledig veroorzaakt door hogere huren.

Grensregio’s

Tussen 2012 en 2018 daalde de woonquote van kopers van 32,5 procent tot 29 procent. Niet onverwacht wordt dat vooral toegeschreven aan de lage hypotheekrente en strengere regelgeving rond hypotheken. Zowel in de grensgebieden als in het westen van het land zijn hoge woonquotes zichtbaar. In de grensregio’s wordt dat volgens het CBS voornamelijk veroorzaakt door de lagere inkomens ten opzichte van de woonlasten. In het westen wordt het hoge cijfer juist veroorzaakt door de hogere woonlasten.

Reageer op dit artikel