nieuws

CBb wijst AFM terecht: online krediet is ‘dienst van de informatiemaatschappij’

Financiële planning 1235

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft geoordeeld dat de AFM in 2017 ten onrechte een last onder dwangsom wilde opleggen aan een vergunningloze online aanbieder van flitskrediet. Het ging namelijk niet om een financiële dienst, maar om een dienst van de informatiemaatschappij, aldus het college.

CBb wijst AFM terecht: online krediet is ‘dienst van de informatiemaatschappij’

De AFM legde in oktober 2017 een last onder dwangsom op aan een Britse onderneming die online zonder vergunning flitskrediet aanbood. Maar de onderneming, die in het Verenigd Koninkrijk een vergunning heeft voor het aanbieden van krediet, maakte bij de rechter met succes bezwaar tegen de dwangsom. De AFM had niet de bevoegdheid om de maatregel op te letten, concludeerde de rechtbank in Rotterdam. “De Wft is niet van toepassing op financiële diensten die kunnen worden aangemerkt als dienst van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het BW en die worden verleend door een financiële onderneming vanuit een vestiging in een andere lidstaat”, overwoog de rechter. Een dienst van de informatiemaatschappij is elke dienst die tegen vergoeding, langs elektronische weg, op afstand en op individueel verzoek van de afnemer van de dienst wordt verricht zonder dat partijen gelijktijdig op dezelfde plaats aanwezig zijn, zo luidt de toelichting.

Rechter: Wft-definitie niet van belang

Dat begrip ‘dienst van de informatiemaatschappij’ is afkomstig uit de EU-richtlijn inzake elektronische handel en moet daarom worden uitgelegd op basis van het recht van de EU. “Bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een dienst van de informatiemaatschappij zoals bedoeld in artikel 1:16, eerste lid, van de Wft is, anders dan de AFM betoogt, niet van belang hoe de Wft een ‘financiële dienst’ en ‘aanbieden’ definieert”, zo sprak de rechter, die het met het Britse bedrijf eens is dat het online kredietaanbod valt onder een dienst van de informatiemaatschappij.

Als kenmerkende prestaties die het bedrijf leverde, somt de rechter op: het aanvragen van het krediet, het inleveren van de stukken, de goedkeuring door het bedrijf, de toekenning van de gelden en de terugbetaling van het krediet. “Deze kenmerkende prestaties vinden geheel plaats via elektronische weg, op afstand en op individueel verzoek van een afnemer van de dienst. Daarmee is voldaan aan de definitie voor een dienst van de informatiemaatschappij.”

Telefooncontact niet met oog op verkoop

De rechter haalde ook een arrest aan van het Europese Hof van Justitie, dat bepaalt dat een dienst alleen niet meer onder de werking van de richtlijn voor elektronische diensten zou kunnen vallen door toedoen van “bestanddelen van een dienst die onlosmakelijk aan een elektronische dienst verbonden zijn”. Telefonische activiteiten vallen daar niet onder. “Het bellen van consumenten door, namens of voor eiseres volgens het [beleid] is immers niet bedoeld voor de verkoop of uitbetaling van het krediet, maar gebeurt met het oog op terugbetaling van het krediet in geval van een betalingsachterstand en eventueel voor het maken van betalingsafspraken in dat kader.” Door via een ander kanaal te doen, verandert het karakter van het kredietaanbod niet, aldus de rechtbank.

Beroep

De AFM gaat in beroep: het beheren en uitvoeren van een kredietovereenkomst valt onder de definitie van ‘aanbieden’ en daarom dient het debiteurenbeheer te worden aangemerkt als de financiële dienst ‘aanbieden van krediet’, aldus de toezichthouder. Het debiteurenbeheer moet als afzonderlijke financiële dienst worden gezien en niet als ‘dienst van de informatiemaatschappij’ omdat het telefonisch wordt verricht.

Telefooncontact staat niet op zichzelf

Het CBb geeft de AFM eerst gelijk: er moet beoordeeld worden of er sprake is van een financiële dienst. Het debiteurenbeheer valt wel degelijk onder de noemer financiële dienst, vindt het college. Maar dat het debiteurenbeheer niet als dienst van de informatiemaatschappij kan worden aangemerkt, is volgens het CBb niet aan de orde. Aanbieden, totstandkoming en uitvoering van de kredietovereenkomst vinden volledig elektronisch plaats. Alleen bij betalingsachterstanden wordt de telefoon gepakt en dat is een activiteit die niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van de elektronische dienst. Daarom is er sprake van een dienst van de informatiemaatschappij. “Aangezien deze dienst wordt verleend door een financiële onderneming vanuit een vestiging in een andere lidstaat, valt deze […] buiten het toepassingsbereik van de Wft.”

Ook het CBb oordeelt dat de AFM de last onder dwangsom niet had mogen opleggen.

Lees hier uitspraak CBB:2019:112

Reageer op dit artikel