nieuws

Kritiek op AFM-brief over nieuwe aanpak aflossingsvrij: ‘Intermediair wordt gepasseerd’

Financiële planning 10359

Banken moeten alle klanten met een (gedeeltelijk) aflossingsvrije hypotheek benaderen en inzicht geven in mogelijke oplossingen voor risico’s die ze lopen. Dat schrijft toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) in een brief aan de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) over de herijking van de huidige aanpak van aanbieders. De nieuwe werkwijze kwalificeert niet als advies, zegt de AFM. DFO-directeur Jurjen Oosterbaan is daar zeer kritisch over. Hij vindt bovendien dat het intermediair wordt gepasseerd.

Kritiek op AFM-brief over nieuwe aanpak aflossingsvrij: ‘Intermediair wordt gepasseerd’

De AFM verwacht dat aanbieders hun huidige aanpak voor aflossingsvrije hypotheken herijken, zo schrijft de toezichthouder vorige week aan de NVB. “Het gaat erom dat aanbieders aantoonbaar een maximale inspanning leveren om de ambitie te halen”, aldus de AFM. De brief is een vervolg op gesprekken met de vier grootbanken ABN Amro, ING, Rabobank en de Volksbank.

Alle klanten benaderen

Wat die maximale inspanning inhoudt, staat in de bijlagen bij de brief. Alle klanten met een gedeeltelijk aflossingsvrije hypotheek moeten worden benaderd. De groepen met het potentieel hoogste toekomstige betaalbaarheidsrisico moeten uiterlijk 1 juli 2019 in staat zijn gesteld om een bewuste keuze te maken.

Omdat voor elkaar te krijgen moeten banken hun klanten in een brief persoonlijk inzicht in hun situatie geven. Daarbij moeten ze individuele informatie verstrekken over de gevolgen van pensionering en het einde van de hypotheekrenteaftrek voor de betaalbaarheid van hun hypotheek. Ook moeten ze klanten aantoonbaar inzicht geven in klantspecifieke oplossingsmogelijkheden. “Zij informeren klanten feitelijk over de verschillende mogelijkheden aan de hand van de klantsituatie en de consequenties hiervan.”

Geen advies volgens Wft

Dat valt volgens een voetnoot niet onder de adviesregels van de Wet op het financieel toezicht (Wft), zolang de bank maar geen aanbeveling doet over de te kiezen oplossingsmogelijkheden. Banken moeten er verder voor zorgen dat klanten online gestimuleerd worden actie te ondernemen “richting beter betaalbaarheid en wendbaarheid”. Een voorbeeld is volgens de AFM het digitaal aanbieden van de mogelijkheid periodiek af te lossen.

Als klanten afhaken, bijvoorbeeld periodieke aflossingen weer stopzetten, dan hebben de banken de plicht opnieuw contact op te nemen. Ze moeten hun processen zo inrichten dat er op regelmatige basis aantoonbaar en effectief contact is met klanten tijdens de looptijd van de hypotheek.

‘Het lijkt op advies’

Het schrijven schoot DFO-directeur Jurjen Oosterbaan in het verkeerde keelgat. In een nieuwsbrief aan adviseurs schreef hij gisteren “het lijkt op een advies, maar dat is het volgens de AFM niet”. Het lijkt erop dat de AFM het nieuwe beleid “op stiekeme wijze” wil doorvoeren, zegt Oosterbaan vandaag in een toelichting. “Ik snap niet waarom je dergelijk ingrijpend beleid informeel neemt zonder openbaarmaking en zonder consultatie van de branche en van de samenleving. Dit heeft impact op 800.000 huishoudens. Dan zou je dit in alle openheid moeten doen.”

Oosterbaan noemt het kwalijk dat het intermediair niet over het beleid is geraadpleegd. “Het intermediair wordt gepasseerd. Geldverstrekkers mogen weliswaar een adviseur inschakelen, maar voor de AFM blijft de aanbieder verantwoordelijk. Dan krijg je dat het intermediair zich gaat verzetten.”

‘Adviseur niet buitenspel’

Volgens AFM-woordvoerder Nicole Reijnen is de brief een eerste stap, waarin geldverstrekkers worden geïnformeerd over hoe de toezichthouder verwacht dat klanten met aflossingsvrije hypotheken geactiveerd kunnen worden. “De verantwoordelijkheid om problemen door aflossingsvrije hypotheken te voorkomen is een gedeelde verantwoordelijkheid. Het is een langdurig traject waarin vele partijen, hypotheekverstrekkers, maar ook huizenbezitters, een rol hebben. Ook wij maken ons sterk om ervoor te zorgen dat huizenbezitters weten welke risico’s ze lopen en hoe je die tijdig kunt voorkomen. We beginnen met instellingen die onder ons toezicht staan, maar er moet veel meer gebeuren. Het is niet zo dat we adviseurs en bemiddelaars buitenspel zetten.”

Reproduceerbaarheid en aansprakelijkheid

“Dat je klanten inzicht wil geven in hun aflossingsvrije hypotheek is prima”, stelt Oosterbaan. “Maar je weet van tevoren dat niet voor iedereen aflossen de beste oplossing is. Daarom moet je grote zorgvuldigheid betrachten en daarvoor zijn juist de adviesregels in de Wft. De AFM dwingt banken nu tot actie die de consument zal ervaren als advies, maar die de borging ontneemt van reproduceerbaarheid van het advies en aansprakelijkheid. De consequentie is dat consumenten die de verkeerde beslissing nemen, geen wettelijke bescherming hebben. Banken zullen zeggen dat geen sprake van advies was, want zo staat het in de brief van de AFM.”

Perspectieven

“Wij hebben in de brief gezet dat banken opties moeten laten zien aan klanten”, reageert Reijnen. “We zeggen: geef een aantal perspectieven. Wij vinden niet dat dat gekwalificeerd moet worden als advies.” Bij het traject is volgens de AFM ook wel degelijk een rol weggelegd voor de adviseur. “Zeker als de hypotheek tot stand is gekomen door een adviseur of bemiddelaar of als de klant graag advies wil van zijn hypotheekadviseur.”

Instroom beperken

Ook een ander punt uit de brief stuit Oosterbaan tegen de borst. Banken moeten van de toezichthouder “maatregelen nemen om de instroom van aflossingsvrije hypotheken te beperken”. “Er worden geen nieuwe aflossingsvrije hypotheken gesloten anders dan oversluitingen van bestaande klanten. In wezen belemmer je hiermee de mogelijkheid om over te sluiten naar een andere bank. Dat is mededingingsrechtelijk niet in de haak en niet in het belang van de consument.” Reijnen wijst erop dat banken feitelijk nu al proberen de instroom te beperken. De AFM ziet daarin geen bezwaar.

Reageer op dit artikel