nieuws

Sneller oordeel ontheffing andere-verzekeraarsanctie bij lijfrenteoverdracht

Financiële planning 983

Staatssecretaris Snel (Financiën) heeft het verzamelbesluit over lijfrente in de winstsfeer aangepast. De wijziging heeft betrekking op de zogeheten ‘andere-verzekeraarsanctie’. De machtiging voor de belastinginspecteur om bepaalde verzoeken tot ontheffingen te beoordelen is uitgebreid.

Sneller oordeel ontheffing andere-verzekeraarsanctie bij lijfrenteoverdracht

De andere-verzekeraarsanctie komt in beeld als de lijfrenteverplichtingen bij overdracht van een onderneming door de overnemende partij worden overgedragen. “De machtiging aan de inspecteur tot ontheffing is verduidelijkt en uitgebreid met bepaalde ontheffingen die toe nu toe door mij werden behandeld, maar waarmee zoveel ervaring is opgedaan dat de afdoening voortaan door de inspecteur kan plaatsvinden”, aldus Snel in het besluit. Dat is deze week in de Staatscourant gepubliceerd.

Als een lijfrenteverplichting bij overdracht van de onderneming (deels) overgaat op een andere verzekeraar moeten ook negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen. De wet gaf de minister de bevoegdheid om te bepalen dat geen negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen, als de lijfrenteverplichting overgaat in verband met de overdracht van de onderneming van een verzekeraar-overnemer of een verzekeraar-voortzetter. “Gedacht kan dan worden aan de situatie waarin een natuurlijke persoon een onderneming overneemt waarbij de overdrager als tegenprestatie, onder meer, een lijfrente heeft bedongen. Vervolgens draagt de overnemende ondernemer de verkregen onderneming – inclusief de lijfrenteverplichting – over aan een door hem opgerichte BV.”

Overdracht van hele onderneming

Dergelijke zaken werden tot nu toe altijd aan de staatssecretaris voorgelegd. Ontheffing van de sanctie kan nu ook worden voorgelegd aan de inspecteur. Voorwaarde is dat het gaat om de overdracht van de hele onderneming, inclusief de lijfrenteverplichting. Er wordt nog gekeken naar enkele andere situaties waarin ontheffing op zijn plaats zou zijn, aldus Snel: “Zo ben ik ook bereid om te bezien of goedkeuring mogelijk is in situaties waarin slechts een enkel vermogensbestanddeel niet mee
overgaat naar de nieuwe verzekeraar, omdat dit geen functie meer vervult in de onderneming: bijvoorbeeld een beleggingspand. Ook ben ik bereid om te bezien of en zo ja, onder welke voorwaarden, overdrachten zonder sanctie kunnen plaatsvinden in situaties waarbij het totaal van de lijfrenteverplichting(en) niet in zijn geheel wordt overgedragen aan dezelfde BV of natuurlijke persoon.” In zulke gevallen moet de inspecteur een verzoek doen aan de directie Vaktechniek van de fiscus.

Splitsing en stamrecht

Bij een juridische splitsing geldt geen ontheffing als de lijfrenteverplichting(en) van de splitsende rechtspersoon overgaan naar verschillende verkrijgende rechtspersonen. Toestemming kan alsnog worden gegeven als de splitsende rechtspersoon een onderneming drijft in de zin van artikel 3.2 van de Wet IB 2001 en
als de splitsing van de verplichting(en) plaatsvindt in dezelfde verhouding als de splitsing van de onderneming.
Bij overdracht van een stamrechtverplichting aan een andere BV wordt ook vaak om ontheffing gevraagd. Ook voor die overdracht mag de inspecteur nu ontheffing verlenen.

Reageer op dit artikel