nieuws

5 factoren die kunnen zorgen voor een daling van de huizenprijzen

Financiële planning 12822

De huizenmarkt houdt er nog altijd stevig de vaart in. Nederlandse huishoudens worden over de gehele linie vermogender en de strijgende huizenprijzen spelen hier een belangrijke rol in. Huizenprijzen die volgens banken en kredietbeoordelaars voorlopig nog wel even blijven stijgen. Maar risico’s zijn er volgens hypotheekwinkel De Hypotheekshop ook. De CMIS-dochter zette 5 factoren op een rijtje die het tij kunnen laten kantelen.

5 factoren die kunnen zorgen voor een daling van de huizenprijzen
  1. Beperking van de hypotheekrenteaftrek (HRA) 
    “Uit onderzoek weten we dat de hypotheekrenteaftrek invloed heeft op de huizenprijzen en daarmee de huizenprijzen heeft doen stijgen”, aldus De Hypotheekshop. (…) Het Kabinet Rutte III gaat de hypotheekrenteaftrek vanaf het jaar 2020 versneld afbouwen. Sinds 2014 wordt de hypotheekrenteaftrek al afgebouwd (minus 0,5%-punt per jaar), maar met een minder fors percentage dan vanaf 2020 (minus 3%-punt per jaar). Dit kan dus betekenen dat de huizenprijzen vanaf 2020 zullen dalen.”
  2. Lagere LTV 
    “Een verlaging van de maximale hypotheek naar 90% leidt volgens berekeningen van De Nederlandsche Bank (DNB) tot lagere huizenprijzen, fors minder woningverkopen en een nijpend tekort aan huurwoningen omdat starters langer zullen moeten sparen voor een eigen woning. De huizenprijzen zullen in 2028 ruim 6% lager liggen als de LTV de komende jaren verder wordt teruggebracht. Het huidige kabinet heeft echter laten weten dat ondanks de aanhoudende (internationale) druk deze regeerperiode niet aan dit maximum zal worden getornd.”
  3. Hogere hypotheekrente 
    Veel experts voorzien volgens De Hypotheekshop een (beperkte) stijging van de rente op de kapitaalmarkt, maatstaf voor de hypotheekrente, in de komende jaren. “Maar er is nog een reden waarom de hypotheekrente in de toekomst zal gaan stijgen: de strengere Basel (voor banken) en Solvency (voor verzekeraar) regelgeving. Gevolg van deze akkoorden is dat Nederlandse banken en verzekeraars hogere buffers moeten aanhouden, waardoor met name de hypotheekrente van hypotheken hoger dan 80% van de woningwaarde zal gaan toenemen. Dit kan de komende jaren een negatieve invloed hebben op de huizenprijzen.”
  4. Babyboomers verlaten de koopwoningmarkt
    “Al in 2014 verscheen een rapport van Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) waarin vooruit werd gekeken naar de huizenmarkt van 2030. Hun verwachting is dat op de lange termijn (10 tot 20 jaar) het aantal jonge gezinnen afneemt en babyboomers (massaal) hun koopwoning gaan verlaten. Dankzij de uitstroom van oudere huishoudens komen er nu al jaarlijks circa 30.000 koopwoningen op de markt. Het PBL schat dat in 2030 zelfs 50.000 koopwoningen zullen vrijkomen. (…) Naar verwachting zullen met name regio’s buiten de Randstad te maken krijgen met een overaanbod van eengezinswoningen. Dit zal zeker de woningprijzen in deze gebieden onder druk zetten en leiden tot daling van de huizenprijzen, zeker van woningen die eerst nog gemoderniseerd moeten worden.”
  5. Achterblijvende verduurzaming 
    “Niet alleen is verduurzamen van de woningvoorraad noodzaak, – zo’n 10 procent van de totale Nederlandse CO2-uitstoot wordt veroorzaakt door woningen -, een gunstig of minder gunstig energielabel blijkt ook steeds bepalender voor de verkoopsnelheid én de verkoopopbrengst van de woning. (…) Ondanks dat de mate van isolatie dus steeds bepalender wordt voor de waarde van de woning, zal niet iedereen er toe overgaan om deze voorzieningen aan te brengen. Bijvoorbeeld omdat slechts een deel van de investeringen wordt vergoed in de vorm van subsidie. De kans bestaat dat het doorvoeren van energiebesparende maatregelen steeds dwingender door de overheid zal worden opgelegd. (…) Ook zouden geldverstrekkers huiverig kunnen worden om woningen met F- en G-labels te financieren. Dit zal uiteraard grote gevolgen hebben voor de huizenprijzen van woningen die achterblijven bij het aanbrengen van energiebesparende voorzieningen.”
Reageer op dit artikel