blog

Is het einde van de woekerpolisaffaire in zicht?

Financiële planning 2710

De woekerpolisaffaire blijft de gemoederen bezighouden. Bij het Kifid ligt een stuwmeer van zaken (ruim 700) te wachten op beoordeling. Het Kifid heeft besloten om de behandeling van deze zaken te stroomlijnen door vijf zaken met voorrang te beslechten en aan te merken als ‘richtinggevend’. Deze vijf zaken zijn zodanig geselecteerd, dat ze een dwarsdoorsnede vormen van het geheel. Gisteren deed de Commissie van Beroep uitspraak in de laatste zaak. Nog deze maand zal het Kifid laten weten wat deze uitspraken betekenen voor de overige zaken. Wat kunnen we er nu al van leren?

Is het einde van de woekerpolisaffaire in zicht?

Informatieplicht moet beoordeeld worden naar de eisen die toen golden

Elke zaak moet beoordeeld worden naar de normen die golden op het moment dat de betreffende verzekering gesloten is. In de uitspraak van gisteren ging het om een verzekering uit 1990. De Commissie van Beroep van het Kifid komt tot het oordeel dat in die tijd vrijwel geen eisen werden gesteld aan precontractuele informatie voor beleggingsverzekeringen. Volgens de Commissie had ASR naar de toen geldende eisen voldoende informatie opgenomen in de polisvoorwaarden. Later zijn de eisen aan precontractuele informatie steeds strenger geworden. Denk aan de Regeling Informatieverstrekking Aan Verzekeringnemers en de Code Rendement en Risico. En nog weer later de Wft en de Wet oneerlijke handelspraktijken. Beoordeeld naar die normen is vaak wel sprake van onvoldoende voorlichting.

Informatie over de eerste kosten schoot eigenlijk altijd tekort

De uitspraken leren dat verzekeraars over het algemeen onvoldoende hebben geïnformeerd over het in rekening brengen van eerste kosten en dat klanten daarmee niet hebben ingestemd. Als sprake is van een verzekering met eerste kosten, zullen zij deze kosten moeten compenseren.

Premie voor ORV mag niet te hoog zijn

Er hoefde volgens het Kifid niet veel informatie gegeven te worden over de premie voor de in het product verwerkte overlijdensrisicodekking. Maar de premie mag niet buitensporig hoog zijn.

Niet bij alle beleggingsverzekeringen speelt het hefboom- of inteereffect

Claimstichtingen hebben op enig moment nog een stok gevonden om de verzekeraar mee te slaan: het hefboom- en inteereffect. Kort gezegd: het effect dat de inleg wordt opgegeten door de kosten, wanneer de resultaten van de (onderliggende) beleggingen tegenvallen. De uitspraken leren dat dit effect niet bij alle beleggingsverzekeringen speelt. En als het speelt, is dat niet altijd in een relevante mate. Dus de verzekeraar hoefde daarvoor niet altijd te waarschuwen.

Het is de vraag of de verzekeringnemers schade hebben geleden

Als er ten onrechte (te hoge) kosten in rekening zijn gebracht, dan moet dat gecompenseerd worden. Maar als het gaat om onvoldoende voorlichting over de werking en de risico’s van een beleggingsverzekering, levert dat niet zonder meer een grond op voor schadevergoeding. Dat is alleen, wanneer de verzekeringnemer bij een juiste voorlichting een andere keuze gemaakt zou hebben, waardoor hij in een voordeligere financiële positie zou zijn komen te verkeren. Als hij het product ook bij een betere voorlichting gesloten zou hebben, is geen sprake van schade. Er zal dus goed gekeken moeten worden naar de concrete alternatieven die er wel of niet voorhanden waren in de betreffende periode.

Rol van de tussenpersoon is nog niet uitgespeeld

Last but not least: in de uitspraak van gisteren kwam ook de rol van de tussenpersoon aan bod. De verzekeringnemer betoogde dat eventuele fouten van de tussenpersoon zouden moeten worden toegerekend aan de verzekeraar, omdat de tussenpersoon zijn hulppersoon zou zijn. Dat argument wordt door de Commissie van Beroep verworpen. Een onafhankelijke tussenpersoon is niet de hulppersoon van de verzekeraar, ook niet als hij door middel van provisie beloond werd. Dat oordeel is in lijn met eerdere jurisprudentie en maakt dat het dossier van de woekerpolissen ook voor de tussenpersoon nog niet gesloten kan worden. Want zou sprake zijn van gebrekkig advies, dient de verzekeringnemer de tussenpersoon zelf aan te spreken. Een dergelijke vordering zal overigens niet snel kansrijk zijn.

Reageer op dit artikel