nieuws

Hoogleraar De Vries over consolidatie: ‘Marges op schade nog flinterdun, dus genoeg concurrentie’

Branche 4521

In een verder consoliderende markt is het de vraag of een volgende fusie tussen twee grote schadeverzekeraars wenselijk is. Dat zegt hoogleraar monetaire economie Casper de Vries over het gezamenlijk marktaandeel van ASR, Achmea en NN nadat die laatste de schadetak van Vivat heeft ingelijfd. “De Autoriteit Consument & Markt doet er goed aan een vlaggetje te zetten bij volgende overnames.”

Hoogleraar De Vries over consolidatie: ‘Marges op schade nog flinterdun, dus genoeg concurrentie’

Als de overname van Vivat door Athora en NN Group is afgerond, heeft NN ruim een kwart (26,8%) van de Nederlandse schademarkt in handen. Het trio ASR, Achmea en ASR beslaat samen zelfs twee derde van de markt. Best of the rest wordt Allianz, met 6,1%. De Levenmarkt wordt minder opgeschud; daar neemt Athora de tweede positie van Vivat in, met een marktaandeel van 17,3%. Ook hier is NN de omvangrijkste (27,9%). De grootste drie, behalve NN en Athora ook Aegon, beslaan hier 60% van de markt.

Nul rendement

Schaalvergroting, efficiencywinst en kostenbesparing zijn de toverwoorden waarmee overnames en fusies worden ingeleid. Betrokken partijen rekenen op een hoger rendement, maar in de praktijk valt dat tegen. Emeritus hoogleraar economische wetenschappen Hans Schenk (Universiteit Utrecht) deed jarenlang onderzoek naar het succes van overnames. Bij zijn afscheid een jaar geleden als kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER) vatte hij de belangrijkste conclusie nog maar eens samen: zo’n driekwart van de fusies en overnames levert niets op, of vernietigt zelfs economische waarde. In slechts een kwart van de gevallen komt er een hogere productiviteit of meer rendement tot stand. “Verreweg de meeste fusies en overnames zijn dus verkwisting van geld, energie en tijd – of erger. Op maatschappelijk niveau zijn de gevolgen soms zo ernstig dat er een recessie of een crisis mee in het zadel kan worden geholpen”, liet Schenk optekenen in SER Magazine.

De gevolgen van de overname van Vivat vallen mee, aangezien een redelijk portie naar een buitenlandse partij gaat

Zijn collega aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, hoogleraar monetaire economie Casper de Vries (foto), moedigde vier jaar geleden consolidatie onder (levens)verzekeraars juist aan, maar vanuit een andere benadering. De Commissie Verzekeraars onder zijn leiding achtte in het rapport ‘Nieuw leven voor verzekeraars’ schaalvergroting noodzakelijk om de sector toekomstbestendig te maken. Die conclusie herhaalde toezichthouder DNB een jaar later min of meer.

Efficiënter beheer

Die consolidatie is nog steeds nodig, meent De Vries. “Levensverzekeraars hadden te kampen met twee grote issues: de woekerpolisaffaire en de introductie van banksparen als alternatief voor veel mensen om fiscaal voordeel te behalen. Veel verzekeraars zijn daardoor verlies gaan maken op hun levenbedrijven. Dat is ook nu de ratio achter de verkoop van de verzekeringen in run-off van de levensverzekeringen van Vivat. Een partij met meer closed books in beheer (in dit geval Athora, red.) kan die portefeuille veel efficiënter en tegen lagere kosten beheren.”

Volgens De Vries is de verzekeringssector nog steeds concurrerend genoeg, zeker vergeleken met de bankensector waar Rabobank, ING en ABN Amro naar zijn mening te veel de dienst uitmaken. “Binnen Leven moet je niet alleen naar de marktaandelen van verzekeraars kijken, maar ook naar de concurrentie van banken. Banksparen is weliswaar een iets ander product, maar de klant ziet dat verschil niet. De gevolgen van de overname van Vivat vallen mee, aangezien een redelijk portie naar een buitenlandse partij gaat.”

Vlaggetje bij overnames

Voor de schademarkt ligt het anders, vermoedt de econoom. Doordat er diverse deelmarkten zijn, vindt hij dat ook de Nederlandse schademarkt nog voldoende concurrerend is, al wordt de keus voor consumenten minder nu de drie grootste verzekeraars twee derde van de markt in handen krijgen. Marktaandelen zijn echter niet allesbepalend, zegt De Vries. “Je moet ook naar de marges kijken. Die zijn op schade nog steeds flinterdun, een aanwijzing dat er genoeg concurrentie is.”

Je wilt liever een markt waarin fintechs ook autonoom kunnen groeien dan een waarin ze al snel opgeslokt worden

Het gezamenlijk marktaandeel van ASR, Achmea en NN is wel zo groot dat je de vraag kunt stellen of een volgende fusie tussen twee grote schadeverzekeraars wenselijk is, meent De Vries. “De Autoriteit Consument & Markt doet er goed aan een vlaggetje te zetten bij volgende overnames. Daar moeten ze goed naar kijken. Ook naar overnames van kleine fintechs door grote maatschappijen. Je wilt liever een markt waarin fintechs ook autonoom kunnen groeien dan een waarin ze al snel opgeslokt worden.”

Ondergrens marktaandeel

Jasper Sluijs is als onderzoeker en docent mededingingsrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht. Hij legt uit dat de mededingingsautoriteit in het geval van Nationale-Nederlanden en Vivat niet de ACM is, maar de Europese Commissie. Fusies van bedrijven met een wereldwijde omzet hoger dan 150 miljoen euro en een binnenlandse omzet hoger dan 30 miljoen worden over het algemeen in Brussel beoordeeld.

Dat de Europese Commissie al groen licht heeft gegeven voor de deal, is enkel op basis van het marktaandeel volgens Sluijs niet verwonderlijk. “De ondergrens is een marktaandeel van 40%. Er zijn maar heel weinig zaken bekend met 40% of minder als marktaandeel waar een mededingingsautoriteit moeilijk deed”, zegt Sluijs. Tussen de 40 en 50% wordt er meestal aanvullend onderzoek gedaan, boven de 50% marktaandeel wordt er volgens Sluijs verondersteld dat er dominantie ontstaat. De bewijslast daarvoor ligt dan overigens nog steeds bij de toezichthouder.

Overgrote meerderheid goedgekeurd

Sluijs benadrukt wel dat de 40 procentregel geen wet van Meden en Perzen is. “De praktijk is enorm casuïstisch. Waar een mededingingsautoriteit in beginsel naar zoekt, is of het gefuseerde bedrijf dominant wordt. Daar gelden ook andere factoren voor.”

Branchedebat consolidatie op am:dag

Ook op de am:dag op 26 november in Rotterdam zal er volop aandacht zijn voor de consoliderende verzekeringsmarkt. David Knibbe, Geert Bouwmeester en Ron Gardenier gaan op het plenaire podium in debat over de herschikking in de sector en wat dat betekent voor het intermediair. David Knibbe is dan de gloednieuwe CEO van NN Group dat na Delta Lloyd nu ook Vivat inlijft. Als directeur van De Goudse kiest Geert Bouwmeester voor een exclusieve distributie via het intermediair. NVGA-voorzitter Ron Gardenier probeert buitenlandse verzekeraars als risisodrager te trekken voor de Nederlandse verzekeringsmarkt om het aanbod voor volmachtpartijen te vergroten. Het branchedebat staat onder leiding van RTL-nieuwslezer en dagvoorzitter Antoin Peeters.

Voor het complete programma en tickets: www.amdag.nl.

Voor de ACM of de Europese Commissie een overname blokkeert of aan voorwaarden verbindt, moet er sprake zijn van een ‘significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging.’ Volgens Sluijs komt dat maar zeer zelden voor. “Uit Europa weten we dat de overgrote meerderheid van de overnames wordt goedgekeurd. In ongeveer 5% van de gevallen worden maatregelen opgelegd. Dan worden ze bijvoorbeeld gedwongen bepaalde bedrijfsonderdelen af te stoten.”

Te veel concurrentie in Leven

Voor Casper de Vries is meer concurrentie en minder consolidatie voor verzekerden niet noodzakelijkerwijs beter. “Consumenten zijn erbij gebaat dat bedrijven overeind blijven. Je wilt niet dat lopende polissen verdampen. Je kunt niet zoals in de retail zeggen: als Jumbo zou omvallen, stap ik gewoon naar Albert Heijn. Bij een autoverzekering valt het mee als een verzekeraar omvalt. Dan raakt de consument misschien een jaar premie kwijt. Maar bij een levensverzekering van dertig jaar, gaat het om een hoop geld. Je wilt niet dat een verzekeraar met lopende polissen sneuvelt.”

De Vries blijft daarom voorstander van consolidatie in Leven. “Er valt nog steeds voordeel te halen door closed books af te stoten. Nederland is daar in vergelijking met andere landen, Engeland, bijvoorbeeld, vrij laat mee begonnen. De vraag in de verzekeringsmarkt is dus niet alleen of er te veel consolidatie is. Andersom geldt het ook: in Leven is er misschien nog wel te veel concurrentie”

Dit verhaal verscheen ook in am:50, het septembernummer van am:magazine.

Reageer op dit artikel