nieuws

Verzekeringsrecht: Is de ‘en-bloc clausule’ voor Yarden een reddingsboei?

Branche 5446

Yarden wijzigt voor een grote groep verzekeringnemers (ongeveer 380.000) eenzijdig de voorwaarden, waardoor kostenstijgingen in de toekomst voor rekening van de nabestaanden komen. Kan de verzekeraar dit zomaar doen? Mocht het tot rechtszaken komen dan zal de Yarden overtuigend bewijs moeten leveren dat zij echt geen andere keuze heeft en dat zij door DNB wordt gedwongen. Dat schrijft Coen Fledderus, advocaat van Polis Advocaten, in deze verzekeringsrechtelijke duiding van de noodgreep van Yarden.

Verzekeringsrecht: Is de ‘en-bloc clausule’ voor Yarden een reddingsboei?

De problemen waar Yarden mee te kampen heeft, hebben er kennelijk toe geleid dat de uitvaartverzekeraar een noodgreep heeft moeten toepassen. Het lijkt er op dat Yarden een beroep doet op de zogeheten ‘en-bloc clausule’. De ‘en-bloc clausule’ is juridisch te duiden als een eenzijdig wijzigingsbeding. Het geeft een contractspartij de mogelijkheid om eenzijdig de toegezegde prestatie te wijzigen. Een eenzijdig wijzigingsbeding in algemene voorwaarden staat voor transacties met consumenten op de grijze lijst. Dat betekent dat een beroep op een dergelijk beding op grond van het bepaalde in artikel 6:237 onder c BW vermoed wordt onredelijk bezwarend te zijn, tenzij de gebruiker van de voorwaarden de mogelijkheid biedt aan de wederpartij om in geval van een wijziging de overeenkomst op te zeggen.

Opzegmogelijkheid

Om überhaupt een beroep te kunnen doen op de ‘en-bloc clausule’ moeten de polisvoorwaarden van Yarden de mogelijkheid bieden voor de verzekeringnemer om op te zeggen wanneer hij zich niet in de wijziging kan vinden. Deze opzegmogelijkheid is voor verzekeringen ook dwingend wettelijk voorgeschreven in artikel 7:940 lid 4 BW. Volgens vaste rechtspraak is de ‘en-bloc clausule’ in beginsel niet onredelijk bezwarend als de verzekeringnemers een opzegmogelijkheid hebben.

Afweging belangen verzekeraar en consument

Maar dat betekent niet dat het een verzekeraar zonder meer vrij staat om zich op de ‘en-bloc clausule’ te beroepen. De clausule is weliswaar contractueel overeengekomen met de verzekeringnemer, maar Yarden is bij het doen van een beroep op die clausule wel gebonden aan de eisen van redelijkheid en billijkheid. Die eisen vergen dat er een afweging gemaakt moet worden tussen de belangen van de verzekeraar bij het inroepen van de clausule en het belang van de verzekeringnemers bij ongewijzigde voortzetting.

Terughoudendheid

Het beroep op de ‘en-bloc clausule’ is alleen niet toegestaan, wanneer dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, zoals bepaald in artikel 6:248 lid 2 BW. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een verzekeraar slechts zeer terughoudend gebruik mag maken van de clausule. Want een van de belangrijkste grondbeginselen van het verzekeringsrecht is de sociale functie van de verzekeringsovereenkomst. Bij een verzekeringsovereenkomst draagt een verzekerde namelijk een financieel risico dat hij zelf niet kan dragen, over aan een verzekeraar. Daarom moet hij kunnen vertrouwen op de afspraken die hij met een verzekeraar heeft gemaakt.

Calamiteitenbeding

Uit de literatuur op dit gebied volgt dat de aard en de functie van de verzekeringsovereenkomst zich dan ook moeilijk verdraagt met een ‘en-bloc clausule’. Het is dan ook niet voor niets dat het Verbond van Verzekeraars de afgelopen jaren veel inspanningen heeft gepleegd om de ‘en-bloc clausule’ te laten vervangen door een calamiteitenbeding, dat alleen in specifieke vooraf omschreven noodsituaties is in te roepen. Terwijl voor het Verbond het uitgangspunt altijd al is geweest dat verzekeraars alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden een beroep op de ‘en-bloc clausule’ kunnen doen. Ook de toenmalige Ombudsman Financiële Dienstverlening heeft zich in het verleden kritisch uitgelaten over de clausule en uitgesproken dat daarvan niet lichtvaardig gebruik gemaakt mag worden. In de jurisprudentie is inmiddels bevestigd dat een verzekeraar alleen onder zeer bijzondere (door haar te bewijzen) omstandigheden een beroep mag doen op de en-bloc clausule. Zie bijvoorbeeld: Rb Amsterdam 30 oktober 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:7138.

Van een verzekeraar mag immers verwacht worden dat zij een risico juist weet in te schatten. Dat is haar kerntaak

Tegenvallend bedrijfsresultaat onvoldoende grond

Uit die jurisprudentie blijkt dat het aan de verzekeraar is om aan te tonen dat zich dergelijke bijzondere omstandigheden voordoen. Bij alleen een tegenvallende schadelast is daarvan niet zonder meer sprake. Van een verzekeraar mag immers verwacht worden dat zij een risico juist weet in te schatten. Dat is haar kerntaak. Zoals in de jurisprudentie is bevestigd, staat het een verzekeraar daarom niet vrij om zich op de ‘en-bloc clausule’ te beroepen op de enkele grond dat sprake is van een tegenvallend bedrijfsresultaat.

Ernstige bedreiging solvabiliteit

Een beroep op de en-bloc clausule kan wel gerechtvaardigd zijn, wanneer bij ongewijzigde voortzetting van de verzekeringen de solvabiliteit van de verzekeraar in ernstige mate wordt bedreigd. Daarbij is ook van belang of de financiële problemen veroorzaakt worden door een verkeerde inschatting van het risico door de verzekeraar, of door een omstandigheid die buiten haar invloed gelegen is.

Verder is van belang op welke termijn de verzekering regulier is aan te passen, door opzegging van de zijde van de verzekeraar en het doen van een nieuw voorstel aan de verzekeringnemer op de contractvervaldatum. Het is in dat kader dus van belang of de verzekeraar de mogelijkheid heeft om te kiezen voor korte contractstermijnen en of de verzekering door haar op de contractvervaldatum opzegbaar is. Bij de afweging van het belang dat de verzekeraar heeft bij het gebruik van de ‘en-bloc clausule’ tegen het belang van de verzekeringnemer bij ongewijzigde voortzetting van de verzekering speelt verder nog een rol:

  • of de verzekeringnemer een reële mogelijkheid heeft om zonder al te grote financiële belemmeringen op te zeggen en desgewenst de verzekering over te sluiten naar een andere aanbieder;
  • of de verzekeraar ook had kunnen volstaan met minder bezwaarlijke ingrepen;
  • of de aanpassingen niet verder gaan dan strikt noodzakelijk.

Door DNB gedwongen?

Kortom, als een verzekeringnemer van Yarden deze wijziging aan de rechter of aan de Geschillencommissie van het Kifid voorlegt, dient de rechter een afweging te maken wiens belang zal moeten prevaleren. De verzekeringnemer kan zich op het standpunt stellen dat de handelwijze van Yarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Bijvoorbeeld met het argument dat Yarden zelf debet is geweest aan het ontstaan van deze situatie en omdat de verzekeringnemer bij het opzeggen van de polis financiële schade lijdt. Yarden zal op haar beurt overtuigend bewijs moeten leveren dat zij echt geen andere keuze heeft en dat zij door DNB wordt gedwongen omdat anders faillissement dreigt. Ik kan op dit moment geen voorspelling doen hoe het oordeel in deze zaak zal luiden. Wordt dus waarschijnlijk vervolgd.

Coen Fledderus is advocaat bij Polis Advocaten. Voor am:magazine en am:web schrijft hij regelmatig over cases uit het verzekeringsrecht.

Reageer op dit artikel