nieuws

CBb: AFM mag dwangsom opleggen aan buitenlandse flitskredietaanbieder

Branche 1172

De AFM mag informatie opvragen bij en een dwangsom opleggen aan buitenlandse partijen die in ons land leningen aanbieden die mogelijk kwalificeren als flitskrediet. Dat heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) dinsdag geoordeeld. Een dwangsom is in de ogen van het college geen dwangmiddel. In de zaak is de toezichthouder vanwege het ontbreken van een clausule toch in het ongelijk gesteld.

CBb: AFM mag dwangsom opleggen aan buitenlandse flitskredietaanbieder

De toezichthouder had in 2016 een last onder dwangsom opgelegd aan de in Malta gevestigde bedrijven Loandome Fullfillment & Services Ltd (Loandome F&S) en Loandome Ltd omdat niet op informatieverzoeken werd gereageerd. De AFM vermoedde dat beide partijen via de inmiddels opgeheven site Loandome.com zonder vergunning krediet aanboden of daarin bemiddelden. De dwangsom (maximaal € 50.000) is later ingevorderd.

Beide bedrijven zijn vervolgens naar de rechter gestapt. Ze betwisten niet dat zij via hun website krediet hebben aangeboden aan consumenten in Nederland zonder te beschikken over een vergunning en stellen ook niet dat de dienstverlening buiten bereik van de Wft valt. Ze vinden echter wel dat de AFM niet bevoegd is om op te treden aangezien zij in het buitenland zijn gevestigd. De rechter wijst de eis van de ondernemingen af.

Geen inzet van dwangmiddelen, maar ook geen clausule

Het CBb oordeelt in hoger beroep dat er geen sprake is van het uitoefenen van onderzoeksbevoegdheden of de inzet van dwangmiddelen in het buitenland, omdat alleen sprake is van het toezenden van inlichtingenvorderingen, dwangsombesluiten en invorderingsbesluiten. “Wel had de AFM in de dwangsombesluiten een clausule moeten opnemen dat voor zover is gevraagd om de verstrekking van materiaal waarvan het bestaan afhankelijk is van de wil van de ondernemingen, dit materiaal uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de uitoefening van het toezicht op de naleving van de wet en niet voor bestuurlijke beboeting of strafvervolging van de ondernemingen.” Een (rechts)persoon hoeft namelijk niet aan zijn veroordeling mee te werken, aldus het college. “Omdat zo’n clausule ontbreekt, is het hoger beroep van de ondernemingen gegrond. De AFM zal opnieuw moeten beslissen op de bezwaren van de ondernemingen tegen de dwangsombesluiten.”

Fictie

Guid Roth, advocaat namens Loandome, reageert op LinkedIn op de uitspraak: “Is er iemand in mijn netwerk die begrijpt hoe bij toezending van een dwangsombesluit aan in een het buitenland gevestigde partij staande kan worden gehouden dat dan toch geen dwangmiddelen worden ingezet in het desbetreffende buitenland? Ik zie ongetwijfeld iets over het hoofd, maar dit is toch een fictie? Misschien een wenselijke fictie, maar dan toch een fictie.”

Reageer op dit artikel