nieuws

Van Wylick (KPMG): ‘ De opmars van de fintech begint nu echt’

Branche 3539

Van Wylick (KPMG): ‘ De opmars van de fintech begint nu echt’

“De banken zijn alles voorgegaan”, zegt Ank van Wylick over de ontwikkelingen van fintech binnen de banken- en verzekeringssector. Ze is Innovation Advisory partner en FinTech Lead bij KPMG en houdt zich inmiddels een jaar of vier bezig met de trends op het gebied van fintechs. Vooral vanuit banking, “omdat je daarin de dynamieken ziet die je daarna elders ook kunt verwachten”. De fintech- en insurtechontwikkelingen in de verzekeringsmarkt kunnen volgens haar nog wel wat groeispurten gebruiken.

Vooral jonge ondernemingen die actief zijn op het gebied van online betalen, identificatie en beveiligingsoplossingen betraden afgelopen jaar de markt, maar dat zijn volgens Van Wylick voornamelijk oplossingen bedoeld voor de bancaire wereld. Van de in totaal 430 fintechs schaart Holland FinTech er 19 onder het kopje ‘Verzekeren’ en het lijkt goed te
gaan met de nieuwkomers.

Challengers en enablers

Wat is Van Wylicks visie op de ontwikkeling van de fintechs op de Nederlandse markt? Verzekeraars ontberen volgens KPMG een goede fintech-strategie. Minder dan de helft van de traditionele financiele dienstverleners heeft een strategie die gericht is op technologische innovatie. Ze zien fintech weliswaar als belangrijkste bron van verstoringen in de markt, maar ze hebben geen plan om daarop in te spelen. Dat bleek vorig jaar oktober uit een KPMG-onderzoek onder 160 banken, verzekeraars en vermogensbeheerders uit 36 landen. Veel traditionele financiële dienstverleners hebben volgens Van Wylick moeite om adequaat te reageren op deze ontwikkelingen. Fintech wordt in haar optiek veelal overgelaten aan afdelingen zonder dat daarbij sprake is van een overkoepelende strategie.

“Er zijn twee soorten fintechs”, vertelt Van Wylick. “Je hebt de challengers, die willen je aanvallen. En je hebt de zogenaamde enablers, die willen je juist helpen. Knab en bunq zijn voorbeelden van challengers, die proberen nieuwe klanten te winnen en te bewerken. In de verzekeringswereld heb je vooral allerlei partijen die je willen helpen, de enablers dus. Partijen die bijvoorbeeld actuarieel heel sterk zijn en daardoor betere pricingmodellen bieden. Dat zijn heel interessante partijen voor verzekeraars”.

Als we in Nederland een nieuw product op de markt brengen zijn we al blij als we het aan 100.000 klanten kunnen verkopen

Fintech avant la lettre

Terugkijkend op de ontwikkelingen in ons eigen land zegt de KPMG-fintech lead: “InShared was eigenlijk onze fintech avant la lettre en misschien zelfs FBTO ook. FBTO kwam jaren geleden al met de verschuifbare modules in hun zorgpolis waarbij je bepaalde onderdelen aan en weer uit kon zetten. Nu roept iedereen dat Tröv, een app waarmee gebruikers de verzekering voor specifieke spullen naar wens ‘aan’ en ‘uit’ kunnen zetten, daarin een voorloper is, maar
dat is dus niet zo”. Van Wylick is vooral gecharmeerd van de ontwikkelingen in Duitsland en Engeland, een geluid dat onder meer fintech-volgers is te horen. Berlijn wordt na Londen beschouwd als tweede start-uphoofdstad van Europa. “Ik denk dat het sterk te maken heeft met de grootte van die landen”, antwoordt Van Wylick op de vraag hoe het komt dat fintechs zich in die landen sneller ontwikkelen. “Als we in Nederland een nieuw product op de markt brengen zijn we al blij als we het aan 100.000 klanten kunnen verkopen.”

‘First mover advantage’

Daarnaast ligt het volgens Van Wylick aan de toezichthouders. “In Engeland stimuleren de toezichthouders de innovatie enorm. Hier in Nederland gebeurt dat ook wel, maar daar zijn we iets te laat mee begonnen. Dan zit je dus met een inhaalslag die je nog moet maken. Het is heel interessant om de oude rapporten over fintech uit de UK te lezen. Als je die leest, besef je dat ze ‘first mover advantage’ hebben. Sorry, maar dan ben je dus te laat.”

‘Ik vind Vivat momenteel heel goed bezig’

Nederlandse verzekeraars zijn volgens Van Wylick nog erg aan het zoeken. Ze zijn bovendien te lang schoorvoetend met nieuwkomers omgegaan, vindt ze. “Je merkt inmiddels echt wel dat iedere verzekeraar er mee bezig is. De één wat meer dan de ander. Ik vind Vivat momenteel heel goed bezig. Die verzekeraar zet stevig in op innovatie en omarmt veel concepten en heeft vorig jaar meegedaan met de Startupbootcamp, dat vind ik mooi om te zien. Aegon is ook al een tijd bezig. Bij Aegon hebben ze het voordeel van een groot fonds en hun internationale karakter waardoor ze kunnen profiteren van kennisuitwisseling.”

Nieuwe fase: consolideren

De fintech-ontwikkelingen gaan inmiddels een nieuwe fase in, schetst Van Wylick. “De eerste fase was die van vier, vijf jaar geleden toen de banken de fintechs naar zich toe begonnen te trekken. Bij de verzekeraars zie je nu heel langzaam wat bewegingen ontstaan in die richting. Bij banken zie je nu in de nieuwe fase dat ze grote fondsen hebben en dus ook grotere partijen opkopen. En wat de laatste tijd ook zichtbaar wordt, is dat fintechs elkaar aan het opkopen zijn of gaan samenwerken; ze consolideren. Dat is ook nieuw.” Ze voorspelt dat de opmars van de fintechs nu echt begint. “Als een paar van die grotere fintechs zo doorgaan, dan kan het hard gaan.” Het mag dan wat traag gaan op de Nederlandse markt, maar dat fintechs ook deze markt gaan beïnvloeden staat voor Van Wylick vast.

Het zal verzekeraars treffen

“Het zal vooral de verzekeraars treffen. Dat was twee jaar geleden al te lezen in een rapport van The World Economic Forum. Het zal ze in elk onderdeel van de waardeketen raken. Er komen partijen die bijvoorbeeld goed zijn in het verbeteren van klantcontact, op het gebied van pricing, op het gebied van het verbeteren van de polisadministratie, kortom elk onderdeel zal het beïnvloeden.”

Inhaalslag

Hoe kan Nederland die inhaalslag maken en de fintech-ontwikkelingen sneller bevorderen? “Misschien moet Nederland zich toch meer richten op enabler fintechs, bijvoorbeeld rekenkundige modellen van actuariële experts die risico’s op basis van Artificial Intelligence (AI) berekenen. Dan kun je de technologie overal op toepassen. Op de één of andere
manier zijn Nederlandse verzekeraars vooral gek op nieuwe producten. Ik denk dat je meer geld kunt verdienen als je het proces van verzekeren makkelijker maakt. Laat je helpen door start-ups die slim met software kunnen omgaan. Als je daar niet goed over nadenkt, heb je straks een heel groot probleem.

Je ziet dat Nederlandse verzekeraars zich nu vooral richten op accelerators, zoals Vivat nu doet met het Vivat Innovation Center (Vince) dat deel uitmaakt van de start-up community B.Amsterdam

3 strategieën

Denk ook heel goed na over de strategie die je toepast. Kies je bijvoorbeeld voor veel samenwerkingen met dergelijke partijen dan moet je ook echt nadenken hoe je dat organisatorisch voor elkaar krijgt.” Ze vervolgt: “Je hebt drie strategieën: opkopen en absorberen, wat de banken vooral in het begin deden om maar zoveel mogelijk kennis
naar zich toe te trekken. Dan heb je de vorm van samenwerking, en als laatste: vanuit de eigen organisatie nieuwe concepten ontwikkelen middels een accelerator. Je ziet dat Nederlandse verzekeraars zich nu vooral richten op
accelerators, zoals Vivat nu doet met het Vivat Innovation Center (Vince) dat deel uitmaakt van de start-up community B.Amsterdam. Als je je richt op samenwerkingen moet je op bestuursniveau awareness creëren omdat je al die samenwerkingsverbanden straks moet managen. Partnerships lijken misschien makkelijk, maar wat als je er straks honderd hebt? Ik denk dat de meeste Nederlandse verzekeraars die strategie en het belang daarvan nog niet heel scherp hebben.”

Schaalbaarheid en ‘het gouden ei’

Het succes van een fintech zit volgens de KPMG Fintech-lead vooral in de schaalbaarheid van het concept. “Fintechs zijn eigenlijk start-ups. Een van de criteria voor succes is de directe schaalbaarheid. Een concept dat in meerdere markten en in meerdere landen kan worden ingezet waardoor je het product niet elke keer weer opnieuw moet bedenken, dat is het gouden ei.” Van Wylick heeft het over de  Duitse partij N26, een zogenaamde direct-bank. “Bij dat soort partijen kun je zien hoe snel het kan gaan. Ze gingen eerst vanuit Duitsland naar Engeland en vervolgens zijn ze in een rap tempo naar vijftien andere landen tegelijk gegaan. Dat kan alleen omdat zij hun oplossing en organisatie schaalbaar hebben ingericht. Dat bedoel ik met ‘het gouden ei’.”

Wat er straks aan zit te komen is het belang van API: Application Programming Interface

Digitale stekkerdoos en connectivity

Volgens Van Wylick staan verzekeraars voor een grote uitdaging. “Wat er straks aan zit te komen is het belang van API: Application Programming Interface. Dat is een soort digitale stekkerdoos die externe diensten of ontwikkelaars toegang kan verschaffen tot interne diensten, algoritmes, devices of informatiebronnen. We zijn van het omnichannelperspectief
naar het mobile first-perspectief gegaan en nu gaan we naar API-first.”

Het zal volgens haar gaan om de ‘connectivity’ van systemen en diensten. “Dat wordt een uitdaging voor verzekeraars omdat ze veelal nog met verouderde of aan elkaar geknoopte systemen werken. Voor die verzekeraars wordt het heel belangrijk om fintechs te vinden die die systemen kunnen upgraden. Deze fintechs zullen ervoor zorgen dat die ‘stekkers’ straks goed gaan werken. Hier zie je ook de toegevoegde waarde van fintechs op alle onderdelen van de waardeketen. Banken zijn al begonnen met die API-strategie. Ik hoorde laatst Fidor Bank, een Duitse challengerbank, spreken op een fintech-congres in Singapore; die richten zich hier nu op.”

“De uitdagingen voor verzekeraars in de komende jaren zullen dus liggen in de architectuur van hun technologie”, besluit ze .”En in de organisatie van de samenwerking met vernieuwers.”

Reageer op dit artikel