nieuws

Risseeuw en De Jong laken ‘wraking’ door CFD

Branche 5631

Risseeuw en De Jong laken ‘wraking’ door CFD

De zelfstandig onderzoekers Peter Risseeuw en Fred de Jong zijn niet blij met de discussie die de Commissie Financiële Dienstverlening (CFD) heeft opgeworpen over hun eventuele rol bij de evaluatie van het provisieverbod later dit jaar. Volgens de CFD zijn beide onderzoekers vooringenomen en niet onafhankelijk als het gaat om provisie. Volgens Risseeuw gaat het om onterechte beschuldigingen en is het onderzoek dat aan het begin van het dit decennium mede leidde tot het verbod op provisie voor complexe producten breed gedragen.

In hoeverre het ministerie überhaupt overweegt om De Jong en/of Risseeuw een rol te laten spelen bij de evaluatie is volstrekt onduidelijk, maar de CFD heeft in ieder geval de discussie over beide heren op amweb goed losgemaakt. De Jong is een gekend voorstander van een afscheid van provisie als beloningsmodel. Risseeuw was in 2010 betrokken bij het onderzoek dat SEO in 2010 uitvoerde naar de wenselijkheid van een provisieverbod. De kwaliteit van dat onderzoek wordt bijna zeven jaar na dato nog steeds betwist, onder meer door CFD-voorman Edwin Herdink, die zich ook in de discussie op amweb mengt.

“SEO had en heeft in de beleving van CFD, gelet op haar feitelijke structuur, achtergrond en uitspraken in de pers, minimaal de schijn in zich niet objectief en onafhankelijk te zijn”, aldus Herdink. Wellicht was er ook sprake van belangenverstrengeling. SEO-directeur Barbara Baarsma, toonde zich al op 30 maart 2010 in een opiniestuk op discussieforum Me Judice een voorstander van het CAR systeem en bepleitte een provisieverbod voor schadeverzekeringen. Dit was vóór het uitbrengen van het rapport “Evaluatie provisieregels complexe producten” in september 2010. (…) Voorts valt een en ander aan te merken op de wijze van presentatie van (conclusies in) dit rapport. SEO trekt conclusies die naar waarschijnlijkheid veel invloed hadden op de discussie rond dit onderwerp en beslissing van de minister daar waar in hetzelfde rapport wordt toegegeven dat bijvoorbeeld mis-selling niet goed meetbaar is en geen nulmeting is gedaan.”

Herhaling van zetten
Risseeuw noemt de opstelling van Herdink een herhaling van zetten. “Voor de goede orde merk ik op dat de conclusies uit het rapport van 2010 door het ministerie van Financiën, door de koepels van aanbieders en intermediairs en door de consumentenorganisaties zijn overgenomen. Die vaststelling lijkt me voldoende.”

De nu zelfstandig onderzoeker stelt nog steeds achter het onderzoek te staan, maar gaat wel in op de kritiek dat het toenmalige rapport op punten slecht cijfermatig onderbouwd was. “Ik kan wel in meer algemene termen aangeven waar termen als ‘in het algemeen’en ‘kan te maken hebben met’ in dergelijke rapporten op terug te voeren zijn. U stoort zich er aan, ik vrees dat ze onvermijdelijk zijn. Stel dat je wilt weten hoe het zit met de positie van de klant in de relatie tot intermediairs en aanbieders, en hoe het eventuele risico van niet-passende adviezen en producten zich ontwikkelt. Dan wil je het liefst kunnen concluderen ‘a% van de intermediairs (c.q. aanbieders) laat zich helemaal leiden door het klantbelang, vorig jaar was dat nog b% en de advieskwaliteit is de afgelopen vijf jaar maar liefst met c% toegenomen. d Procentpunt daarvan is terug te voeren op wet- en regelgeving, e procentpunt op toegenomen concurrentie vanwege het internet en f procentpunt vanwege de crisis op de woningmarkt. Consumenten zijn gemiddeld g% mondiger geworden’. Inderdaad, dat is absurd. Niet meetbaar en betekenisloos.”

‘Iedereen heeft een belang’
Hij vervolgt: “Veel onderzoek bestaat daarom voor een zo groot mogelijk deel uit het kwantificeren van wat wél meetbaar is, bijvoorbeeld door gebruik te maken van bestaand datamateriaal zoals van het CBS, of door additionele gerichte enquêtes onder consumenten en bedrijven te houden. Daarmee kom je er echter zelden. Je zult ook inzichten met interviews en gesprekken moeten achterhalen; minder feitelijk maar wel informatief. Wezenlijk zijn een goed afgewogen selectie van gesprekspartners, inzichten en meningen die gestaafd kunnen worden, en het voortdurend besef dat iedereen met wie je praat een belang heeft.”

Keuze voor onderzoekspartij
Jurjen Oosterbaan, directeur bij bureau D & O, opperde de mogelijkheid om in debat te gaan over de kwestie. Daar hebben zowel Fred de Jong als Peter Risseeuw echter geen behoefte aan.  De Jong laakt de discussie over de aanbesteding. “Dit is echt een onzindebat. Dat wordt bij (en onder regie van) het ministerie gevoerd en heeft al lang plaatsgevonden de afgelopen maanden.” Ook Risseeuw uit zich in soortgelijke bewoordingen. “Ik geloof niet dat het opportuun is om over de lopende aanbesteding te debatteren. Financiën heeft als regievoerder de afgelopen maanden de betrokken partijen –bij mijn weten ook de CFD– al geconsulteerd. Ik zou niet weten wat een dergelijk debat daar nog aan bij zou kunnen dragen.”

Het ministerie van Financiën zou nog niet tot een keuze van de onderzoekspartij zijn gekomen.

 

Reageer op dit artikel