nieuws

Onderzoek: Kracht van transparantie door AFM is beperkt

Branche 1332

Onderzoek: Kracht van transparantie door AFM is beperkt

‘Leidt transparantie tot meer vertrouwen in de toezichthouder?’ Dat was de titel van de inaugurele rede die AFM-bestuurslid Femke de Vries in maart uitsprak bij de aanvaarding van het ambt als hoogleraar Toezicht aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens Bram de Winde is het antwoord op de vraag van De Vries ‘nee’. Hij deed onderzoek naar het functioneren van de AFM in relatie tot de verzekeringssector.

De Winde (foto) schreef een scriptie over het onderwerp, als onderdeel van zijn gecombineerde master Verzekeringskunde en Enterprise Risk Management aan de Amsterdam Business School (UVA). Hierbij werd hij begeleid door docent Verzekeringskunde en zelfstandig onderzoeker Fred de Jong. Centraal stond de vraag in hoeverre transparantie door de AFM gevolgen heeft voor het vertrouwen van consumenten in de AFM en in verzekeraars.

Uit het empirisch onderzoek dat De Winde verrichte naast een theoretische studie naar vertrouwen, blijkt dat consumenten het aspect betrouwbaarheid belangrijk vinden, maar dat men er geen vertrouwen in heeft dat de eigen verzekeraar de persoonlijke belangen voorop stelt: 72% antwoordt ‘nee’ en slechts 28% antwoordt ‘ja’.

Noodzakelijk maar niet per se onafhankelijk
Ten aanzien van de AFM stelt 87% van de ondervraagden dat de AFM noodzakelijk is. Over de onafhankelijkheid van de toezichthouder zijn de ondervraagden weer minder eensgezind. Het gemiddelde ligt tussen neutraal en mee eens (30% respectievelijk 29%), maar oneens (15%) een weet niet / geen mening (15%) scoren ook relatief hoog. De scores bij betrouwbaarheid van de AFM vertonen een vergelijkbare verdeling. Daarbij valt op, dat 79% van de respondenten die de AFM betrouwbaar vinden, het eens zijn met de stelling dat de AFM onafhankelijk is. Van de respondenten vindt 98% het belangrijk dat de AFM handhavend kan optreden als een verzekeraar zich niet aan de regels houdt, tegen slechts 2% die dat niet belangrijk vindt.

Openheid moet van verzekeraars zelf komen
Wat transparantie van verzekeraars betreft, zijn de ondervraagden behoorlijk eensgezind. Respondenten vinden het vooral belangrijk dat verzekeraars transparant zijn over de organisatie en manier van werken, de manier waarop ze hun geld beleggen, de salarissen en bonussen en de kosten van de producten. Openheid over inkomsten en uitgaven en over duurzaam beleid wordt iets minder belangrijk gevonden De respondenten zijn van mening, dat openheid over genoemde aspecten vooral van de verzekeraars zelf moet komen (74%). De AFM wordt ook een rol toegedicht (17%), maar die rol is relatief klein. Voor de overheid, het Verbond van Verzekeraars of consumentenorganisaties ziet men nauwelijks een rol weggelegd.
Verrassend is de uitkomst van de vraag of respondenten geïnteresseerd zijn in openbaar gemaakte informatie over verzekeraars. De score neigt naar een evenwicht: 56% leest de informatie regelmatig, 44% laat dan aan anderen over.

Respondenten negatief over nakomen zorgplicht
Wetgeving over de zorgplicht is heel belangrijk voor nagenoeg alle ondervraagden (93%). Als het gaat om de vraag of verzekeraars zich in het algemeen goed aan die zorgplicht houden is men veel negatiever. Slechts 25% ziet een positieve beoordeling. 13% weet het niet of heeft geen mening en 59% is neutraal tot zeer negatief.

De helft van de ondervraagden is het eens met de stelling, dat maatregelen van de AFM tegen verzekeraars bijdragen aan het vertrouwen in verzekeraars. Daarbij moet wel worden aangetekend dat nog altijd een ruime 21% het hiermee oneens is. Wel is 73% het eens tot volledig eens met de uitspraak dat elke maatregel van de AFM tegen verzekeraars openbaar moet worden gemaakt. Slechts 13% is het hier niet- tot volstrekt niet mee eens, en 9% heeft een neutrale mening. Over ‘naming and shaming’ is men echter iets genuanceerder. Daar vindt slechts 57% van de respondenten dat naam en toenaam moeten worden genoemd, tegen 21% die het hiermee oneens is, terwijl 15% een neutrale mening heeft.

Meer publicaties leiden niet tot meer vertrouwen
Waar de meeste ondervraagden het in ieder geval niet mee eens zijn is het uitgangspunt dat hoe meer maatregelen worden gepubliceerd, des te meer vertrouwen men in de sector heeft. 40% is het hier namelijk niet mee eens en 26% denkt hier neutraal over. Slechts 30% is het eens met die stelling.

Uitgebreider consumentenonderzoek nodig
Waarmee Femke de Vries haar antwoord heeft. Wel is volgens De winde, onder meer gelet op de oververtegenwoordiging van mannen onder zijn 138 respondenten, uitgebreider consumentenonderzoek nodig om te toetsen of de resultaten ook voor een grotere, meer representatieve groep consumenten gelden.

Reageer op dit artikel