nieuws

Cees de Jong: ‘Waakzaamheid geboden voor intermediair bij harde Brexit’

Branche 3677

Cees de Jong: ‘Waakzaamheid geboden voor intermediair bij harde Brexit’

Als de Britten kiezen voor een ‘harde’ uittreding uit de Europese Unie heeft dat ook juridische consequenties voor Nederlandse verzekeraars, assurantietussenpersonen en gevolmachtigd agenten. Onderzoeker Cees de Jong schrijft dit in het tijdschrift Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht in de praktijk. Zo moeten tussenpersonen zich er dan op grond van artikel 4:96 Wft van vergewissen of Britse partij waarmee zaken wordt gedaan wel beschikt over de juiste vergunning.

Hoe de Brexit precies gaat plaatsvinden en welke nieuwe economische samenwerking ervoor in de plaats komt zal niet eerder dan in 2018, maar vermoedelijk pas veel later duidelijk worden. Voor eind maart 2017 moet de Britse premier May officieel in Brussel kenbaar maken dat de Britten daadwerkelijk het uittredingsproces willen starten. Daarna starten de onderhandelingen over de voorwaarden daarvoor, die officieel twee jaar duren maar daarna weer voor twee jaar verlengd kunnen worden.

Tegelijkertijd moet de Britse regering nadenken over de toekomstige economische samenwerking. De Jong wijst op de neiging bij de Britten om te kiezen voor een harde Brexit. Hierbij maken de Britten geen deel meer uit van de Europese Economische Ruimte en de verdragen die daarbij horen, onder meer de wet- en regelgeving voor de verzekeringsindustrie. Alternatieve modellen, zoals het Noorse en het Zwitserse, waarbij er nog wel sprake is van nauwe samenwerking maar de Britten wel moeten blijven bijdragen aan de Europese begroting of geen inspraak hebben, liggen veel minder de voor de hand.

Rechtstreekse werking EU-verordeningen vervalt
Hoe de samenwerking er ook uit gaat zien, consequenties zijn er voor in Nederland gevestigde (Britse) partijen in de verzekeringsindustrie en Nederlandse financiële dienstverlener die in het Verenigd Koninkrijk (VK) actief zijn, zo schrijft De Jong in zijn artikel. “Financiële ondernemingen die hun zetel hebben in Nederland zullen zich erop moeten voorbereiden dat hun Europees paspoort in de loop van 2019 geen toegang meer verschaft tot de verzekeringsmarkt in het VK. Zij zullen voor wat betreft hun toekomstige activiteiten in het VK in overeenstemming met de dan geldende Britse wet- en regelgeving moeten handelen. Zij mogen er overigens van uitgaan dat de in het VK toepasselijke (toezicht) regels, waarin de EU-richtlijnen één op één zijn verwerkt, niet onmiddellijk na de uittreding van het VK uit de EU ingrijpend worden gewijzigd. Wel zal de rechtstreekse werking van EU-verordeningen op het moment van de uittreding komen te vervallen. Dit geldt zowel voor de Uitvoeringsverordening
Solvabiliteit II12 als voor de PRIIP’s verordening 13 die op 31 december 2017, dus nog vóór de onderhandelingen beginnen, in werking treedt.

Het is volgens De Jong de vraag of het VK na de uittreding het EU-regime voor ‘derde landen’ handhaaft. Is dat niet het geval, dan zullen verzekeraars voor wie Nederland het land van vestiging is hun activiteiten in het VK mogelijk niet langer vanuit een bijkantoor in het VK kunnen verrichten. De Jong: “Zij kunnen daarop anticiperen door van dit bijkantoor een dochteronderneming naar Engels recht te maken en te voldoen aan de daarvoor in het uitgetreden VK geldende eisen.

Vergewisplicht voor verzekeringstussenpersonen en gevolmachtigd agenten
Ook voor verzekeringstussenpersonen en gevolmachtigd agenten is het oppassen geblazen. De Jong wijst op de vergewisplicht op grond van artikel 4:96 Wft. “Als zij in het kader van hun normale bedrijfsvoering signalen ontvangen dat de verzekeraar of het Lloyd’s syndicaat met wie zij een samenwerkingsverband hebben niet over de vereiste vergunning beschikt, moeten zij die samenwerking beëindigen. Het is dus zaak om met de in het VK gevestigde verzekeraars en Lloyd’s syndicaten met wie zij een samenwerkingsovereenkomst hebben af te stemmen of zij hun samenwerking ook na de Brexit kunnen voortzetten.”

 

Reageer op dit artikel