blog

Verrichtingentarief voor gevolmachtigden, een modieuze dwaling?

Branche

Het Verbond van Verzekeraars heeft consultant Paul Heuperman van Heathfield gevraagd een verrichtingentarief bij volmachten te onderzoeken in de richting van het voorkeursmodel van de AFM. Gelijktijdig heeft de NVGA KPMG Advisory gevraagd een ‘goed model verrichtingentarief’ te ontwikkelen voor volmachtkantoren. KPMG heeft inmiddels haar eindrapportage opgeleverd, maar “De notitie Heuperman is een intern bestuursstuk”, aldus Leo de Boer namens het transparante Verbond van Vernieuwende Verzekeraars.

Verrichtingentarief voor gevolmachtigden, een modieuze dwaling?

“De ontwikkeling, de invoering en het beheer van een activiteitentarief zullen kostenverhogend en complex zijn.” Althans, dit concludeert KPMG in haar rapport. Voor de randvoorwaarden en technische complicaties verbonden aan de introductie van een verrichtingentarief verwijzen wij graag naar genoemde rapportages.

Wij  vragen ons af of de verzekeringnemer wel gebaat is bij de gehele of gedeeltelijke overgang naar een ander (hybride) beloningsmodel. De vorm van beloning kan een grote invloed hebben op het gedrag van marktpartijen.

Bij een eventuele introductie van een verrichtingentarief of activiteitenbeloning lijkt het lucratief te worden voor de gevolmachtigde om zoveel mogelijk handelingen te verrichten en te investeren in administratie in plaats van een betere dienstverlening aan de klant. Dat klinkt – net zoals het uitvoeren van een dubbel onderzoek – niet echt efficiënt.

Welke ervaringen zijn opgedaan in andere branches en kunnen wij deze kennis transformeren naar de volmachtmarkt?

 

Breek me de bek niet open

De tandartsen en mondhygiënisten werken sinds jaar en dag hoofdzakelijk via verrichtingentarieven. Maar ook bij de huisarts, de fysiotherapeut en andere zorgverleners vinden wij deze vorm van honorering terug.

Omdat het uiteindelijke tarief voor een verrichting is gebaseerd op de gemiddelde benodigde tijd, zijn in de praktijk afwijkingen eerder regel dan uitzondering. Hoe globaler de omschrijving van de verrichting, hoe groter de afwijking.  Hierdoor is een systeem ontstaan met een waslijst aan verrichtingen en toeslagen voor complicerende factoren, die snel aangepast of vernieuwd moeten kunnen worden. De zorgaanbieder kan vervolgens voor iedere behandeling een rekening op maat opbouwen of beter gezegd ‘rechtvaardigen’.

Een röntgenfoto op zijn tijd, naast enkele adviezen over ‘flossen en ragen’, met als direct gevolg het niet genormeerde en controleerbare ‘tandsteen verwijderen uitgebreid’, doen de rekening aardig oplopen.

In deze sterk gereguleerde markt, waar het gezond verstand het verloren heeft van technocratische regelgeving, zijn de kosten volledig uit de hand gelopen. Kosten die, zonder rigoureuze aanpassingen van het model, alleen nog maar te beteugelen lijken door het beperken of uitsluiten van vergoedingen of verhogen van de premie. De klant staat inderdaad centraal. Helaas niet meer bij de dienstverlening, maar wel bij de financiering!

Niet voor niets stapt de gezondheidszorg meer en meer over op DBC’s: de Diagnose Behandelcombinatie. Een DBC vergoedt in een vaste totaalprijs de gehele behandeling van eerste consult tot aan de laatste controle. Een model dat een effectieve en efficiënte behandeling door de zorgverlener stimuleert en daarmee de klant centraal stelt.

Marktpartijen en toezichthouders zouden moeten overwegen het belang van de klant centraal te stellen en de modieuze dwaling van een verrichtingentarief te verlaten. Ook in de financiële dienstverlening worden mensen behandeld door mensen. Mensen die ongetwijfeld hun gedrag afstemmen op en aanpassen aan het model waarbinnen zij hun werkzaamheden moeten verrichten.

 

In AM12, dat op 5 juli verschijnt, meer visies op volmachtbeloning en het onderzoek van KPMG.

 

Reageer op dit artikel