nieuws

Wetsvoorstel in de maak voor berekening jaarruimte

Archief

Op 8 april jl. heeft de toenmalige staatssecretaris van Financiën een brief naar de Tweede Kamer gezonden. De brief gaf een kort overzicht van de stand van zaken inzake de uitvoering van het amendement Van Vroonhoven-Kok. Het te verwachten wetsvoorstel gaat nog verder.

Door Alfred Lagendijk en Helga van Bijnen
In het amendement Van Vroonhoven-Kok werd voorgesteld het eventuele pensioentekort niet meer te berekenen aan de hand van de pensioenaangroei van het betreffende jaar maar aan de hand van de pensioenaangroei van het voorgaande kalenderjaar. Op deze wijze zouden belastingplichtigen meer tijd hebben om hun zaken goed te regelen. Het te verwachten wetsvoorstel gaat dus nog verder: ook de inkomensgegevens van het voorgaande jaar dienen als uitgangspunt voor de berekening van de lijfrentepremieaftrek.
Aantonen
Per 1 januari van dit jaar is de basisruimte komen te vervallen. Dat betekent dat een ieder die gebruik wil maken van lijfrentepremieaftrek eerst zal moeten aantonen dat hij of zij een tekort in de pensioenaangroei heeft. Dit kan door middel van de jaarruimte dan wel de inhaalruimte, ook wel bekend als de reserveringsruimte.
De jaarruimte is in feite een bepaalde formule (17%PG-7,5A-F). De letters PG staan voor premiegrondslag, die bestaat uit inkomensbestanddelen die tot de premiegrondslag behoren verminderd met de franchise. Als inkomensbestanddelen komen in aanmerking: winst uit onderneming (voor mutaties van de FOR en ondernemersaftrek), belastbaar loon, het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden en belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen. De letter A staat voor de pensioenaangroei ten gevolge van de dienstbetrekking van dat betreffende kalenderjaar (factor A). De F is de dotatie aan de fiscale oudedagsreserve (FOR) die een ondernemer dat jaar heeft gedaan.
Het amendement Van Vroonhoven-Kok heeft ertoe geleid dat met ingang van dit jaar niet meer hoeft te worden getoetst aan de pensioenaangroei (factor A) van het betreffende kalenderjaar, maar aan de factor A van het aan dat jaar voorafgaande kalenderjaar. Hierdoor hebben pensioenuitvoerders wat meer ruimte om in het relevante belastingjaar een opgave van factor A aan de belastingplichtigen te verstrekken.
Onderzoek
Uit de brief van de staatssecretaris blijkt dat er onderzoek is geweest waaruit naar voren is gekomen, dat er nog meer tijdswinst kan worden geboekt. Die tijdswinst kan worden behaald door belastingplichtigen niet alleen gebruik te laten maken van de pensioenaangroei van het voorgaande jaar maar ook van de andere elementen van het voorgaande jaar, waaronder ook de inkomensgegevens. Belastingplichtigen hoeven dan niet meer te wachten op hun jaaropgaven die meestal de eerste maanden van het nieuwe jaar worden verstrekt.
Op grond van de huidige wetgeving heeft een belastingplichtige vervolgens nog zes maanden na het kalenderjaar de tijd om de premies te voldoen. Voor het jaar 2002 is deze termijn nog eens verlengd tot twaalf maanden. Dus let op, de premies die tot en met 31 december 2003 worden betaald zijn nog terug te wentelen naar het belastingjaar 2002. Uiteraard moet er wel sprake zijn van een pensioentekort in 2002.
Wetsvoorstel
In overleg met de verzekeraars en de pensioenuitvoerders is het volgende wetsvoorstel opgemaakt:
– Voor alle gegevens die nodig zijn voor de berekening van de lijfrentepremieaftrek vanwege een pensioentekort wordt uitgegaan van de gegevens van het voorgaande kalenderjaar. Dat wil zeggen voor factor A, de dotaties aan de oudedagsreserve (FOR) en de inkomensgegevens.- Factor A wordt door de pensioenverzekeraar binnen tien maanden in het kalenderjaar waarop de premieaftrek betrekking heeft aan de belastingplichtige verstrekt.- Een belastingplichtige kan premies voor lijfrenten die binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar (dus voor de normale aangiftedatum 1 april) door hem zijn voldaan bij de aangifte aanmerken als premies die zijn betaald of verrekend in het kalenderjaar. De huidige ‘terugwentelingsperiode’ van zes maanden wordt dus teruggebracht naar drie maanden.Goedkeuring
Voor de implementatie van dit voorstel is wel een wetswijziging noodzakelijk. Deze wordt momenteel voorbereid. In de tussentijd is eveneens een goedkeuringsbesluit in de maak. De staatssecretaris geeft aan dat hij namelijk goed zal keuren dat voor het kalenderjaar 2003, bij de toets of dat jaar sprake is van een pensioentekort, belastingplichtigen uit mogen gaan van hun inkomensgegevens van het jaar 2002.
Kortom, bij het invullen van de aangifte 2003 heeft u als belastingplichtige een keer het recht te mogen kiezen: ga ik uit van de gegevens van het jaar 2002 of ga ik gewoon uit van de gegevens van het jaar 2003. Vanwege dit keuzeregime is de ‘terugwentelingsperiode’ voor het jaar 2003 nog steeds zes maanden; vanaf 2004 zal dit slechts drie maanden zijn.
Kanttekening
Nu zult u zeggen, dat is een flinke tijdsbesparing. Dat is mooi! In beginsel zijn wij het met u eens. Voor een werknemer die gewoon in dienst is bij zijn werkgever, waar nagenoeg geen wijzigingen zullen gaan plaatsvinden, is dit “mooi”.
Als er echter wél wijzigingen op til zijn, hoeft de voorgestelde wetswijziging niet zo goed uit te pakken. Stel, u wordt ontslagen of u start uw eigen onderneming. Hierdoor kunnen uw inkomsten flink fluctueren. Het schommelen van inkomsten kan tot gevolg hebben dat de betaalde lijfrentepremie niet aftrekbaar is – geen pensioentekort volgens jaarruimte – dan wel dat er sprake is van tariefsnadeel. Een voorbeeld van een startende ondernemer ter illustratie:
– 2003: nog in dienst bij werkgever, inkomen e 80.000, wel sprake van een pensioentekort.- 2004: starten onderneming, aanloopkosten etc, belastbare winst e 20.000.- 2005: onderneming draait goed, belastbare winst e 90.000.In het jaar 2004 zou afhankelijk van de pensioentoezegging bij de oude werkgever sprake kunnen zijn van een pensioentekort (2003). Waarschijnlijk zullen echter in 2004 geen tot nagenoeg geen liquide middelen aanwezig zijn om een lijfrentepremie te betalen. Daarnaast zal de besparing ook een stuk lager zijn, omdat de startende ondernemer in de eerste twee (laagste) tariefschijven zit. Dus lijfrentepremieaftrek nu tegen het laagste tarief met de kans dat te zijner tijd de termijnen worden belast tegen het hoogste dan wel een hoger tarief. Omgekeerd is hetzelfde mogelijk. In jaar 2005 zullen er voldoende liquide middelen aanwezig zijn om lijfrentepremie te betalen maar de jaarruimte biedt nagenoeg geen ruimte indien moet worden uitgegaan van de gegevens van het jaar 2004.
Het nog te verschijnen wetsvoorstel zal voor velen onder ons het leven een stuk makkelijker maken. Voor sommigen is het nog de vraag of het simpeler en gunstiger wordt. Waarschijnlijk zal de keuze tussen sparen voor de oude dag in box 1 dan wel in box 3 meer dan eens gemaakt moeten worden.
sectie Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers.

Reageer op dit artikel